Main content

De derde bal

De meest dramatische variant was zonder meer die van de onlangs overleden Franse wielrenner Laurent Fignon. Hierdoor verloor hij de Tour de France van 1989 in de afsluitende tijdrit met acht seconden verschil van Greg Lemond. Peter Post werd er ooit op de baan in België Europees Kampioen achter de derny mee. En ook Joop Zoetemelk werd er in de Tour hevig door geplaagd. In deze aflevering gaat dokter Von Trapp in op een specifiek euvel van de fietsende heren der schepping: de derde bal. Er is al veel gezegd en geschreven over het wapperende staartje van Fignon en over het feit dat hij vanwege het niet dragen van een helm de slottijdrit op de Champs Elysees zou hebben verloren. Dat kan best waar zijn maar van zeker zo groot belang is dat Fignon zijn kansen niet optimaal kon verdedigen. Hij kon nauwelijks normaal op zijn zadel zitten vanwege een ‘derde bal’. Het siert de Fransman dat hij ondanks dit probleem toch nog een dijk van een tijdrit heeft neergezet en dat hij het nooit heeft aangevoerd als excuus voor zijn nederlaag. Een derde bal is een meestal 20 tot 30 mm grote zwelling in het perineum dichtbij de zitbeenderen. Het fenomeen komt meestal voor bij fietsers hoewel ook een geval bekend is van een bestuurder van een trillende grasmaaimachine. Histologisch gaat het om een pseudocyste met centrale fibrinoïde necrose, omgeven door dicht en stug bindweefsel.1 Omdat eromheen oedeemvorming en soms ontsteking optreedt, is er sprake van een behoorlijk gezwollen zitvlak en pijn. Er kan druknecrose ontstaan door compressie van het perineale bindweefsel tussen het fietszadel en de tuberi ischiadici en het voortdurend schuiven van het weefsel tegen de zitbeenderen door de trillingen van het zadel.2 Dit wordt gezien als oorzaak van de aandoening. Meestal is een operatieve ingreep nodig om het euvel te verhelpen. Een derde bal mag dan op zichzelf onschuldig zijn, het is voor (beroeps)wielrenners natuurlijk een erg belastende aandoening. Als je van de pijn en zwelling nauwelijks normaal op je zadel kunt zitten, wordt goed presteren in de koers wel heel erg lastig. Rabobankrenners Oscar Freire en Bram Tankink kunnen er uit eigen ervaring over meepraten. Freire was er een paar jaar geleden enkele maanden door uitgeschakeld en Tankink moest er in het voorjaar in Parijs-Nice voortijdig door afstappen.

Uit een Tour de France halverwege de jaren zeventig staat me nog een spectaculair ooggetuigenverslag bij van de wielerverslaggever van de Volkskrant over de derde bal van Joop Zoetemelk. De Nederlandse tourheld werd er al een aantal dagen ernstig door gehinderd. De sappigste verhalen en mogelijke oplossingen (‘biefstuk in de koersbroek’) deden de ronde in de kranten. Om hieraan een einde te maken, en ook aan eventuele twijfel aan de reden van zijn matige presteren, werd in de hotelkamer van Zoetemelk een heuse persconferentie annex demonstratie gehouden. Liggend op bed met slechts een handdoekje over zijn onderlichaam stond, of beter gezegd, lag Joop het verzamelde journaille te woord. Na uitgebreid te hebben verteld en vragen te hebben beantwoord over zijn pijnlijke ervaringen kwam de apotheose: Joop tilde zijn benen op en haalde het handdoekje weg. De oh’s, ah’s en andere kreten van afgrijzen en bewondering waren niet van de lucht… Dokter von Trapp

Literatuur

  1. 1. De Saint Aubain Somerhausen N, Geurde B, Couvreur Y. Perineal nodular induration: the ‘third testicle of the cyclist’, an underrecognized pseudotumour. 2003;42:615-6.
  2. 2. Asselbergs CPE, Loeff JWM, De Jongh GJ, De Winter TC. Perineale nodulaire induratie. Een zeldzame perineale zwelling bij fietsers. 2009;153:A58.