‘Het is tijd voor een actieve houding van huisartsen, zowel bij het begin als in het verloop van dementie’, schreef Annet Wind zo’n vier jaar geleden in een commentaar in Huisarts en Wetenschap.1 Herkenning van dementie, ook in een vroeg stadium, leidt tot een verbetering van de zorg, en vergemakkelijkt de acceptatie bij de naasten.
De dokter kan dan met een fatsoenlijk zorgplan anticiperen op wat komen gaat.
Hoe eerder, hoe beter dus lijkt het adagium en met de introductie van de POH-GGZ lijkt een screeningsprogramma, zoals Jansen et al.
in deze H&W beschrijven, een goede kans te maken.2 Is…
lees volledige artikel »