• Home
  • RSS overzicht
  • Monoklonale B-cellymfocytose: fysiologische bevinding of voorstadium van chronische lymfatische leukemie?
Main content

Monoklonale B-cellymfocytose: fysiologische bevinding of voorstadium van chronische lymfatische leukemie?

Datum: 07-05-2010

vri, 07/05/2010 - 08:13

Roger K. Schindhelm

M. (Rien) van Marwijk Kooy

Jules L.L.M. Coenen

Peter C. Huijgens

P.A. (Ellen) Kuiper-Kramer

 

  • De criteria voor de diagnose ‘chronische lymfatische leukemie’ (CLL) zijn recentelijk aangepast waarbij het absolute aantal monoklonale B-cellen in plaats van het totale aantal lymfocyten van belang is.

  • Bij 5 × 109/l monoklonale B-cellen of meer met het karakteristieke CLL-fenotype in het bloed is er sprake van een CLL; bij minder dan 5 × 109/l monoklonale B-cellen wordt gesproken van een monoklonale B-cellymfoctyose (MBL): een nieuwe ziekte-entiteit.

  • De prevalentie van MBL wordt geschat op 3% en kent een relatief mild verloop met een progressiekans van 1-2% per jaar om over te gaan in een CLL.

  • Na een eenmalige controle door een internist-hematoloog, om lymfadenopathie, organomegalie en infectieuze oorzaken van de lymfocytose uit te sluiten, kan volstaan worden met een jaarlijkse controle van het aantal lymfocyten door de huisarts en terugverwijzing in geval van progressie.

Literatuur: 
  1. Dores GM, Anderson WF, Curtis RE, et al. Chronic lymphocytic leukaemia and small lymphocytic lymphoma: overview of the descriptive epidemiology. Br J Haematol. 2007;139:809-19 Medline. doi:10.1111/j.1365-2141.2007.06856.x

  2. Redaelli A, Laskin BL, Stephens JM, Botteman MF, Pashos CL. The clinical and epidemiological burden of chronic lymphocytic leukaemia. Eur J Cancer Care (Engl). 2004;13:279-87 Medline. doi:10.1111/j.1365-2354.2004.00489.x

  3. Rawstron AC, Bennett FL, O’Connor SJ, et al. Monoclonal B-cell lymphocytosis and chronic lymphocytic leukemia. N Engl J Med. 2008;359:575-83 Medline. doi:10.1056/NEJMoa075290

  4. Müller-Hermelilink HK, Catosvsky D, Monserat E, Harris NL. Chronic lymphocytic leukaemia/small lympocytic lymphoma. In: Jaffe ES, Harris NL, Stein H, Vardiman JW, redacteuren. World Health Organization Classification of Tumours. Pathology and Genetics of Tumours and Haematopoietic and Lymphoid Tumours. 3e dr. Hfdst 6. Lyon: IARC Press; 2001. p. 127-30.

  5. Cheson BD, Bennett JM, Grever M, et al. National Cancer Institute-sponsored Working Group guidelines for chronic lymphocytic leukemia: revised guidelines for diagnosis and treatment. Blood. 1996;87:4990-7 Medline.

  6. Müller-Hermelink HK, Monserat E, Catovsky D, Harris NL, Stein H. Chronic lymphocytic leukaemia / small lymphocytic lymphoma. In: Swerdlow SH, Campo E, Harris NL, Jaffe ES, Stein H, Thiele J, Vardiman JW, redacteuren. World Health Organization Classification of Tumours of Haematopoietic and Lymphoid Tissues. 4e druk. Hfdst 10. Lyon: IARC Press; 2008. p. 180-2.

  7. Marti GE, Rawstron AC, Ghia P, et al. Diagnostic criteria for monoclonal B-cell lymphocytosis. Br J Haematol. 2005;130:325-32 Medline. doi:10.1111/j.1365-2141.2005.05550.x

  8. Oers van MH. Janssens A. Chronische lymfatische leukemie. In: Löwenberg B, Ossenkoppele GJ, De Witte T, Boogaerts MA, redacteuren. Handboek Hematologie. Hfdst 25. Utrecht: De Tijdstroom; 2008. p. 337-50.

  9. Rossi D, Sozzi E, Puma A, et al. The prognosis of clinical monoclonal B cell lymphocytosis differs from prognosis of Rai 0 chronic lymphocytic leukaemia and is recapitulated by biological risk factors. Br J Haematol. 2009;146:64-75 Medline. doi:10.1111/j.1365-2141.2009.07711.x

  10. Rawstron AC, Bennett FL, O’Connor SJ, et al. Monoclonal B-cell lymphocytosis and chronic lymphocytic leukemia. N Engl J Med. 2008;359:575-83 Medline. doi:10.1056/NEJMoa075290

  11. Shanafelt TD, Kay NE, Rabe KG, et al. Brief report: natural history of individuals with clinically recognized monoclonal B-cell lymphocytosis compared with patients with Rai 0 chronic lymphocytic leukemia. J Clin Oncol. 2009;27:3959-63 Medline. doi:10.1200/JCO.2008.21.2704

  12. Matos DM, Ismael SJ, Scrideli CA, de Oliveira FM, Rego EM, Falcão RP. Monoclonal B-cell lymphocytosis in first-degree relatives of patients with sporadic (non-familial) chronic lymphocytic leukaemia. Br J Haematol. 2009;147:339-46 Medline. doi:10.1111/j.1365-2141.2009.07861.x

  13. Andrews JM, Cruser DL, Myers JB, Fernelius CA, Holm MT, Waldner DL. Using peripheral smear review, age and absolute lymphocyte count as predictors of abnormal peripheral blood lymphocytoses diagnosed by flow cytometry. Leuk Lymphoma. 2008;49:1731-7 Medline. doi:10.1080/10428190802251787

  14. Kater AP, van Oers MH. Chronische lymfatische leukemie: hoog tijd voor een op het risico afgestemd beleid. Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:104-10 Medline.

  15. Shanafelt TD, Kay NE, Jenkins G, et al. B-cell count and survival: differentiating chronic lymphocytic leukemia from monoclonal B-cell lymphocytosis based on clinical outcome. Blood. 2009;113:4188-96 Medline. doi:10.1182/blood-2008-09-176149

  16. Shanafelt TD, Bowen D, Venkat C, et al. Quality of life in chronic lymphocytic leukemia: an international survey of 1482 patients. Br J Haematol. 2007;139:255-64 Medline. doi:10.1111/j.1365-2141.2007.06791.x

  17. Else M, Smith AG, Cocks K, et al. Patients’ experience of chronic lymphocytic leukaemia: baseline health-related quality of life results from the LRF CLL4 trial. Br J Haematol. 2008;143:690-7 Medline. doi:10.1111/j.1365-2141.2008.07407.x

Publicatie
A1520

In de classificatie van hematologische en lymfatische maligniteiten heeft men een nieuwe diagnostische entiteit voorgesteld: monoklonale B-cellymfocytose. Daarbij is het aantal B-cellen verhoogd, maar niet zo hoog als bij chronische lymfatische leukemie (CLL). De cellen hebben ook het fenotype van CLL en na verloop van tijd is er progressie van de ziekte naar CLL (1-2% per jaar). Een belangrijke aandoening dus.

Monoclonal B-cell lymphocytosis: physiological entity or preliminary stage of chronic lymphocytic leukaemia?

  • The criteria for the diagnosis of chronic lymphocytic leukaemia (CLL) have recently been changed, with the absolute number of monoclonal B cells instead of the total number of lymphocytes now important.

  • CLL is diagnosed when the number of monoclonal B cells with the characteristic CLL phenotype in peripheral blood exceeds 5 × 109/l; fewer than 5 × 109/l of monoclonal B cells with the characteristic CLL phenotype present in peripheral blood leads to a diagnosis of monoclonal B-cell lymphocytosis (MBL): a new diagnostic entity.

  • The prevalence of MBL is estimated to be 3% and has a relatively mild course with a progression rate from MBL to CLL of 1-2% per year.

  • After a single evaluation by a haematologist to exclude lymphadenopathy, organomegaly and infection as causes of the lymphocytosis, patients with MBL need only be evaluated once annually by their general practitioner for measurement of the blood lymphocyte count and referral in case of progression.

Uitgebreid: 
 

 

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 5 januari 2010

Isala klinieken, Zwolle.

Klinisch Chemisch Laboratorium: dr. R.K. Schindhelm, arts-epidemioloog en klinisch chemicus in opleiding; dr. P.A. Kuiper-Kramer, arts klinische chemie (tevens VU medisch centrum, Amsterdam, afd. Hematologie).

Afd. Interne Geneeskunde: dr. M. van Marwijk Kooy, internist-hematoloog; drs. J.L.L.M Coenen, internist-hematoloog-oncoloog.

VU medisch centrum, afd. Hematologie: prof.dr. P.C. Huijgens, internist-hematoloog. Contactpersoon: dr. R. K. Schindhelm (roger@schindhelm.nl).

Trefwoorden: 
monoklonale B-cellymfocytose chronische lymfatische leukemie
NTvG Nummer
2010
18
Toegankelijkheid
Niet voor studenten
Niet openbaar

 

Lees het volledige artikel