homeJournaal
Huisarts en Wetenschap, jaargang 2006, nummer 13:648-648
Eind september verscheen er in de BMJ opnieuw een RCT over de behandeling van de tenniselleboog.1 De Australische onderzoekers sloten 198 patiënten in, verdeeld over 3 groepen: corticosteroïdinjecties, fysiotherapie en afwachten. Volgens de onderzoekers is fysiotherapie (mobilisatie en oefenen) in de eerste 6 weken superieur aan nietsdoen of aan prikken; na 1 jaar maakte het allemaal niet meer uit. In 2003 deden Smidt et al. een review naar de verschillende vormen van fysiotherapie bij de behandeling van een tenniselleboog.2 Hun conclusie toen was dat er weinig bewijs was voor de meerwaarde van fysiotherapie bij de behandeling van tenniselleboog vanwege de tegenstrijdige resultaten van verschillende RCT's. Alleen van ultrageluid was enige toegevoegde waarde aangetoond. Betere RCT's waren nodig om het bewijs te leveren. Hebben Bisset et al. dit bewijs nu geleverd? En wat betekent het voor ons advies in de dagelijkse praktijk? Mijn gevoel zegt: blijven doen zoals we tot nu toe deden. De ervaring leert dat afwachten in de dagelijkse praktijk goed uit te leggen is en bijna altijd voldoet. Indien iemand voor de korte termijn een kans wil hebben op verlichting van zijn klachten, zou op basis van dit artikel in de BMJ verwijzing naar de fysiotherapie dus een evidence-based en doelmatige behandeling zijn. Ongeduldige patiënten in onze populatie hebben met de mogelijkheid van directe toegang inmiddels zelf de weg wel weten te vinden naar de fysiotherapeut. (MvW)