homeBeschouwing
Huisarts en Wetenschap, jaargang 2007, nummer 5:207-209
Roken is een verslavingsziekte.1 Het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) onderkent de ernst van tabaksverslaving2,3 en wil stoppen met roken sterk ondersteunen, ook financieel. In 2001 heeft de minister van VWS gevraagd te onderzoeken of het vergoeden van ondersteuning helpt om het aantal rokers te verminderen.
Is een vergoeding voor hulpmiddelen bij het stoppen met roken een waardevol instrument om het aantal rokers te verminderen en de levensverwachting te verhogen? Om dit aan te tonen moeten we verschillende stappen zetten, die een iteratieve cirkel vormen (figuur).4 De eerste stap beschrijft de ziektelast en de tweede het oorzakelijke verband tussen roken en aan roken gerelateerde ziekten. Bij de derde stap wordt de effectiviteit van vergoeding van hulpmiddelen bepaald. In de vierde stap onderzoeken we de kosteneffectiviteit en in de vijfde stap kijken we naar toepasbaarheid en randvoorwaarden. Om de cirkel te sluiten, moet de interventie geïmplementeerd worden en moet onderzocht worden wat het uiteindelijke effect is op de ziektelast.
Roken is de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte. Het veroorzaakt 13% van de totale ziektelast in Nederland.5 Van de rookgerelateerde doodsoorzaken is longkanker de belangrijkste, maar ook coronaire hartziekten, COPD en beroerte leveren forse bijdragen. Stoppen met roken is de belangrijkste interventie om het negatieve effect van roken op de levensverwachting en de volksgezondheid te beperken.6 De verslavende effecten van nicotine en de psychosociale aspecten van roken maken stoppen met roken echter lastig.
Veel onderzoeken laten een verband zien tussen succesvol stoppen met roken en het gebruik van hulpmiddelen, zoals nicotinevervangende middelen, bupropion, nortriptyline en gedragsmatige ondersteuning.7-10 Ook is bekend dat de kosteneffectiviteit hoog is. Toch blijft het gebruik beperkt.11 We verwachten dat het vergoeden van deze hulpmiddelen de drempel kan wegnemen en daarmee het gebruik kan verhogen.
Om dit aan te tonen hebben we een gerandomiseerd onderzoek opgezet waarin we het effect bepaalden van vergoeding voor alle bewezen effectieve hulpmiddelen in Nederland. In het onderzoek (n=1266) werd 632 rokers 6 maanden lang een vergoeding aangeboden voor nicotinevervangende middelen, bupropion en gedragsmatige interventies. De andere 634 deelnemers konden geen vergoeding krijgen. Motivatie om te stoppen met roken was geen voorwaarde om mee te doen. Tijdens de vergoedingenperiode gebruikte 10,8% van de deelnemers met vergoeding hulpmiddelen. In de groep zonder vergoeding was dit 4,1%. Na 6 maanden was het percentage zelfgerapporteerde stoppers met vergoeding 7,8% (n=49) en 5,5% (n=35) zonder vergoeding.12 Na 12 maanden waren 35 deelnemers (5,5%) in de vergoedingengroep en 18 deelnemers zonder vergoeding (2,8%) ten minste 6 maanden gestopt met roken. Na 2 jaar had 4,3% met vergoeding en 1,6% in groep zonder vergoeding nog niet gerookt.13
We concluderen dat vergoeding van hulpmiddelen bij het stoppen met roken een effectieve strategie kan zijn om het gebruik van hulpmiddelen te verhogen en om het aantal stoppers te vergroten, zelfs na twee jaar. Deze bevindingen worden bevestigd door een Cochrane-review waarin het effect van vergoeding werd onderzocht in vijf andere onderzoeken, uitgevoerd in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.14
Geld kan maar één keer uitgegeven worden. Bepaling van de kosteneffectiviteit van de interventie is dan ook een belangrijke stap in de iteratieve cirkel. Op basis van de gegevens uit het vergoedingenonderzoek berekenden we de extra kosten per stopper. Deze uitkomsten extrapoleerden we naar de kosten per gewonnen levensjaar. Vervolgens corrigeerden we de gewonnen levensjaren voor kwaliteit (QALY’s).
De gemiddelde kosten per deelnemer waren € 322 in de interventiegroep en € 291 in de controlegroep. Uit betrouwbaarheidsanalyses bleek dat een vergoeding kosteneffectief is wanneer de maatschappij bereid is om € 10.000 te betalen voor een extra stopper of € 18.000 voor een QALY.15 Bekend is dat men in Nederland ongeveer € 20.000 wil betalen voor een QALY.16
Met het onderzoek hebben we wetenschappelijk aangetoond dat vergoeding van hulpmiddelen om te stoppen met roken een zinvolle en kosteneffectieve manier is om het gebruik van hulpmiddelen, het aantal stoppers en het aantal kwaliteitsgecorrigeerde levensjaren te verhogen. In een kwalitatief onderzoek hebben we vervolgens gekeken aan welke randvoorwaarden een vergoedingssysteem bij implementatie zou moeten voldoen.17 Vergoeding van hulpmiddelen voor stoppen met roken zou in het reguliere geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) van zorgverzekeraars opgenomen kunnen worden. De roker kan dan een hulpmiddel aanvragen bij de apotheek met een recept van een arts. De contactmomenten die in het vergoedingenonderzoek een verplichtend karakter hadden, zijn op deze wijze gegarandeerd. De deelnemers aan het onderzoek – zorgverleners, STIVORO, GGD Fryslân en Friesland Zorgverzekeraar – vinden unaniem dat alleen bewezen effectieve middelen vergoed moeten worden. De meningen zijn verdeeld over het geven van een volledige of een gedeeltelijke vergoeding en over het vergoeden voor iedereen of alleen de lagere inkomensgroepen. Een volledige vergoeding verlaagt de drempel en drukt de beheerskosten van zorgverzekeraars. Een gedeeltelijke vergoeding verhoogt de motivatie en is minder vrijblijvend. Uit de Cochrane-review blijkt overigens dat een volledige vergoeding effectiever is dan een gedeeltelijke vergoeding.14
Implementatie van de vergoeding voor deze hulpmiddelen zou de volgende stap moeten zijn. Dit komt echter niet van de grond, ondanks het positieve advies van het CVZ voor een proefimplementatie van drie jaar.18 Noch de overheid, noch verzekeraars zijn bereid te betalen. De vorige minister van VWS was van mening dat roken een leefstijl is en dat rokers zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag. Verzekeraars geven aan dat doorgaan met roken goedkoper is dan stoppen! Nu de nieuwe regering in het regeerakkoord een rookvrije horeca en verdere accijnsverhoging op tabak als prioriteit stelt, zouden de kansen voor een vergoeding kunnen groeien. Het is daarom belangrijk dat het vergoeden van hulp voor stoppen met roken op de agenda blijft staan.
Op dit moment krijgen huisartsen alleen een vergoeding als ze een rokende patiënt helpen te stoppen in het kader van de behandeling van rookgerelateerde ziekten. Implementatie van een vergoedingssysteem zou huisartsen meer mogelijkheden geven om activiteiten op te zetten of deze uit te breiden. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de NHG-Standaard Stoppen met roken. Hierin staat op welk moment de huisarts kan rookgedrag en stoppen met roken ter sprake brengen en wat hij de patiënt kan bieden. Hopelijk biedt deze nieuwe standaard voldoende mogelijkheden om patiënten te steunen in hun strijd tegen tabaksverslaving.