Als je langer in een bepaalde sector werkt, ben je bekend met namen en jargon.
In het begin wil je een woord nog wel eens ‘proeven’ om je vervolgens af te vragen waar het vandaan komt.
Neem bijvoorbeeld de begrippen ‘huisartsgeneeskunde’ en ‘huisartsenzorg’.
Twee namen die nagenoeg dezelfde lading dekken en voor iedereen bekend zullen zijn, maar in taalkundig opzicht een buitenbeentje zijn in de medisch-specialistische wereld.
Een vergelijking van huisartsgeneeskunde met een ander specialisme als ‘interne geneeskunde’ of ‘vasculaire geneeskunde’ gaat niet op, want daarbij is het domein van het specialisme het bijvoeglijk naamwoord, en in ons geval is…
lees volledige artikel »