Main content

‘Dé moslim bestaat natuurlijk niet…’

Streng maar rechtvaardig

De ramadan is de speciale, negende maand van de islamitische kalender waarin moslims over de hele wereld collectief vasten. Zij gedenken dan dat de profeet Mohammed zo’n veertienhonderd jaar geleden de eerste van de openbaringen ontving die samen de Koran vormen. Het islamitische kalenderjaar is elf dagen korter dan het onze, omdat wordt gerekend in ‘maanmaanden’ in plaats van ‘zonmaanden’. Hierdoor verschuift de ramadan elk jaar even zovele dagen naar voren. Zo doorloopt de vastentijd geleidelijk aan alle seizoenen; volgens de gelovigen een bewijs van de rechtvaardigheid van de schepper. Immers, dankzij dit patroon vasten moslims op de noordelijke en zuidelijke halfronden beurtelings tijdens de droge, hete zomerdagen, dan weer tijdens de korte, koele winterdagen. In Nederland schuift de vastentijd de komende jaren steeds meer de zomer in, waar warmere en vooral steeds langere dagen het vasten almaar zwaarder maken. Ook voor moslims in Nederland is de ramadan belangrijk. Wat betekent het vasten voor uw islamitische patiënten? Waar kunt en moet u op letten? En wat kunt u doen opdat u samen met uw patiënten straks tevreden op de ramadan kunt terugkijken?

Sterke saamhorigheid

Het vasten tijdens de ramadan houdt in dat moslims vier weken lang tussen zonsopkomst en zonsondergang niet roken, eten, drinken en geen geslachtsgemeenschap hebben. Het vasten is bedoeld om de ziel te zuiveren, God te danken voor alles wat hij heeft gegeven en zich, door zelf honger en dorst te ervaren, verbonden te voelen met de arme medemens elders op de wereld. In principe zijn alle moslims vanaf de puberteit verplicht de ramadan in acht te nemen, maar er is vrijstelling voor mensen die geestelijk of lichamelijk ziek zijn, ouderen, vrouwen die menstrueren, zwanger zijn of borstvoeding geven, mensen die zeer zware arbeid verrichten en reizigers. Voor hen geldt de vastenplicht niet, maar wel moeten zij wanneer hun situatie is veranderd het vasten inhalen, of, als zij chronisch ziek zijn, voedsel aan de armen schenken. Voor niet-moslims is het niet altijd gemakkelijk te begrijpen hoe belangrijk de ramadan is voor moslims. Vaak wordt aangenomen dat mensen wel blij zullen zijn als zij vanwege hun situatie zijn vrijgesteld. Maar niet vasten als je niet hoeft (of zelfs niet mag), is beslist niet voor iedereen een opluchting. De ramadan is een periode van sterke religieuze, sociale en/of culturele saamhorigheid en wie daarvan geen deel uitmaakt kan zich schuldig of buitengesloten voelen.

