homeJournaal
Huisarts en Wetenschap, jaargang 2010, nummer 3:124-124
Glycohemoglobine wordt gevormd door binding van glucose aan hemoglobine via een niet-enzymatisch proces, aangeduid als glycering. Het membraan van de erytrocyt is permeabel voor glucose, dat daarmee de cel binnen kan en kan binden aan hemoglobine. Het gevormde glycohemoglobine blijft aanwezig gedurende de levensduur van een rode bloedcel (circa 120 dagen).1 De concentratie glycohemoglobine is relatief stabiel. Omdat de snelheid van vorming van het glycohemoglobine proportioneel evenredig is met de glucoseconcentratie in het bloed, geeft de concentratie hemoglobine een afspiegeling van de geïntegreerde waarde van glucose over de afgelopen 8 tot 12 weken.
Er zijn verschillende vormen van glycohemoglobine (onder andere HbA1c, HbA1, HbA0). HbA1c wordt gevormd door de binding van glucose aan het N-terminale aminozuurvaline van de bètaketen van HbA. De klinische betekenis van HbA1c is gedocumenteerd in de Diabetes Control and Complications Trial (DCCT). Hierin is de relatie vastgelegd tussen bloedglucoseconcentratie (vastgesteld met HbA1c) en het risico op microvasculaire complicaties bij patiënten met type 1 diabetes.2 Data uit de UK Prospective Diabetes Study Group lieten een vergelijkbare correlatie tussen HbA1c en microvasculaire complicaties zien bij type 2 diabetespatiënten.3 De streefwaarde voor HbA1c is < 7,0%. Het is aan te raden streefwaarden individueel te bepalen en daarbij rekening te houden met het risico op ernstige hypoglykemie, de cardiovasculaire status en comorbiditeit.
De huidige HbA1c-assays zijn in sommige landen in het verleden op verschillende wijzen geharmoniseerd.3 Er zijn drie verschillende standaardisaties doorgevoerd in Japan, Zweden en de Verenigde Staten/delen van Europa. Vele andere landen werken nog altijd met niet-onderling vergelijkbare HbA1c-methoden. Om een uniforme wereldwijde standaardisatie te bereiken ontwikkelde de International Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine (IFCC) een nieuwe referentiemethode die specifiek de concentratie van alleen HbA1c ten opzichte van HbA0+HbA1c meet.4,5 De resultaten van de nieuwe referentiemethode zijn vergeleken met die van de oudere methoden.6
Om in lijn te blijven met andere stoffen die gemeten worden beveelt de IFCC aan om de geharmoniseerde patiënten testresultaten weer te geven in wetenschappelijk correcte eenheden namelijk mmol HbA1c/mol (HbA0+HbA1c).7 De International Diabetes Federation, European Association for the Study of Diabetes, American Diabetes Association en de IFCC hebben besloten tot invoering van deze nieuwe eenheden.8
HbA1c-resultaten die worden uitgedrukt in de nieuwe eenheden wijken duidelijk af van de eenheden die nu gebruikt worden. Tabel 1 geeft de relatie tussen de oude en de nieuwe waarden weer. Tabel1Relatie tussen enkele belangrijke oude en nieuwe waarden voor HbA1c
In Nederland is gekozen om de invoering van de nieuwe waarden voor HbA1c door een Landelijke Stuurgroep onder leiding van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) te laten coördineren. Het volgende is besloten:
Definities: oude eenheid = NGSP-eenheid = %HbA1c nieuwe eenheid = IFCC eenheid = mmol/mol Omrekenformule: oud = 0,0915 nieuw + 2,15 % nieuw = 10,93 oud – 23,5 mmol/mol