Main content

Jeuk, huidafwijkingen en een dode duif naast het slaapkamerraam

B. Diederen, H. Loomans, H. Berg

Samenvatting

Diederen BMW, Loomans H, Berg HF. Jeuk, huidafwijkingen en een dode duif naast het slaapkamerraam. Huisarts Wet 2006;49(4):213-5.?line-breakyes?>Elke huisarts krijgt wel eens te maken met een patiënt met moeilijk te begrijpen jeukklachten . In dit geval gaat het om een 48-jarige vrouw die bij haar huisarts kwam vanwege hardnekkige jeukklachten en huidafwijkingen. In eerste instantie dacht deze aan schurft (scabies), maar behandeling met lindaan had geen effect. De patiënte had kleine beestjes die in haar huis kropen opgevangen en meegenomen naar het spreekuur. De huisarts stuurde deze vervolgens op naar het Laboratorium voor Medische Microbiologie. Onderzoek van de mijten liet zien dat het ging om een infestatie door de vogelmijt, Dermanyssus gallinae. De vogelmijt maakt gebruik van de nesten van wilde of tamme vogels en leeft als parasiet van deze vogels. In het hier gepresenteerde geval waren de mijten afkomstig uit een duivennest. Na het stellen van de diagnose zijn simpele adviezen gegeven om de mijt te bestrijden en verdwenen de klachten. Het is raadzaam bij jeukklachten bedacht te zijn op parasieten als de vogelmijt, waarbij het probleem met eenvoudige maatregelen is op te lossen.

Casus

In september 2005 kwam mevrouw Van Kooten, 48 jaar, op het spreekuur. Zij had al een week last van gegeneraliseerde jeuk die steeds heviger werd. De jeuk was ’s nachts niet erger dan overdag. Bij lichamelijk onderzoek waren over het gehele lichaam, behalve het hoofd, uitgebreide papels en krabeffecten zichtbaar. Voor de differentiële diagnose dacht de huisarts(-in-opleiding, HL) allereerst aan schurft omdat gangetjes aanwezig leken aan beide onderarmen. Zij startte dan ook een lokale behandeling met lindaan en lidocaïne/levomentholsmeersel. De volgende dag verscheen patiënte echter opnieuw op het spreekuur met de mededeling dat ze in haar slaapkamer ‘kleine beestjes’ had zien kruipen. Ook vermeldde ze dat naast haar slaapkamerraam een boom stond met daarin een duivennest, maar dat de duif dood in haar nest lag. Ondertussen had zij op internet gezocht en bedacht dat het hier wellicht om de ‘duivenmijt’ kon gaan. Enkele van de ‘beestjes’ die vanuit het raam de slaapkamer binnenkropen had zij meegenomen en stuurde de huisarts op ter determinatie naar het Laboratorium voor Medische Microbiologie met vraagstelling: ‘Huiduitslag geduid als schurft; is er sprake van vogelmijt?’ Bij microscopisch onderzoek bleek het om mijten te gaan van ongeveer 1 mm groot die BD herkende als vogelmijten (Dermanyssusgallinae, figuur 1). De huisarts gaf patiënte het advies het duivennest te verwijderen en de slaapkamer grondig schoon te maken. Na ongeveer 5 dagen waren de jeuk en de huiduitslag verdwenen.

Bespreking

De vogelmijt – D. gallinae, ook wel bloedluis, duivenmijt of kippenbloedmijt genoemd – is een bloedzuigende parasiet van vogels.1,4 Vogelmijten maken gebruik van de nesten van wilde of tamme vogels en leven als parasieten van deze dieren. Zij leven in grote aantallen in vogelverblijfplaatsen, met name van pluimvee en duiven,1-3 maar niet op hun gastheer. Ze zijn erg lichtschuw, en houden zich overdag schuil in naden en kieren. ’s Nachts komen zij daaruit te voorschijn en voeden zich met het bloed van vogels; voor zonsopgang zijn zij weer verdwenen. Bij afwezigheid van de natuurlijke gastheer kunnen deze organismen ook tijdelijk op zoogdieren parasiteren, waaronder de mens. Invasie van woonhuizen of bijvoorbeeld kantoren vindt meestal plaats vanuit verlaten vogelnesten op zolder of onder een dak. Klassiek gebeurt dat in mei en juni, het seizoen dat vogels hun nesten verlaten. Hoewel zij mensen kunnen belagen en hun beten jeuk veroorzaken, blijven vogelmijten niet lang in leven bij de mens aangezien zij uitsluitend kunnen leven van vogelbloed.1,2 De huiduitslag betreft meestal jeukende rode papels van enkele millimeters in doorsnee. Het is ook mogelijk dat zich op de papel een vesikel ontwikkelt of dat er urticariële huidafwijkingen ontstaan. Urticariële maculae worden eveneens beschreven, maar deze komen minder vaak voor. De huiduitslag is morfologisch niet te onderscheiden van andere jeukende huidafwijkingen. De klinische verschijnselen bij vogelmijten zijn afhankelijk van het aantal aanwezige mijten en de individuele reactie van de gastheer op de beten. Er is geen specifieke voorkeurslocatie, maar meestal zitten zij op de huid die ‘s nachts onbedekt blijft. De vogelmijt heeft, in tegenstelling tot de schurftmijt, geen typische predelictieplaatsen tussen de vingers of ter hoogte van de pols en graaft ook geen kronkelige gangen in de hoornhuid. De huiduitslag betreft waarschijnlijk een allergische reactie op speekselbestanddelen van de mijt, een reactie die in verband met de optredende sensibilisatie heftiger wordt naarmate de infestatie langer duurt.2 De aandoening is ook als beroepsziekte beschreven bij kippenhouders en duivenmelkers. De huidafwijkingen deden zich bij hen met name voor aan handen en onderarmen.5 De diagnose wordt gesteld op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek (huiduitslag) en bevestiging met behulp van microscopisch onderzoek. Als de huisarts vogelmijt vermoedt, is het raadzaam te vragen naar werk (pluimveehouders, dierenartsen), hobby’s (duivenmelken), huisdieren (met name de parkiet, kanarie en papegaai) en de aanwezigheid van vogelnesten op balkons, in dakgoten, onder de dakpannen of op zolders. De vogelmijten zijn ongeveer 1 mm groot en worden bij klachten vaak in groten getale gevonden in de (slaap)kamer. De mijten lijken nog het meest op kleine spinnetjes. Eén of liefst meerdere van deze mijten moeten dan ter identificatie worden opgestuurd naar het laboratorium. Hiervoor kan bijvoorbeeld een (droge) urinecontainer worden gebruikt. De vogelmijt is morfologisch goed te onderscheiden van mijten die schurft (Sarcoptes scabiei), schaamluis (Phthirus pubis) of hoofdluis (Pediculus humanus corporis) veroorzaken (figuren 2-4).6 De behandeling is symptomatisch en de klachten verdwijnen vanzelf indien de bron wordt opgeruimd. De bestrijding van een infestatie bestaat dus met name uit het verwijderen van de vogelnesten. Met het blote oog zichtbare mijten binnenshuis kunnen met een stofzuiger verwijderd worden, waarna de stofzak weggegooid moet worden. Textiel kan in de wasmachine bij 60 oC gewassen worden en daarna bij voorkeur in de wasdroger gedroogd. Textiel dat beter niet gewassen kan worden kan gedurende een dag in een afgesloten plastic zak worden bewaard, waarin een antimottendoos enkele uren wordt opengezet. Deze doos verdampt langzaam dichloorvos, een insecticide met een breed werkingsspectrum.7 Indien deze maatregelen niet afdoende zijn, moet de hulp van de gemeentelijke afdeling ongediertebestrijding ingeroepen worden. Als de mijten afkomstig zijn uit een kippen- of duivenhok, moet het nestmateriaal worden verwijderd waarna het hok grondig moet worden schoongemaakt en behandeld met een insecticide. Indien de schoonmaak overdag plaatsvindt, hoeven de dieren niet behandeld te worden daar de mijten overdag niet op de gastheer aangetroffen worden.

Parasitaire ziektebeelden dreigen in ons zo hygiënische land in de vergetelheid te geraken. Toch zouden ze wel eens vaker kunnen voorkomen dan we denken. Huisartsen herkennen relatief zeldzame aandoeningen met een uitgebreide differentiële diagnose vanwege hun onbekendheid vaak niet. Het is raadzaam om bij patiënten met moeilijk thuis te brengen jeukklachten bedacht te zijn op parasieten als de vogelmijt, waarbij het probleem met eenvoudige maatregelen is op te lossen. Bron: Dermatovenerologie voor de eerste lijn. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2003.

Literatuur

  1. 1. Przybilla B, Ryckmanns F, Postner M, Klovekorn W. Epizootic disease caused by the mite Dermanyssus gallinae (De Geer 1778). Hautarzt 1983;34:335-8.
  2. 2. Prins M, Go IH, Van Dooren-Greebe RJ. Prurigo parasitaria: epizoönose door vogelmijten. Ned Tijdschr Geneeskd 1996;140:2550-2.
  3. 3. Nordenfoss H, Hoglund J, Uggla A. Effects of temperature and humidity on oviposition, molting and longevity of Dermanyssus Gallinae. J Med Entomology 1999;36:68-72.
  4. 4. Regan AM, Metersky ML, Craven DE. Nosocomial dermatitis and pruritus caused by pigeon mite infestation. Arch Intern Med 1987;147:2185-7.
  5. 5. Rossiter A. Occupational otitis externa in chicken catchers. J Laryngol Otol 1997;111:366-7.
  6. 6. Polderman AM, Rijpstra AC. Medische parasitologie. Handleiding bij de laboratoriumdiagnostiek. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 1999.
  7. 7. Van den Kerkhof J. Invasie uit de Oekraïne, of uit de dakgoot? Infectieziektenbulletin 2000;11:129-32.