In de waagschaal

Voor de meeste patiënten levert de ramadan geen gezondheidsproblemen op. Maar zwaar is het wel. Dat merken zelfs jonge, gezonde mensen, zoals de 30-jarige mevrouw Y, moeder met een druk gezin en daarnaast een drukke baan. ‘Ik weet van mezelf dat ik het vooral in het begin van de ramadan heel moeilijk heb. Daarom neem ik die eerste week altijd vakantiedagen op. Dat helpt goed, maar toch merk ik dat ik na verloop van tijd wat sneller moe en geïrriteerd raak en me minder kan concentreren. Best vervelend, maar gelukkig heb ik aardige collega’s die er geen probleem van maken.’ Voor sommige mensen met gezondheidsproblemen weegt meedoen zo zwaar dat zij nog liever hun gezondheid in de waagschaal stellen dan dat zij niet vasten. Uiteraard geldt dat niet voor iedereen. Hoe mensen met het vraagstuk van wel of niet vasten omgaan, verschilt van persoon tot persoon. Neem mevrouw C (45), een Turkse diabetespatiënte met bovendien overgewicht, hypertensie en een verhoogd cholesterolgehalte. ‘God wil niet dat ik ziek word. Dus als de dokter zegt dat ik niet meer mag vasten, doe ik wat hij zegt.’ Voor mevrouw C ligt de zaak heel simpel. Hoewel het niet gemakkelijk voor haar is, heeft ze zich tot nu toe altijd aan de regels van haar geloof kunnen houden, ondanks haar klachten en de medicijnen die ze daarvoor krijgt. Maar ze merkt dat haar gezondheid de laatste tijd minder wordt en ze vreest dat vasten er voor haar niet meer in zit. En dus, verklaart ze stellig, moet haar huisarts het nu maar zeggen. Hij kent haar en weet dat ze zich graag aan de ramadan wil houden, maar als hij vindt dat ze niet meer moet vasten, is het ook goed. ‘Dan’, vertelt ze met een brede glimlach, ‘is het “ramadan, jammer dan!”’

Gebrekkige communicatie

Voor mevrouw G (52), een goede vriendin van mevrouw C, ligt het allemaal een stuk ingewikkelder. Vanwege haar gezondheidsproblemen – allergische astma, reuma, hoog cholesterolgehalte, hypertensie – moet zij nogal eens naar haar huisarts. Erg prettig vindt ze dat niet; ze heeft het gevoel dat hij haar niet altijd even serieus neemt. Sterker nog, ze vermoedt dat de huisarts haar een zeurpiet vindt en daarom weinig aandacht voor haar heeft. Hij deelt haar bijvoorbeeld wel mee dat ze niet mag vasten, maar legt niet uit waarom. ‘En dat wil ik juist graag weten. Of het echt niet mag, en waarom vasten slecht voor me is. Als ik het begrijp wil ik heus wel zijn advies opvolgen, maar nu niet.’ Het gevolg is dat mevrouw G altijd gewoon is blijven vasten, onderwijl wat improviserend met haar medicijnen. Tot vorig jaar. ‘Toen had ik een maaginfectie waardoor ik echt niet kon vasten. Maar de dokter zei meteen: “U heeft natuurlijk toch gevast.” Maar dat was niet zo. Dat had ik hem ook verteld, maar hij luisterde weer niet naar me.’ Sinds enige tijd heeft mevrouw G via het maatschappelijk werk contact met een allochtone zorgconsulent die vaak met haar meegaat. Dat heeft wel iets geholpen, maar ze blijft zich ongemakkelijk voelen. Ze weet dat haar huisarts een intermediair eigenlijk geen goed idee vindt. ‘Leert u zelf maar Nederlands’, had hij gezegd. En daar zit wel iets in, vindt ze ook zelf, maar haar probleem is daarmee nog niet opgelost.

De juiste bagage

In het belang van hun gezondheid – en therapietrouw hoort daarbij – is het essentieel dat islamitische patiënten vertrouwen hebben in de Nederlandse gezondheidszorg. ‘Ontbreekt dat’, bevestigt Fatma Alakay van het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ), ‘dan verbreken veel moslims het contact met de zorgverlening en gaan ze gedurende de ramadan hun eigen weg.’ Soms stopt een patiënt behalve met eten en drinken ook met zijn medicatie, een ander stopt alleen met eten en drinken maar weer niet of niet helemaal met medicijnen. Allerlei varianten zijn mogelijk en komen dan ook voor, constateert Alakay. ‘Vooral de eerste generatie weet vaak nauwelijks wat ziekte precies inhoudt, hoe de organen functioneren, wat wel en niet goed is voor het lichaam en wat medicijnen doen. Voor óns is dat vaak al moeilijk, dus helemaal voor ouderen die vaak ook nog analfabeet zijn en de Nederlandse taal niet beheersen. Ziek zijn is dan sowieso ingewikkeld, laat staan ziek zijn tijdens de ramadan.’ Om hun islamitische patiënten tijdens de ramadan goed te kunnen bijstaan, zouden zorgverleners volgens Alakay vooral twee dingen moeten doen: voorlichting en informatie geven en aandacht hebben voor het individu. ‘Het eerste is vooral belangrijk omdat een patiënt alleen met de juiste uitleg en kennis begrijpt hoe factoren als leefstijl, gedrag, (chronisch) ziek zijn en medicijngebruik met elkaar samenhangen. Om de juiste keuzen te kunnen maken, heb je nu eenmaal de juiste bagage nodig.’

