Nieuws

Huisarts in contact mét en over de patiënt

Gepubliceerd
1 december 2016
In de zorg voor mensen met chronische aandoeningen is ruimte voor substitutie. Dat houdt in dat een deel van de zorg die nu in de tweede lijn wordt geleverd, kan worden geboden in de eerste lijn en dat patiënten dus eerder terugverwezen kunnen worden naar de huisarts en de praktijkondersteuner. Voor het NHG is een van de voorwaarden voor substitutie dat het geen nadeel oplevert voor patiënten voor wat betreft de kwaliteit en continuïteit van zorg.
Wij vroegen mensen met een chronische aandoening uit het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (zie [kader]) hoe zij aankijken tegen de continuïteit van de zorg en hoe ze het contact ervaren met de huisarts en de specialist over wat zij belangrijk vinden in hun zorg.

Patiënten en hun ziektegeschiedenis

Drie kwart van de respondenten die het afgelopen jaar contact hadden met hun huisarts en/of specialist geeft aan dat huisarts en specialist goed op de hoogte zijn van hun medische geschiedenis, weten waarvoor zij de laatste keer langskwamen en wat er toen is afgesproken (zie [figuur]). Circa twee derde van hen geeft aan dat zij de huisarts goed kennen en dat de huisarts hun familieomstandigheden goed kent. Voor de medisch specialist liggen deze percentages iets lager, waaruit we kunnen concluderen dat de huisarts hen nader staat voor wat betreft hun persoonlijke situatie dan de medisch specialist.

Weten wat patiënten belangrijk vinden

De [figuur] laat zien dat 57% van de ondervraagde panelleden aangeeft dat de huisarts weet wat zij belangrijk vinden en dat iets minder dan de helft volgens patiënten niet goed weet wat zij belangrijk vinden in de zorg. Om de continuïteit van zorg te waarborgen zouden huisartsen en specialisten daarvan wél op de hoogte moeten zijn en zou het eveneens relevant zijn om te weten of de patiënt bij voorkeur in de eerste of de tweede lijn behandeld zou willen worden.

In contact blijven

Van de 57% van de patiënten die aangeven dat hun huisarts weet wat zij belangrijk vinden in hun zorg, geeft 68% aan dat deze ook voldoende contact met hen houdt als ze worden gezien door andere zorgverleners, zoals de medisch specialist. Van de 43% van de patiënten die aangeven dat hun huisarts niet goed op de hoogte is van wat ze willen, is dat slechts 15%. Hetzelfde patroon is zichtbaar als het gaat om het contact met de medisch specialist.
Uit onze resultaten blijkt dat huisartsen de situatie van patiënten goed kennen en goed zijn geïnformeerd over hun ziektegeschiedenis, maar dat dit er niet automatisch toe leidt dat de huisarts volgens patiënten ook weet wat zij belangrijk vinden in de zorg. Vanuit het oogpunt van substitutie en continuïteit van zorg, is het belangrijk als huisartsen goed in contact blijven met de patiënten ook wanneer die voor hun chronische aandoening (tijdelijk) gezien worden door een andere zorgverlener.
In het voorjaar van 2016 namen 1.593 zelfstandig wonende mensen met een chronische ziekte deel aan het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (responspercentage 72%). Panelleden zijn geselecteerd in huisartsenpraktijken op basis van een door een arts gestelde diagnose. Drieënvijftig procent betrof vrouwen, 60% was ouder dan 65 jaar, 38% had één chronische aandoening en 62% had twee of meer chronische aandoeningen, zoals diabetes, astma of COPD, en hart- en vaatziekten. Voor het vaststellen van continuïteit is gebruikgemaakt van de Nijmegen Continuity Questionnaire. Voor meer informatie zie www.nivel.nl/panels/nationaal-panel-chronisch-zieken-en-gehandicapten en het jaarverslag 2015 van de NPCG.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen