In onze tuin vingen wij, kleine jongens, regelmatig een mus.
Het was heel eenvoudig: je zet de kolenzeef schuin op een stokje, waaraan een touwtje is gebonden.
Stukjes brood waren niet eens nodig; de mussen badderden in die tijd nog in dermate grote getale in het warme zand, dat het een kwestie was van wachten tot er eentje vanzelf intrippelde.
Touwtje weg, zeef naar beneden, mus gevangen.
Het slachtoffertje ging vervolgens in een ouwe kanariekooi, waarin hij gemiddeld anderhalve dag in leven bleef…
Kinderen kunnen wreed zijn, maar na het zevende lijkje werd het mij toch te machtig.
Geen mussen meer…
lees volledige artikel »