Iedereen anders

Minstens zo belangrijk, daarnaast, is aandacht voor het individu. Alakay: ‘Misschien een open deur, maar dé moslim bestaat natuurlijk niet. Elk mens is anders. We moeten dus niet te gauw denken “die draagt een hoofddoekje, die zal dus wel vasten”, of omgekeerd “wie geen hoofddoekje draagt zal de ramadan wel niet belangrijk vinden”, want de buitenkant zegt niets. Pas als je je verdiept in je patiënt, kom je erachter wat er in hem of haar omgaat.’ Daarom is het belangrijk dat zorgverleners – liefst bijtijds – met hun patiënten in gesprek gaan. Hoe belangrijk vindt iemand de ramadan? Hoe vastbesloten is de patiënt? Kent deze zijn rechten, de mogelijkheden van vrijstellingen? Wil of kan hij daarvan gebruikmaken of juist pertinent niet? Alakay: ‘Bespreek die dingen en neem niet zomaar aan dat de patiënt wel opgelucht zal zijn als hij een excuus heeft om niet te vasten. De ramadan is een heilige maand, erbij horen weegt voor veel moslims zwaar en de innerlijke druk om mee te doen is groot. Ouderen, jongeren, tijdelijk en chronisch zieken: elke moslim, belijdend of niet, zoekt zijn of haar eigen weg. Daarbij kunnen zorgverleners veel voor hun islamitische patiënten betekenen door ze als persoon te respecteren en als volwaardige gesprekspartner te betrekken bij het zoeken naar een aanvaardbare aanpak tijdens de ramadan.’ Een en ander vraagt van zorgverleners dat zij goed met hun islamitische patiënten communiceren over hun opvattingen, hun lichamelijke conditie, de eventuele risico’s van het vasten en mogelijke alternatieven. Een open, flexibele en patiëntgerichte attitude lijkt dan ook de beste garantie om tot een voor patiënt én zorgverlener bevredigende afweging te komen van wat religieus gezien wenselijk en lichamelijk verantwoord is.

Toesa Potter, journalist, in opdracht van NEO

Meer informatie?

  • Het Netwerk Eerstelijns Organisaties – NEO, opdrachtgever voor dit artikel - bestaat uit negen landelijke beroepsorganisaties (KNGF, KNMP/WINAp, KNOV, LVE, MOgroep, NHG, NVLF, V&VN en VvOCM) die zich bezighouden met de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid in de eerste lijn. Op de website van het NEO, www.neonetwerk.nl, is meer informatie over de ramadan te vinden, speciaal op zorgverleners in de eerste lijn gericht.
  • De NIGZ-brochure Ramadan helpt zorgverleners om islamitische patiënten respectvol te adviseren over de manier waarop zij tijdens de ramadan aan hun religieuze verplichtingen kunnen voldoen. Na Nederlandstalige uitleg voor hulpverleners volgt uitleg voor patiënten in het Nederlands, Turks, Arabisch, Farsi en Somalisch. De brochure kunt u downloaden via www.nigz.nl en via www.neonetwerk.nl.
  • Vorig jaar heeft In de praktijk een ‘special’ gewijd aan de achtergronden van de ramadan en de consequenties van het vasten voor ziekte en medicijngebruik, met ook aandacht voor de communicatieve aspecten (Huisarts Wet 2006;49(10):nhg-109/16).