Nieuws

Werken op de HAP: ook ons vak

Gepubliceerd
1 oktober 2014
Hoe ervaart u het werken op de HAP? Dat vroeg ik deze week tijdens mijn SEH-avonddienst aan een aantal huisartsen in onze gezamenlijke SEH/HAP-huiskamer. Kijkt u ernaar uit? Ziet u ertegenop? Veelgehoorde antwoorden waren: ‘De visitediensten zijn leuk, maar de consultdiensten… druk! Te veel consulten die best tot morgen of tot na het weekend kunnen wachten.’

Toenemende werkdruk?

De antwoorden van deze huisartsen zijn in lijn met wat Keizer et al. vonden bij een vragenlijstonderzoek onder ruim 400 huisartsen over het werken op de HAP. De uitkomsten van dit onderzoek kunt u vinden in deze H&W. Huisartsen ervaren een toenemende werkdruk op de HAP en meer dan 90% denkt dat de zorgconsumptie van patiënten verminderd kan worden. Maar liefst 83,9% denkt dat bij de telefonische triage veel patiënten met laagurgente hulpvragen ten onrechte een consult of visite krijgen.
Maar is dat ook zo, vraag ik mij af. In hetzelfde artikel is te lezen dat de helft van alle patiëntencontacten op de HAP laagurgent zou zijn (U4 en U5). U kunt dit terugvinden in de benchmarkbulletins van de Vereniging Huisartsenposten Nederland, die voor iedereen online beschikbaar zijn (www.vhn.artsennet.nl). Deze bulletins leren ons ook dat de werkdruk niet toeneemt; het totaal aantal contacten met de HAP stijgt niet meer sinds 2009, maar blijft stabiel. Recent onderzoek van Giesen et al. op de HAP in Amersfoort en gepubliceerd inMedisch Contact, laat zien dat bij beoordeling achteraf slechts 10% van de consulten door huisartsen als overbodig wordt beschouwd! Met andere woorden: huisartsen ervaren een toegenomen werkdruk maar vinden niet werkelijk dat mensen voor niets komen.

Urgent of niet urgent?

Nu ik in het kader van mijn huisartsopleiding een aantal maanden de rol van SEH-arts mag spelen, erger ik mij regelmatig aan het kritische geluid van specialisten wanneer er een patiënt vanuit de HAP wordt doorgestuurd die ‘niks’ blijkt te hebben. Zij zien echter alleen het topje van de ijsberg en hebben geen weet van wat wij allemaalnietdoorsturen. Het is voor de huisarts elke keer weer een kunst om uit de HAP bezoekende populatie precies die patiënten te pikken die in de tweede lijn behandeld moeten worden. Het is de kern van ons (moeilijke) vak. Daarnaast is het één van onze hoofdtaken om juist ook die laagurgente patiënten te herkennen en gerust te stellen. Het is in mijn ogen dan ook niet reëel om, zoals de ondervraagde huisartsen uit het stuk van Keizer aangaven, van de triagisten te verwachten dat zij nog scherper triëren om onze werkdruk te verminderen.
Tot slot, leest u ook eens het in mei verschenen artikel van Gaakeer in het NTvG over SEH-bezoeken. Daaruit blijkt dat het aantal SEH-bezoeken per 1000 inwoners in Nederland laag is en de laatste jaren laag blijft (zeker drie keer zo laag als in Engeland, de Verenigde Staten en Canada). Slechts 30% is zelfverwijzer en landelijk wordt gemiddeld 32% opgenomen in het ziekenhuis. Volgens mij doen wij huisartsen in Nederland het zo gek nog niet op de HAP.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen