Main content

Visusmeting onder de loep

Inhoud

  1. Antwoord

Met belangstelling las ik het artikel ‘Visusmeting onder de loep’ van J.E. Koster et al. (H&W 2004;47:80-2). Uit het onderzoek blijkt dat 96% van de huisartsen de visus niet op de juiste afstand of bij onvoldoende belichting meet. Dit geeft behoorlijke verschillen bij het meten van de visus vergeleken bij meting volgens de NHG-Standaard (22% verschil). De conclusie van de auteurs is dat bijna alle huisartsen aanpassingen zullen moeten doen om tot een verantwoorde visusmeting te komen. Naar mijn idee is dit een wat voorbarige conclusie. Uit de gegevens blijkt dat er weliswaar 22% verschil is tussen de meting in de huisartsenpraktijken en de meting volgens de NHG-Standaard, maar de p-waarde is slechts 0,12. Naar mijn idee is er dan geen duidelijk significant verschil. Opvallend is bovendien dat de meting bij de oogarts ook afwijkt van de meting volgens de NHG-Standaard en min of meer overeenkomt met de visusmeting in de huisartsenpraktijken. Is het dus echt zo somber gesteld met de visusmeting in de huisartsenpraktijk of valt het bij nader inzien toch wel mee? Rutgerjan van Orden

Antwoord

Ondanks de kritische noot van Van Orden blijven wij van mening dat 96% van de huisartsen aanpassingen zal moeten maken om tot een verantwoorde visusmeting te komen. De gemeten 22% is het verschil tussen alle visusmetingen verricht bij de huisartsen en de visusmetingen volgens de NHG-Standaard. Dit is inclusief de metingen die te dicht bij de kaart worden verricht. Dit is de enige meting waar ten onrechte een betere visus wordt gemeten dan de daadwerkelijke visus. Omdat dit ‘op een hoop gooien’ de zaken vertroebelt, hebben wij gekeken naar de afzonderlijke invloeden van de afwijkende meetmethoden. De meetafstand en de verlichting bleken daarbij statistisch significante en klinisch relevante factoren, die tevens eenvoudig aan te passen zijn. Bovendien is het verschil van 22% weliswaar niet statistisch significant, maar volgens ons wel klinisch relevant. Zeker gezien de kleine investering die nodig is om het te verbeteren. Dat de meting bij de oogarts ook afwijkt van de meting volgens de NHG-Standaard, heeft ook ons verrast. Dat wij het als huisartsen even goed (of slecht?) doen als de oogarts, wil nog niet zeggen dat we het goed genoeg doen. De mogelijke consequenties van een verkeerd gemeten visus (zie Praktischegevolgen in het artikel) rechtvaardigt de eenvoudige aanpassing van verlichting en juiste afstand. Annet Lievense