John heeft gezopen als een dragonder, tot zijn vijfenveertigste.
Toen was zijn lever één littekenklont, tien liter vocht in zijn buik, suf van de geelzucht.
Hij heeft het overleefd.
Sindsdien dronk hij niet meer.
Hij en ik waren daar trots op.
Ondertussen was zijn brein pap geworden.
Dat heet Korsakow.
De uitleg daarover blijft niet hangen.
Daarom heb ik hem een brief geschreven.
“Beste John, je hebt Korsakow door de alcohol.
Dan is je geheugen stuk, je brein is kapot.
Kom rustig langs voor een praatje”.
Inderdaad komt hij keer op keer verbaasd vragen wat Korsakow is en waarom ik…
lees volledige artikel »