In de bellettrie is de huisarts vóór alles een ooggetuige.
Deze klassieke rol is gemunt door Charles Dickens.
Zijn leven lang zette Dickens zich in voor maatschappelijke hervormingen en zijn belangstelling voor de geneeskunde was groot.
Hij spelde The Lancet, en omgekeerd gebruikten medici fragmenten uit zijn werk als heuse casuïstiek in de medische vakbladen.
In zijn romans wemelt het van de dokters.
In zijn veertien belangrijkste boeken treden maar liefst zevenentwintig artsen op, waaronder een opvallend groot aantal huisartsen.
Opvallend, maar niet verwonderlijk.
Voor het emotioneel indringende realisme dat hij nastreefde, had Dickens een ooggetuige nodig aan de zijlijn…
lees volledige artikel »