homeJournaal

Journaal

Wanneer is de bloeddruk goed ingesteld?

Huisarts en Wetenschap, jaargang 2006, nummer 8:396-396

Hoeveel hypertensiepatiënten de streefwaarde van hun bloeddruk halen, blijkt sterk afhankelijk van de manier waarop we die streefwaarde bepalen. Engelse onderzoekers hebben gekeken hoeveel behandelde hypertensiepatiënten (n=601) in een huisartsenpraktijk de norm voor een goede bloeddruk haalden. Ze hielden verschillende criteria aan voor de hoogte van de bloeddruk: het gemiddelde van de metingen van het voorgaande jaar, de laatste spreekuurmeting, een door de praktijkverpleegkundige gemeten waarde en een gemiddelde waarde bij ambulante bloeddrukmeting. Bij metingen op de hiervoor genoemde manieren behaalden respectievelijk 29%, 32%, 34% en 56% de norm van een bloeddruk <150/90 mmHg. Bij een norm van 140/85 mmHg waren deze waarden respectievelijk 10%, 11%, 15% en 31%. De waarden van de ambulante bloeddrukmeting weken significant af van de andere manieren van meten. In de nieuwe NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement wordt niet met zoveel woorden gemeld hoe we moeten bepalen of de norm van een goede bloeddruk wordt gehaald als we eenmaal behandelen. De standaard noemt wel de frequentie waarmee we moeten meten: eenmaal per jaar is voldoende als de bloeddruk goed ingesteld is. De standaard geeft echter ook aan dat de streefwaarde van <140/90 mmHg in de praktijk bij velen niet gehaald wordt. In de Engelse huisartsenpraktijk is dat volgens dit onderzoek niet anders. Het percentage goed ingestelde patiënten hangt dus af van de manier de gebruikte criteria. Het zou dan ook wenselijk zijn als richtlijnmakers hierover een standpunt innemen, zoals ook deze Engelse onderzoekers stellen. Dat moet zeker als we er op enig moment op afgerekend gaan worden. (RD)

Dit artikel:

Interactief

  • Reageer
  • Lees reacties
  • Stuur door
  • Bewaar
  • Print
  • Mail mij de reacties
  • Voeg artikel toe aan: