Samenvatting

Dirven-Meijer PC, De Kock CA, Nonneman MGM, Van Sleeuwen D, De Witt-de Jong AWF, Burgers JS, Opstelten W, De Vries CJH. NHG Guideline Eczema. Huisarts Wet 2014;57(5):240-52.
The Dutch College of General Practitioners’ Guideline Eczema gives recommendations for the diagnosis and treatment of atopic dermatitis in children and adults. It replaces the earlier guideline on atopic dermatitis. The revised guideline also covers the diagnosis and treatment of contact dermatitis, acrovesicular eczema, nummular eczema, hypostatic eczema, and asteatotic eczema.
The occurrence of the different types of eczema is age dependent. For example, the prevalence of atopic dermatitis is highest in children, whereas contact dermatitis mainly occurs in adults, as a result of daily activities or work, and hypostatic eczema typically occurs in the elderly, as a result of venous insufficiency. The diagnosis is based on the patient history and examination. Additional investigations seldom contribute to the diagnosis or treatment of eczema and are only recommended if food allergy or contact dermatitis is suspected.
Patient education is an important aspect of the management of eczema. Emollients, whether or not used in combination with topical corticosteroids, are the cornerstone of treatment. To optimize compliance, patient preference is the main determinant of the choice of emollient. Patients with moderate eczema can often be treated adequately with class 1 or 2 topical corticosteroids. In contrast, patients with severe eczema should be treated with a class 3 topical corticosteroid; however, these corticosteroids should not be applied to the face or skin folds.
If the response to treatment is good, the use of topical corticosteroids should be reduced while the use of emollients is continued. The guideline provides recommendations for the stepwise reduction in corticosteroid use and for follow-up. General practitioners should consider how the daily activities and work of patients are affected by eczema and provide specific advice for the different types of eczema.
If appropriate topical treatment has insufficient effect or the use of corticosteroids cannot be reduced, the patient should be referred for specialist treatment. If the treatment of suspected contact dermatitis or acrovesicular eczema does not have a satisfactory effect after 6 to 8 weeks, patients should be referred for investigation of potential contact allergens.

Inbreng van de patiënt

De NHG-Standaarden geven richtlijnen voor het handelen van de huisarts; de rol van de huisarts staat dan ook centraal. Daarbij geldt echter altijd dat factoren van de kant van de patiënt het beleid mede bepalen. Om praktische redenen komt dit uitgangspunt niet telkens opnieuw in de richtlijn aan de orde, maar wordt het hier expliciet vermeld. De huisarts stelt waar mogelijk zijn beleid vast in samenspraak met de patiënt, met inachtneming van diens specifieke omstandigheden en met erkenning van diens eigen verantwoordelijkheid, waarbij adequate voorlichting een voorwaarde is.

Afweging door de huisarts

Het persoonlijk inzicht van de huisarts is uiteraard bij alle richtlijnen een belangrijk aspect. Afweging van de relevante factoren in de concrete situatie zal beredeneerd afwijken van het hierna beschreven beleid kunnen rechtvaardigen. Dat laat onverlet dat deze standaard bedoeld is om te fungeren als maat en houvast.

Delegeren van taken

NHG-Standaarden bevatten richtlijnen voor huisartsen. Dit betekent niet dat de huisarts alle genoemde taken persoonlijk moet verrichten. Sommige taken kunnen worden gedelegeerd aan de praktijkassistente, praktijkondersteuner of praktijkverpleegkundige, mits zij worden ondersteund door duidelijke werkafspraken waarin wordt vastgelegd in welke situaties de huisarts moet worden geraadpleegd en mits de huisarts toeziet op de kwaliteit. Omdat de feitelijke keuze van de te delegeren taken sterk afhankelijk is van de lokale situatie, bevatten de standaarden daarvoor geen concrete aanbevelingen.
Belangrijkste wijzigingen
  • Deze standaard vervangt de NHG-Standaard Constitutioneel eczeem en geeft ook richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van contacteczeem, acrovesiculeus eczeem, nummulair eczeem, hypostatisch eczeem en asteatotisch eczeem.
  • Teerpreparaten worden niet meer aangeraden voor de behandeling van constitutioneel eczeem in de huisartsenpraktijk.

Kernboodschappen
  • Bij de differentiaaldiagnostiek van eczeem speelt leeftijd een belangrijke rol.
  • Indifferente middelen, al dan niet in combinatie met lokale corticosteroïden, vormen de basis van de behandeling van eczeem.
  • Bij matig eczeem voldoen meestal klasse-1- of klasse-2-corticosteroïden.
  • Bij ernstig eczeem heeft starten met een klasse-3-corticosteroïd de voorkeur.
  • Bij verbetering van het eczeem worden corticosteroïden afgebouwd, maar de indifferente middelen gecontinueerd.
  • Lokale calcineurineremmers, zoals tacrolimus en pimecrolimus, worden voor behandeling van eczeem in de huisartsenpraktijk afgeraden.
  • Wees bij ieder eczeem bij volwassenen alert op de invloed van of op beroepswerkzaamheden.

Inleiding

De NHG-Standaard Eczeem geeft richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van constitutioneel eczeem, contacteczeem, acrovesiculeus eczeem, nummulair eczeem, hypostatisch eczeem en asteatotisch eczeem. Deze standaard vervangt de NHG-Standaard Constitutioneel eczeem en de Farmacotherapeutische richtlijn Contacteczeem. De aanbevelingen in de standaard zijn afgestemd op de richtlijn Constitutioneel eczeem en de richtlijn Contacteczeem van de Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie (NVDV) en de JGZ-richtlijn Huidafwijkingen.1 Omdat de incidentie en prevalentie van verschillende eczemen sterk zijn gerelateerd aan leeftijd, houdt de standaard in het diagnostische deel een leeftijdsindeling aan: tot vier jaar, van vier tot achttien jaar, en ouder dan achttien jaar. Bij jonge kinderen (arbitrair tot vier jaar) is constitutioneel eczeem het meestvoorkomende type eczeem in de huisartsenpraktijk. Andere bij jonge kinderen veelvoorkomende huidaandoeningen zijn seborroïsch eczeem en luiereczeem. Hiervoor wordt verwezen naar de FTR Seborroïsch eczeem en de FTR Luierdermatitis. Bij oudere kinderen komen naast constitutioneel eczeem andere typen eczeem voor, zoals acrovesiculeus eczeem, nummulair eczeem en contacteczeem. Bij volwassenen is contacteczeem naast of in combinatie met constitutioneel eczeem het meestvoorkomende type eczeem. Hypostatisch eczeem en asteatotisch eczeem komen voornamelijk op oudere leeftijd voor.

Achtergronden

Begrippen

Eczeemeczeem: een verzamelnaam voor jeukende, polymorfe huidaandoeningen met roodheid, oedeem, papels, blaasjes, korstjes, schilfers en/of lichenificatie, als gevolg van een niet-infectieuze ontstekingsreactie van de huid, veroorzaakt door intrinsieke en/of omgevingsfactoren.2
Constitutioneel eczeemeczeemconstitutioneel eczeem: eczemateuze huidaandoening op kenmerkende, leeftijdsafhankelijke plaatsen bij een droge huid en atopische constitutie.3,4
Contacteczeemcontacteczeem: eczemateuze huidaandoening veroorzaakt door huidcontact met bepaalde stoffen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in:
  • irritatief contacteczeemcontacteczeemirritatief contacteczeem, veroorzaakt door huidcontact met irriterende stoffen, zoals schoonmaakmiddelen; ook luiereczeemluiereczeem is een voorbeeld van irritatief contacteczeem;
  • allergisch contacteczeemcontacteczeem, veroorzaakt door huidcontact met een allergeen waarvoor bij eerder contact sensibilisatie is opgetreden; een voorbeeld hiervan is nikkelallergie.5

Acrovesiculeus (dyshidrotisch) eczeemeczeem: eczemateuze huidaandoening aan de handpalmen, voetzolen en zijkanten van vingers en tenen, waarbij jeuk en blaasjes domineren.6
Nummulair eczeemeczeem: eczemateuze huidaandoening dat zich manifesteert met ronde (‘nummulair’, ter grootte van een munt), matig scherp begrensde plekken.
Hypostatisch eczeemeczeem: eczemateuze huidaandoening van de onderbenen, met vooral (nattende) roodheid, korstjes en schilfering bij chronische veneuze insufficiëntie.
Asteatotisch eczeemeczeem (eczema craquelé): droge huid met bleekrode barstjes, vooral op onderbenen van oudere patiënten.
Zie de afbeeldingen in [kader Verschillende typen eczeem].

Kader Verschillende typen eczeem

Epidemiologie

Bij kinderen jonger dan 4 jaar komt constitutioneel eczeem verreweg het meest frequent voor.7 De prevalentie in de huisartsenpraktijk is bij kinderen &lt 1 jaar ongeveer 14%. In deze leeftijdsgroep is voor jongens de prevalentie hoger dan voor meisjes (respectievelijk 17 en 12%). Met het toenemen van de leeftijd daalt de prevalentie. Bij kinderen van 1 tot 4 jaar is de prevalentie ongeveer 8%.
Op de leeftijd van 4 tot 18 jaar is de prevalentie van constitutioneel eczeem ongeveer 3%. De prevalentie van irritatief contacteczeem bedraagt ook ongeveer 3%. Allergisch contacteczeem wordt in deze leeftijdsgroep zelden gezien. De overige eczemen die bij kinderen voorkomen (acrovesiculeus eczeem en nummulair eczeem) worden niet afzonderlijk geregistreerd, waardoor prevalentiecijfers ontbreken.
Vanaf 18 jaar is de prevalentie van contacteczeem in de huisartsenpraktijk ongeveer 4%. Het betreft vooral irritatief contacteczeem en veel minder vaak allergisch contacteczeem. De prevalentie van constitutioneel eczeem is ruim 1%. De overige eczemen worden niet afzonderlijk geregistreerd, waardoor prevalentiecijfers ontbreken. Bij verschillende beroepsgroepen komt werkgerelateerd irritatief of allergisch contacteczeem frequent voor, zoals bij kappers, schoonmakers, werknemers in de gezondheidszorg en metaalbewerkers.8 Vanaf de leeftijd van (arbitrair) 50 jaar neemt de prevalentie van hypostatisch eczeem en asteatotisch eczeem toe.

Pathofysiologie en natuurlijk beloop

Constitutioneel eczeem

Kenmerkend voor constitutioneel eczeem zijn een aangeboren gestoorde barrièrefunctie van de huid, waardoor een droge huid ontstaat, en een IgE-gemedieerde sensibilisatie voor inhalatie- en voedselallergenen. De epidermis van de aangedane huid is oedemateus met toegenomen perivasculaire infiltratie van lymfocyten, macrofagen en andere ontstekingscellen in de dermis. De precieze oorzaak van constitutioneel eczeem is onbekend. Meerdere factoren spelen een rol. Aanleg (constitutie) is een belangrijke factor. Het optreden en persisteren van constitutioneel eczeem op jonge leeftijd is geassocieerd met genetische defecten in het huidbarrière-eiwit filaggrine, waardoor de huid water minder goed kan vasthouden en sneller uitdroogt.9
Meer dan de helft van de kinderen met constitutioneel eczeem en een eerstegraadsfamilielid met een atopische aandoening heeft specifieke IgE-antistoffen tegen inhalatie- en voedselallergenen.10,11 De klinische betekenis hiervan is onduidelijk. Er is geen bewijs dat blootstelling aan of eliminatie van inhalatieallergenen het beloop van het eczeem beïnvloedt. Evenmin is er bewijs dat eliminatie van voedselallergenen het eczeem beïnvloedt, tenzij er sprake is van, overigens zeldzame, acute allergische reacties op voedsel (zie de NHG-Standaard Voedselovergevoeligheid).12
Een belangrijke beïnvloedende factor is het gebruik van water en zeep. Frequent gebruik hiervan verstoort de barrièrefunctie van de huid, waardoor de huid uitdroogt.
Constitutioneel eczeem begint meestal 3 tot 4 maanden na de geboorte. De meeste kinderen hebben mild eczeem.13 Op de leeftijd van 15 jaar heeft ongeveer 80% van de patiënten geen eczeem meer. Risicofactoren voor persisterend eczeem zijn: begin voor de leeftijd van 1 jaar, ernstig eczeem op jonge leeftijd en aanwezigheid van astma. Van alle kinderen met ernstig constitutioneel eczeem krijgt op latere leeftijd ongeveer 30% astma en 15% allergische rinitis.14
De lokalisatie van het eczeem verandert met de leeftijd: bij kinderen onder de twee jaar zijn meestal het gelaat (het gebied rond de neus en mond blijft vrij) en de behaarde hoofdhuid aangedaan, soms met uitbreiding naar de romp en de strekzijde van de extremiteiten. Na het tweede jaar zijn vooral de knieholten, elleboogplooien, polsen en enkels aangedaan.15 De ernst en de omvang kunnen sterk variëren, klachtenvrije periodes worden vaak afgewisseld met exacerbaties. Factoren die het eczeem kunnen verergeren zijn: zweten, warm of juist koud weer, textiel (ruwe vezels, zoals wol), ziekte, stress, schoonmaakmiddelen, zeep en shampoo.16

Contacteczeem

Irritatief contacteczeem ontstaat doordat lokaal irriterende stoffen de huid via directe inwerking beschadigen. Het ontstaan van irritatief contacteczeem hangt af van frequentie en duur van de blootstelling aan de irriterende stof en de barrièrefunctie van de huid. Hoewel er geen sensibilisatie plaatsvindt en er dus geen sprake is van een allergische reactie, leidt irritatief contacteczeem, door beschadiging van de huid en verstoorde huidbarrière, wel tot een verhoogd risico op sensibilisatie voor contactallergenen en op bacteriële huidinfecties. Voorkeurslokalisaties van contacteczeem zijn bij volwassenen de handen, voeten en het gelaat. Constitutioneel eczeem en atopie verhogen het risico op irritatief contacteczeem. Sommige plantensoorten (bereklauw, wijnruit, bleekselderij) veroorzaken in combinatie met zonlicht huidreacties. Dit zijn toxische irritatieve reacties. Irritatief contacteczeem kan persisteren wanneer vermijding van contact met de irriterende stof onmogelijk is.
Allergisch contacteczeem ontstaat door een immunologische, vertraagde (type IV) overgevoeligheidsreactie bij contact met een allergeen waarvoor na eerder contact sensibilisatie is opgetreden. Reacties kunnen zich hematogeen over het lichaam verspreiden via gesensibiliseerde T-lymfocyten en worden strooireacties genoemd. Een strooireactie is een eczemateuze reactie op een huidafwijking elders. Ook een strooireactie op een dermatomycose (een ide-reactie of mykide) is een vorm van allergisch contacteczeem (zie de NHG-Standaard Dermatomycose).
Allergisch contacteczeem verdwijnt na vermijding van het oorzakelijke allergeen, maar kan snel recidiveren na hernieuwd contact. De aanwezigheid van actief constitutioneel eczeem vergroot het risico op allergisch contacteczeem door beschadiging van de huid en verminderde barrièrefunctie.17
Een bijzondere vorm van allergisch contacteczeem is het fotoallergisch contacteczeemcontacteczeem. Dit is een allergisch contacteczeem van de aan zonlicht blootgestelde huid waarbij ultraviolette straling leidt tot vorming van allergenen. Sommige geneesmiddelen zoals sulfonamiden, tetracyclines en fenothiazinen, parfumbestanddelen en zonnebrandcrèmes (UV-filters) kunnen een fotoallergisch contacteczeem induceren.18
Na consequent vermijden van de irriterende stof of het allergeen duurt het ongeveer vier tot zes weken totdat het contacteczeem verdwenen is. Bij aanwezigheid van constitutioneel eczeem duurt het herstel langer.19

Acrovesiculeus en nummulair eczeem

Deze kunnen beide een uiting zijn van constitutioneel of allergisch contacteczeem (ook als strooireactie bij een dermatomycose), maar vaak is de precieze oorzaak onduidelijk. Er is weinig bekend over het natuurlijke beloop van acrovesiculeus en nummulair eczeem.20 Vaak worden bij deze eczemen klachtenvrije periodes afgewisseld met exacerbaties.

Hypostatisch en asteatotisch eczeem

Zowel hypostatisch eczeem als asteatotisch eczeem komen voornamelijk aan de onderbenen voor en zijn soms moeilijk van elkaar te differentiëren. Hypostatisch eczeem komt vaak voor bij veneuze insufficiëntie. Waarschijnlijk speelt het oedeem daarbij een rol, maar de precieze etiologie is onduidelijk. Daarnaast kan het dragen van therapeutisch-elastische kousen irritatie geven en is allergisch contacteczeem een mogelijke oorzaak.
Asteatotisch eczeem wordt veroorzaakt door uitwendige factoren, zoals een droge omgevingslucht in de winter en frequent wassen met zeep. Deze leiden tot een uitdroging van de huid met barsten van het stratum corneum. Er is weinig bekend over het natuurlijke beloop van hypostatisch en asteatotisch eczeem. Vaak worden bij deze eczemen klachtenvrije periodes afgewisseld met exacerbaties.

Richtlijnen diagnostiek

Anamnese

Omdat incidentie en prevalentie van de verschillende soorten eczeem sterk afhankelijk zijn van de leeftijd, is de leeftijd sturend bij het afnemen van de anamnese.
Vraag bij alle patiënten naar:
  • begin en beloop van de huidklachten;
  • lokalisatie van de huidafwijkingen, nu en tijdens eerdere episoden;
  • hinder: jeuk, krabben, eventuele verstoring van de nachtrust van de patiënt en het gezin, hinder bij dagelijkse bezigheden;
  • eerdere episoden van (constitutioneel) eczeem, beloop en (effect van) behandeling daarvan;
  • beïnvloedende factoren, zoals baden, douchen, gebruik van zeep;
  • gebruik van (zelf)medicatie.

Vraag eventueel naar:
  • schaamte voor het eczeem, verminderd zelfvertrouwen, invloed op seksualiteit;
  • ideeën van de patiënt, ouders/verzorgenden over behandeling met corticosteroïden.21

Leeftijd tot 4 jaar

Indien sprake is van jeukende huidafwijkingen op wangen, voorhoofd, de strekzijde van de extremiteiten bij kinderen &lt 2 jaar, in de elleboog- en knieholten, voorzijde enkels, nek en/of rond ogen bij kinderen vanaf 2 jaar (passend bij constitutioneel eczeem), vraag naar:
  • een droge huid;
  • astma of allergische rinitis bij de patiënt of een eerstegraadsfamilielid;
  • constitutioneel eczeem bij een eerstegraadsfamilielid;
  • aanwijzingen voor (zelden voorkomende) voedselallergievoedselallergie, zoals het optreden van acute klachten van de huid (galbulten, rash), het maagdarmstelsel (zwelling en jeuk van mondslijmvlies en lippen, buikpijn en diarree), de luchtwegen (hoesten en piepen) of bewustzijnsdaling na inname van bepaalde voedingsmiddelen.

Leeftijd van 4 tot 18 jaar

Indien sprake is van jeukende huidafwijkingen in elleboog- en knieholten, voorzijde enkels, nek en/of, rond ogen (passend bij constitutioneel eczeem), vraag dan naar:
  • een droge huidhuiddroge huid;
  • astma of allergische rinitis bij de patiënt of een eerstegraadsfamilielid;
  • constitutioneel eczeem bij een eerstegraadsfamilielid;
  • aanwijzingen voor (zelden voorkomende) voedselallergie, zoals het optreden van acute klachten van de huid (galbulten, rash), het maagdarmstelsel (zwelling en jeuk van mondslijmvlies en lippen, buikpijn en diarree), de luchtwegen (hoesten en piepen) of bewustzijnsdaling na inname van bepaalde voedingsmiddelen.

Indien sprake is van jeukende blaasjes aan de vingers, tenen, handpalmen of voetzolen (passend bij acrovesiculeus eczeem) of van meerdere jeukende ronde plekken op de romp of extremiteiten (passend bij nummulair eczeem), vraag dan naar:
  • huidafwijkingen elders (dermatomycose);
  • dagelijkse bezigheden, hobby’s, eventueel opleiding of werk;
  • huidcontact met metalen, zoals nikkel, chroom (in leer, cement), chemicaliën, parfumbestanddelen (zie [figuur 1] in de noot voor een overzicht per lichaamsdeel van producten die allergisch contacteczeem kunnen veroorzaken);22
  • (eerder) constitutioneel eczeem.

Indien sprake is van jeukende huidafwijkingen aan de handen, voeten en/of het gelaat ontstaan na huidcontact met irriterende of mogelijk allergene stoffen (passend bij contacteczeem), vraag dan naar:
  • dagelijkse bezigheden, hobby’s, eventueel opleiding of werk (zoals werk met frequent watercontact);
  • huidcontact met metalen, zoals nikkel, chroom (in leer, cement), chemicaliën, parfumbestanddelen (zie [figuur 1] in de noot voor een overzicht per lichaamsdeel van producten die allergisch contacteczeem kunnen veroorzaken);22
  • huidafwijkingen elders (dermatomycose);
  • (eerder) constitutioneel eczeem.

Leeftijd van 18 jaar en ouder

Indien sprake is van jeukende huidafwijkingen aan de handen, voeten en/of het gelaat ontstaan na huidcontact met irriterende of mogelijk allergene stoffen (passend bij contacteczeem), vraag dan naar:
  • werk (zoals werk met frequent watercontact), dagelijkse bezigheden, hobby’s, collega’s met vergelijkbare huidklachten;23
  • huidcontact met metalen, zoals nikkel, chroom (in leer, cement), chemicaliën, parfumbestanddelen (zie [figuur 1] in de noot voor een overzicht per lichaamsdeel van producten die allergisch contacteczeem kunnen veroorzaken);22
  • huidafwijkingen elders (dermatomycose);
  • (eerder) constitutioneel eczeem.

Indien sprake is van jeukende huidafwijkingen van elleboog- en knieholten, voorzijde enkels, nek, en/of rond de ogen (passend bij constitutioneel eczeem), vraag dan naar:
  • een droge huid;
  • astma of allergische rinitis bij de patiënt of een eerstegraadsfamilielid;
  • constitutioneel eczeem bij een eerstegraadsfamilielid.

Indien sprake is van jeukende blaasjes aan de vingers, tenen, handpalmen en/of voetzolen (aanwijzingen voor acrovesiculeus eczeem) of van meerdere jeukende ronde plekken passend bij nummulair eczeem), vraag dan naar:
  • huidafwijkingen elders (dermatomycose);
  • werk, dagelijkse bezigheden, hobby’s, collega’s met vergelijkbare klachten;
  • huidcontact met metalen, zoals nikkel, chroom (in cement, leer), chemicaliën, parfumbestanddelen (zie [figuur 1] in de noot voor een overzicht per lichaamsdeel van producten die allergisch contacteczeem kunnen veroorzaken);22
  • (eerder) constitutioneel eczeem.

Indien sprake is van jeukende huidafwijkingen aan de onderbenen (passend bij hypostatisch eczeem of asteatotisch eczeem), vraag dan naar:
  • klachten van veneuze insufficiëntie, zoals oedeem aan de onderbenen, een vermoeid zwaar gevoel in de benen en varices;
  • gebruik van therapeutische elastische kousen;
  • andere klachten/aandoeningen van de huid (pijn, toenemende roodheid, koorts).

Lichamelijk onderzoek

Inspecteer de aangedane huid en palpeer de niet aangedane huid. Let daarbij op:
  • lokalisatie (gelaat, behaarde hoofd, romp, extremiteiten, handen en voeten);
  • aard van de huidafwijkingen: roodheid, oedeem, papels, krabeffecten, blaasjes, korstjes, schilfering, lichenificatie;
  • aspect van de huidafwijking (nattend of droog);
  • tekenen van infectie: nattend aspect met pustels, purulent exsudaat, gele korstjes;
  • droge huid (ruw en droog aanvoelend).

Inspecteer bij afwijkingen aan de handen ook de voeten (strooireactie bij een dermatomycose). Let bij patiënten met eczeem aan de onderbenen op tekenen van chronische veneuze insufficiëntie (oedeem).
Voor bepaling van de ernst van constitutioneel eczeem kan de Three-Item-Severity-scoreThree-Item-Severity-score als praktisch hulpmiddel gebruikt worden. Drie aspecten van constitutioneel eczeem (roodheid, oedeem/papels en krabeffecten) worden gescoord naar ernst (afwezig = 0, mild = 1, matig = 2, ernstig = 3) op een plaats waar het eczeem het duidelijkst is. Mild eczeem komt overeen met een TIS-score &lt 3, matig eczeem met een TIS-score = 3 en &lt 6 en ernstig eczeem met een TIS-score = 6. De JGZ-richtlijn Huidafwijkingen adviseert JGZ-artsen om kinderen met constitutioneel eczeem met een TIS-score = 3 te verwijzen naar de huisarts voor behandeling met corticosteroïden.24
Let bij patiënten met een donkere huid op een plaatselijk donkere verkleuring.25 Door het pigment is de roodheid minder goed zichtbaar, waardoor het risico bestaat dat de mate van ernst wordt onderschat.

Aanvullend onderzoek

Aanvullend onderzoek is zelden nodig. Bloedonderzoek (IgE-bepalingIgE-bepaling) heeft geen therapeutische consequenties voor constitutioneel eczeem of andere typen eczeem.10
In de volgende situaties kan gericht aanvullend onderzoek wel zinvol zijn:
  • bij vermoeden van voedselallergie: verricht of verwijs voor voedselprovocatieonderzoek (zie de NHG-Standaard Voedselovergevoeligheid);
  • bij vermoeden van allergisch contacteczeem: aanvullend onderzoek naar mogelijke allergenen (‘plakproeven’); dit vindt alleen plaats in de tweede lijn (zie Verwijzing).26

Evaluatie

Eczeem wordt vaak veroorzaakt door een combinatie van factoren. Differentiatie tussen verschillende typen eczeem kan moeilijk zijn. Deze kunnen ook naast elkaar voorkomen. Dit geldt met name voor eczeem aan de handen. [Tabel 1] geeft een schematische samenvatting van de verschillende typen eczemen.
Stel op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek de volgende diagnoses:
Constitutioneel eczeem: wanneer er naast jeuk (hoofdkenmerk), ten minste 3 van de volgende kenmerken aanwezig zijn:3
  • eczeem op de buigzijden van de extremiteiten (elleboog- en knieholten, voorzijde enkels), nek, rond de ogen of, bij kinderen &lt 4 jaar, op wangen, voorhoofd en/of strekzijde van de extremiteiten;
  • klachten van een droge huid in het afgelopen jaar;
  • een voorgeschiedenis van huidafwijkingen op de buigzijden van de extremiteiten (elleboog- en knieholten, voorzijde enkels), nek, rond de ogen of op de wangen, voorhoofd en/of strekzijde van de ledematen;
  • astma of allergische rinitis, nu of in het verleden of bij een eerstegraadsfamilielid;
  • begin van de aandoening onder de leeftijd van 2 jaar.

Geïmpetiginiseerd eczeem: bij nattend eczeem met aanwezigheid van pustels, purulent exsudaat en gele korstjes. Impetiginisatie komt voornamelijk voor bij constitutioneel eczeem.
Eczema herpeticum: bij snel uitbreidende papels en blaasjes met uitgebreid purulent exsudaat, ziek zijn, malaise en hoge koorts.27
Irritatief contacteczeem: bij ontstaan en verergeren van eczeem op plaatsen van huidcontact met lokaal irriterende stoffen, vooral handen, voeten en gelaat.
Allergisch contacteczeem: bij ontstaan en verergeren van eczeem na huidcontact (handen, voeten, gelaat) met allergenen of als strooireactie bij huidafwijking elders op het lichaam. Zo nodig kan aanvullend onderzoek de diagnose bevestigen.
Acrovesiculeus eczeem: bij hevig jeukende blaasjes aan de handpalmen en voetzolen en zijkanten van vingers en tenen zonder duidelijke onderliggende oorzaak.
Nummulair eczeem: bij jeukende ronde matig scherp begrensde rode huidafwijkingen met blaasjes, papels en/of schilfers zonder duidelijk onderliggende oorzaak.
Hypostatisch eczeem: bij onscherp begrensde roodheid, oedeem en krabeffecten aan de onderbenen bij chronische veneuze insufficiëntie.
Asteatotisch eczeem: bij een droge huid met bleekrode barstjes in de hoornlaag, meestal aan de onderbenen bij ouderen.
Differentiaaldiagnostisch zijn de volgende aandoeningen van belang:
  • seborroïsch eczeemeczeem: meestal scherp begrensde roodheid met vettige, gelige schilfering, vooral op plaatsen waar veel talgklieren aanwezig zijn; behaarde hoofdhuid, haargrens, nasolabiaalplooien, bij jonge kinderen voornamelijk de behaarde hoofdhuid (zie de FTR Seborroïsch eczeem);
  • luiereczeemluiereczeem: roodheid, schilfering, soms papels, vesikels, erosies in het luiergebied (zie de FTR Luierdermatitis);
  • dermatomycose: zich centrifugaal uitbreidende, scherp begrensde roodheid met schilfering en randactiviteit, met meestal centrale genezing in gelaat, hals, romp, extremiteiten; aan de voeten rode schilferende plek(ken) met blaasjes en pustels op voetzool en voetrand of maceratie en interdigitale kloofjes, vooral tussen vierde en vijfde teen (zie de NHG-Standaard Dermatomycose);
  • intertrigo door candida: felrode nattende scherpbegrensde plekken met randschilfering, jeuk en, zeer specifiek, satellietvorming, ‘eilandjes voor de kust’ (zie de NHG-Standaard Dermatomycose);
  • psoriasis: rode, scherp begrensde, verheven plekken met een zilvergrijze schilfering op de strekzijden van de knieën of ellebogen, het behaarde hoofd en de lumbosacrale regio (zie de NHG-Standaard Psoriasis);
  • tylotisch eczeemeczeem: onscherp begrensde roodheid met schilfering en forse keratose, al dan niet met ragaden aan de handpalmen en voetzolen;28
  • dermatitis perioralis: branderige roodheid, papels en pustels rond de mond, waarbij een smalle zoom rond het lippenrood vrij blijft (zie de FTR Dermatitis perioralis);
  • rosacea: symmetrische persisterende vlekkerige roodheid in het gelaat met teleangiëctasieën en recidiverende papels en papulopustels;
  • granuloma annulare: niet-jeukende lichtrode gladde dermale papels en noduli, die kunnen samenvloeien tot ringvormige papuleuze of noduleuze huidafwijking met centrale genezing, vooral op vingers, handruggen, armen en voetruggen;
  • cellulitis: onscherp begrensde glanzend rode, warm en gezwollen huid, soms bulleus (zie de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties);
  • scabiës: roodheid, jeuk, krabeffecten, ‘gangetjes’ tussen de vingers (zie de FTR Scabiës);
  • urticaria: snel opkomende, voorbijgaande scherp begrensde erythemateuze zwellingen, die in grootte variëren van enkele millimeters tot centimeters en die meestal hevig jeuken of een branderig gevoel geven (zie de FTR Urticaria);
  • lichen sclerosus: atrofie (‘sigarettenpapier’) en/of hyperkeratose, macroscopisch herkenbaar als scherp begrensde, porseleinwitte glanzende plekken (zie de NHG-Standaard Lichen sclerosus).

Tabel1Kenmerken verschillende typen eczeem
Leeftijd en type eczeemLokalisatieKenmerken klinisch beeld, natuurlijk beloopDifferentiaaldiagnose
Constitutioneel eczeem
  • vanaf 3 tot 4 maanden na geboorte
  • krabeffecten
  • droge huid
  • atopische constitutie
  • invloed van externe factoren zoals warmte, seizoen, baden/douchen, stress
  • 80% heeft op 15-jarige leeftijd geen klachten meer
  • bij ernstig eczeem: ontwikkelt ongeveer 30% later astma, 15% allergische rinitis
  • seborroïsch eczeem (‘berg’)
  • luiereczeem
  • intertrigo door candida
  • geïmpetiginiseerd constitutioneel eczeem
4 tot 18 jaar
Constitutioneel eczeemknie- en elleboogholtes, voorzijde enkels, nek en/of rond ogen
  • krabeffecten
  • droge huid
  • atopische constitutie
  • invloed van externe factoren zoals warmte, seizoen, baden/douchen, stress
  • verhoogd risico op irritatief eczeem
  • vaak spontane remissie op oudere leeftijd
  • geïmpetiginiseerd constitutioneel eczeem
  • irritatief contacteczeem
  • allergisch contacteczeem
Acrovesiculeus eczeemzijkanten vingers, tenen, handpalmen en voetzolen
  • krabeffecten
  • blaasjes (of kleine erosies)domineren
  • strooireactie bij dermatomycose
  • constitutioneel eczeem
  • allergisch contacteczeem
  • scabiës
Nummulair eczeemromp, extremiteiten
  • krabeffecten
  • ronde huidafwijkingen
  • constitutioneel eczeem
  • geïmpetiginiseerd eczeem
  • allergisch contacteczeem
  • dermatomycose
  • psoriasis
  • granuloma annulare
Irritatief contacteczeemafhankelijk van lokalisatie huidcontact met irriterende stof (meestal handen, voeten, gelaat)
  • jeuk minder dominant
  • beloop afhankelijk van huidcontact met irriterende stof (dagelijkse bezigheden/eventueel beroep)
  • constitutioneel eczeem
  • geïmpetiginiseerd eczeem
  • allergisch contacteczeem
  • dermatitis perioralis
Allergisch contacteczeemafhankelijk van lokalisatie huidcontact met allergeen (meestal handen, voeten of gelaat) of strooireactie
  • beloop afhankelijk van huidcontact met allergeen (dagelijkse bezigheden/eventueel beroep)
  • strooireactie bij dermatomycose
  • constitutioneel eczeem
  • irritatief contacteczeem
  • dermatomycose
  • dermatitis perioralis
  • urticaria
= 18 jaar
Irritatief contacteczeemafhankelijk van lokalisatie huidcontact met irriterende stof (meestal handen, voeten of gelaat)
  • jeuk minder dominant
  • beloop afhankelijk van huidcontact met irriterende stof (dagelijkse bezigheden/beroep)
  • constitutioneel eczeem
  • geïmpetiginiseerd eczeem
  • allergisch contacteczeem
  • tylotisch eczeem
  • dermatitis perioralis
Allergisch contacteczeemafhankelijk van lokalisatie huidcontact met allergeen (meestal handen, voeten of gelaat) of strooireactie
  • beloop afhankelijk van huidcontact met allergeen (dagelijkse bezigheden/eventueel beroep)
  • strooireactie bij dermatomycose
  • constitutioneel eczeem
  • irritatief contacteczeem
  • dermatomycose
  • dermatitis perioralis
  • urticaria
Constitutioneel eczeemknie- en elleboogholtes, voorzijde enkels, nek en/of rond ogen
  • krabeffecten
  • droge huid
  • atopische constitutie
  • invloed van externe factoren als warmte, seizoen, baden/douchen, stress
  • verhoogd risico op irritatief eczeem
  • geïmpetiginiseerd eczeem
  • irritatief contacteczeem
  • allergisch contacteczeem
  • rosacea
Acrovesiculeus eczeemzijkanten vingers, tenen, handpalmen en voetzolen
  • krabeffecten
  • blaasjes (of kleine erosies) domineren
  • strooireactie bij dermatomycose
  • constitutioneel eczeem
  • allergisch contacteczeem
  • tylotisch eczeem
  • scabiës
Nummulair eczeemromp, extremiteiten
  • krabeffecten
  • ronde huidafwijkingen
  • constitutioneel eczeem
  • geïmpetiginiseerd eczeem
  • allergisch contacteczeem
  • dermatomycose
  • psoriasis
  • granuloma annulare
Hypostatisch eczeemonderbenen
  • (nattende) roodheid
  • oedeem
  • krabeffecten
  • vooral bij chronische veneuze insufficiëntie
  • asteatotisch eczeem
  • cellulitis
  • allergisch contacteczeem
Asteatotisch eczeem(vooral) onderbenen
  • droge huid, bleekrode barstjes
  • oudere patiënten
  • invloed van externe factoren zoals seizoen en baden/douchen
  • hypostatisch eczeem
  • cellulitis

Richtlijnen beleid

Voor het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen een algemeen beleid dat bij alle typen eczeem van toepassing is en een specifiek beleid gericht op het type eczeem.

Algemeen beleid

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen

Geef de volgende uitleg en adviezen:
  • leg uit dat eczeem niet vies of besmettelijk is;
  • adviseer bij een droge huid altijd indifferente middelenmiddelenindifferente middelen te gebruiken;
  • adviseer kort (richttijd 5 minuten), handwarm (37 °C) en weinig frequent te baden/douchen (bij kinderen &lt 1 jaar 2 tot 3 keer per week),29 weinig zeep te gebruiken en een droge huid daarna in te smeren met een indifferent middel. Overweeg ongeparfumeerde badolie te laten gebruiken;
  • in aansluiting op de gegeven mondelinge voorlichting kan de huisarts de patiënt verwijzen naar de informatie over eczeem op de NHG-Publiekswebsite www.thuisarts.nl of de betreffende tekst (voorheen NHG-Patiëntenbrief) meegeven (via het HIS). Deze patiënteninformatie is gebaseerd op de NHG-Standaard.

Medicamenteuze behandeling

Indifferente middelen, al dan niet in combinatie met lokale corticosteroïden, vormen de basis van de behandeling van eczeem. Het gebruik van lokale calcineurineremmerscalcineurineremmers wordt afgeraden voor behandeling van eczeem in de eerste lijn. Deze zijn niet effectiever dan corticosteroïden en de effecten van lokale immunosuppressie zijn op lange termijn onbekend.30,31 Teerpreparatenteerpreparaten worden niet meer aanbevolen voor de behandeling van eczeem in de eerste lijn, wegens beperkt bewijs voor de effectiviteit en veiligheid.32

Lokale behandeling met indifferente middelen

Gebruik van indifferente middelen verhoogt het vochtgehalte van de huid en vermindert de jeuk en irritatie. De praktische adviezen berusten voornamelijk op ervaring. Het is onbekend welk middel het meest effectief is. De voorkeur van de patiënt speelt een belangrijke rol bij de keuze voor het indifferente middel.33
Hierbij gelden de volgende aanbevelingen:
  • geef elke patiënt onafhankelijk van de ernst van het eczeem voorlichting over het doel en gebruik van indifferente middelen;
  • laat de patiënt verschillende indifferente middelen proberen (zie [tabel 2] voor een overzicht van preparaten); eerdere ervaringen van de patiënt bepalen mede de keuze;34
  • schrijf als de patiënt tevreden is over het indifferente middel (of een combinatie van indifferente middelen) meerdere tubes van 100 g voor;
  • adviseer de zalf en/of (vet)crème 1 tot 2 keer per dag (afhankelijk van de droogte van de huid) te smeren. De frequentie en hoeveelheid van aanbrengen is in principe niet beperkt;
  • adviseer bij gelijktijdig gebruik van lokale corticosteroïden de indifferente zalf en/of (vet)crème minimaal 1 uur na de corticosteroïden aan te brengen.35

Tabel2Indifferente middelen (in oplopende vethoudendheid)
Basis Preparaat
Crèmecetomacrogolcrème lanettecrème
Vetcrèmevaselinecetomacrogolcrème vaselinelanettecrème
Zalfkoelzalf (= unguentum leniens)
cetomacrogolzalf lanettezalf paraffine/vaseline in gelijke delen

Lokale behandeling met corticosteroïden

Corticosteroïden onderdrukken de ontstekingsreactie en bestrijden de jeuk.36 Deze middelen zijn ingedeeld in klassen van oplopende sterkte. Het is onduidelijk welk middel per klasse het meest effectief is. Bij de keuze wordt rekening gehouden met de kosten. [Tabel 3] bevat voorbeelden van goedkope generieke middelen. Overweeg bij kinderen met uitgebreid ernstig eczeem een duurder klasse-3-corticosteroïd te gebruiken met een korte halfwaardetijd, zoals fluticasonpropionaat.36 Klasse-4-corticosteroïden worden voor behandeling van eczeem in de eerste lijn ontraden.
Tabel3Voorbeelden corticosteroïden per klasse
Sterkte Middel Basis
Klasse 1hydrocortisonacetaat 1%zalf/vaselinecrème/crème
Klasse 2triamcinolonacetonide 0,1%zalf/vaselinecrème/crème
Klasse 3betamethasonvaleraat 0,1%zalf/crème
Het doel van behandeling met corticosteroïden is een volledige remissie van het eczeem. Hierbij gelden de volgende aanbevelingen:
  • bepaal de behandeling op grond van de ernst van het eczeem, het effect van de behandeling en de frequentie waarin exacerbaties optreden (zie [tabel 4]); eerdere ervaringen van de patiënt bepalen mede de keuze;
  • begin bij mild eczeem (TIS-score &lt 3) met indifferente middelen. Start bij matig eczeem (TIS-score = 3 en &lt 6) met een klasse-1-corticosteroïd en behandel vervolgens bij onvoldoende effect met een klasse-2-corticosteroïd. Start bij ernstig eczeem (TIS-score = 6) met een klasse-3-corticosteroïd (niet in gelaat of lichaamsplooien);38
  • kies bij nattend eczeem een corticosteroïd op crèmebasis en kies bij droog eczeem een vette basis (zalf of vetcrème, zoals vaselinecrème);
  • start met 2 maal daags aanbrengen van corticosteroïden (zie [tabel 4]) en verlaag de frequentie na 1 tot 2 weken altijd naar 1 maal daags;39
  • uitleg (mondelinge en schriftelijke instructie) over het smeren is belangrijk voor een optimaal effect. [Tabel 5] is een hulpmiddel voor de hoeveelheid te gebruiken zalf/crème per lichaamsdeel, uitgedrukt in het aantal vingertopeenheden (VTE). Een streepje zalf met de lengte van een vingertop (het distale wijsvingerkootje van een volwassene) is een VTE en komt ongeveer overeen met 0,5 g zalf (zie [figuur 2] en [tabel 5]);40
  • behandel eczeem met corticosteroïden totdat de roodheid, oedeem/papels en krabeffecten verdwenen zijn;
  • houd bij langdurig gebruik rekening met de maximaal te gebruiken hoeveelheden per week (zie [tabel 6]);
  • benadruk dat bijwerkingen van klasse-1- of klasse-2-corticosteroïden zeldzaam zijn bij het geadviseerde beleid;
  • klasse-1- of klasse-2-corticosteroïden kunnen ook kortdurend (2 tot 3 weken) op de oogleden worden gebruikt, behalve bij oogaandoeningen zoals glaucoom;41
  • beperk dagelijks gebruik van klasse-3-corticosteroïden tot 2 à 3 weken; bij langdurig dagelijks gebruik is er kans op lokale bijwerkingen, zoals atrofie, teleangiëctasieën, hypopigmentatie en striae. Wanneer de corticosteroïden slechts enkele dagen per week voor langere tijd worden gebruikt (als pulse-therapiepulse-therapie), treden deze bijwerkingen zelden op;
  • overweeg bij kinderen met uitgebreid ernstig eczeem een klasse-3-preparaat te gebruiken met een korte halfwaardetijd, zoals fluticasonpropionaat;36
  • tijdens de zwangerschap is gebruik van klasse-1- en klasse-2-corticosteroïden veilig (zie ook de NHG-Standaard Zwangerschap en Kraamperiode).42

Tabel4Lokale behandeling van eczeem
Ernst Behandeling
mild eczeem (lichte roodheid, weinig tot geen oedeem of krabeffecten) TIS-score &lt 3Start indifferent middel 1 tot 2 maal daags en na douchen of baden.
  • evalueer het effect van (aanpassing van) behandeling na 1 tot 2 weken:
bij verbetering:
  • continueer indifferent middel, minimaal 1 maal daags en na douchen of baden; zo nodig vaker.
bij onvoldoende effect:
  • ga mogelijke oorzaken na (therapietrouw, beïnvloedende factoren) en continueer de behandeling voor 1 week bij onvoldoende therapietrouw;
  • continueer bij goede therapietrouw met een vetter preparaat of zie beleid bij matig eczeem.
matig eczeem (matige roodheid, licht oedeem en krabeffecten) TIS-score = 3 en &lt 6Start klasse-1-corticosteroïd 2 maal daags en indifferent middel 1 tot 2 maal daags.
  • evalueer het effect van (aanpassing van) behandeling na 1 tot 2 weken:
bij verbetering:
  • klasse-1-corticosteroïd 1 maal daags;
  • bouw af door steeds meer opeenvolgende dagen te staken (zie voor afbouwschema [tabel 10] en [tabel 11] in de noot);43
  • continueer de indifferente therapie.
bij onvoldoende effect:
  • ga mogelijke oorzaken na (therapietrouw, beïnvloedende factoren) en continueer de behandeling voor 1 week bij onvoldoende therapietrouw;
  • bij goede therapietrouw zie beleid bij klasse-2-corticosteroïd.
Klasse-2-corticosteroïd 1 tot 2 maal daags en indifferent middel 1 tot 2 maal daags.
  • evalueer het effect van (aanpassing) van behandeling na 1 tot 2 weken:
bij verbetering:
  • continueer klasse-2-corticosteroïd 1 maal daags;
  • bouw af door steeds meer opeenvolgende dagen te staken (zie voor afbouwschema [tabel 10] en [tabel 11] in de noot);43
  • continueer de indifferente therapie;
  • evalueer (eventueel telefonisch) bij afbouwen na 2 tot 3 weken en na 6 weken en behandel een eventueel recidief op basis van de ernst.
bij onvoldoende effect:
  • ga mogelijke oorzaken na (therapietrouw, beïnvloedende factoren) en continueer de behandeling voor 1 week bij onvoldoende therapietrouw;
  • bij goede therapietrouw zie beleid bij ernstig eczeem of verwijs indien afbouwen van klasse-2-corticosteroïden niet lukt bij eczeem in gelaat of lichaamsplooien.
ernstig eczeem (forse roodheid, oedeem/papels en duidelijke krabeffecten) TIS-score = 6Start klasse-3-corticosteroïd (niet in gelaat of lichaamsplooien) 1 tot 2 maal daags en indifferent middel 1 tot 2 maal daags.
  • evalueer het effect van (aanpassing) van behandeling na 1 tot 2 weken:
bij verbetering:
  • bouw af door steeds meer opeenvolgende dagen te staken (zie voor afbouwschema [tabel 10] en [tabel 11] in de noot)43 of behandel als bij matig eczeem;
  • continueer de indifferente therapie;
  • evalueer bij afbouwen na 2 tot 3 weken en na 6 weken en behandel een eventueel recidief op basis van de ernst.
bij onvoldoende effect:
  • ga onderliggende oorzaken na (therapietrouw, beïnvloedende factoren) en continueer de behandeling voor 1 week bij onvoldoende therapietrouw;
  • continueer bij goede therapietrouw klasse-3-corticosteroïd maximaal 1 maal daags en evalueer wekelijks;
  • bouw altijd af na 2 tot 3 weken door steeds meer opeenvolgende dagen te staken (zie voor afbouwschema [tabel 10] en [tabel 11] in de noot);43
  • verwijs indien afbouwen van corticosteroïden niet lukt.
frequente recidieven
  • overweeg bij frequente recidieven preventieve pulse-therapie met klasse-2-corticosteroïd 1 maal daags gedurende 2 tot 4 opeenvolgende dagen per week, naast dagelijks gebruik van een indifferent middel of verwijs.49
Tabel5Overzicht gebruik vingertoppen zalf bij kinderen en volwassenen
LeeftijdAantal vingertopeenheden* per keer smeren
hoofd en halsarm en handbeen en voetromp (voorzijde)rug en billengehele lichaam
3-12 mnd111,511,58,5
1-2 jaar1,51,522313,5
3-5 jaar1,52333,518
6-10 jaar22,54,53,5524,5
> 10 jaar2,54 (alleen hand: 1)8 (alleen voet: 2)7740,5
* een vingertopeenheid komt ongeveer overeen met 0,5 g.
komt overeen met 140 g zalf per week bij 1 dd smeren.
Tabel6Maximaal toe te passen hoeveelheid corticosteroïden per week bij langdurig gebruik*
Leeftijdsgroep Klasse 1 Klasse 2 Klasse 3
30 g30 guitsluitend kortdurend bij ernstig eczeem
2-18 jaar60 g60 g50 g
volwassenen geen beperking100 g100 g
* gebruik klasse-2- en klasse-3-preparaten niet langer dan 2 tot 3 weken dagelijks.

Specifiek beleid

Constitutioneel eczeem

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen44
Besteed aandacht aan de volgende punten:
  • oorzaak: de precieze oorzaak is onbekend. Aanleg (constitutie) en omgevingsfactoren spelen een rol;
  • beloop: ongeveer 80% van de kinderen heeft op de leeftijd van 15 jaar geen klachten meer. Indien het eczeem in het eerste levensjaar begint, ernstig is op jonge leeftijd of bij aanwezigheid van astma, is het risico op aanhoudend eczeem verhoogd. Van alle kinderen met ernstig constitutioneel eczeem krijgt ongeveer 30% op latere leeftijd astma en 15% allergische rinitis. Klachtenvrije periodes worden vaak afgewisseld met exacerbaties;
  • bloedonderzoek en eliminatie allergenen: bloedonderzoek (IgE-bepaling) heeft geen consequenties voor de diagnose en behandeling. Eliminatie van huisstofmijt heeft geen duidelijke invloed op constitutioneel eczeem en wordt ontraden. Voedselallergie is meestal geen oorzaak van constitutioneel eczeem. Ontraad experimenteren met eliminatiediëteneliminatiediëten, ook tijdens de lactatieperiode;45
  • belang van indifferente middelen: gebruik van indifferente middelen verhoogt de vochtigheid van de huid en vermindert de jeuk en irritatie, ook als het eczeem rustig is;
  • risicofactoren voor exacerbaties: warmte, synthetische of wollen kleding en ook ontvettende stoffen zoals zeep en shampoo kunnen de huid prikkelen of uitdrogen en de klachten doen verergeren. Door intercurrente (infectie)ziekten kan het eczeem opvlammen. De seizoenen kunnen een wisselende invloed hebben: bij sommigen verergert het eczeem in de winter, bij anderen juist in de zomer. Stress kan een rol spelen;
  • krabben: jeuk geeft aanleiding tot krabben, waardoor het eczeem verergert. Huidbeschadiging door krabben kan worden tegengegaan door de nagels kort te houden en door het kind eventueel handschoentjes of wantjes te laten dragen. Overweeg bij uitgebreid matig of ernstig eczeem een verbandpak voor te schrijven;46
  • psychosociale gevolgen: huidcontact is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Bij oudere kinderen en volwassenen wordt aandacht besteed aan de gevoelens die met het eczeem gepaard kunnen gaan, zoals schaamte, angst en verminderd zelfvertrouwen. Ga ook in op de gevolgen hiervan voor het sociaal functioneren;
  • werk: bij hinder van het eczeem op het werk is het verstandig om contact op te nemen met de bedrijfsarts (indien aanwezig) voor preventieve maatregelen. Ook bij geïnfecteerd eczeem en werkzaamheden in de zorg of voedingsmiddelenindustrie is contact met de bedrijfsarts aangewezen voor eventuele aanpassing van de werkzaamheden om verspreiding te voorkomen (zie de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties);
  • patiëntenvereniging: de patiëntenvereniging Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem (VMCE) kan patiënten met (chronisch) eczeem ondersteunen in het omgaan met hun aandoening.47

Medicamenteuze behandeling

Lokale behandeling
Huidverzorging met indifferente middelen is de basis van de behandeling, ook als het eczeem rustig is. Geef zo nodig (bij jeuk en tekenen van ontsteking) corticosteroïden conform het stappenplan in [tabel 4].
Behandeling met sederende antihistaminica
Er is onvoldoende bewijs voor een gunstig effect van niet-sederende antihistaminica op jeuk bij constitutioneel eczeem. Overweeg uitsluitend bij verstoring van de nachtrust door hevige jeuk, kortdurend (maximaal 1 tot 2 weken) en alleen voor de nacht, een sederend antihistaminicum voor te schrijven of verwijs. Zie noot voor de middelen en doseringen.48
Behandeling bij recidief of exacerbatie
Ga eventuele oorzaken na (therapietrouw bij gebruik van indifferente middelen en eventueel corticosteroïden, beïnvloedende factoren). Hervat het gebruik van corticosteroïden volgens de adviezen in [tabel 4]. Overweeg afspraken te maken met de patiënt over het zelfstandig aanpassen van de lokale behandeling bij een exacerbatie. De afbouwschema’s zijn te gebruiken als leidraad voor de behandeling (zie voor afbouwschema [tabel 10] en [tabel 11] in de noot).43
Behandeling bij frequente recidieven van matig tot ernstig eczeem
Overweeg preventieve behandeling met klasse-2-corticosteroïden op 2 tot 4 achtereenvolgende dagen van de week (pulse-therapie), naast dagelijks gebruik van een indifferent middel.49 De afbouwschema’s zijn te gebruiken als leidraad voor de behandeling (zie voor afbouwschema [tabel 10] en [tabel 11] in de noot).43 Of verwijs (zie Verwijzing).
Behandeling van geïnfecteerd eczeem
Bij de aanwezigheid van pustels, purulent exsudaat en gele korstjes is er sprake van geïnfecteerd eczeem, ook wel geïmpetiginiseerd eczeemeczeem genoemd. De verwekker is doorgaans Staphylococcus aureus. De infectie kan het eczeem verergeren. Door het eczeem goed te behandelen, neemt de kolonisatie met Staphylococcus aureus af en kan de infectie overgaan.50 Behandel als volgt:
  • intensiveer bij lokaal beperkte impetiginisatie van eczeem de behandeling gedurende een week conform [tabel 4];
  • wanneer na een week onvoldoende verbetering is opgetreden, schrijf dan fusidinezuurcrèmefusidinezuurcrème driemaal daags gedurende een week voor (zie de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties), waarbij de behandeling met corticosteroïden en een indifferent middel conform [tabel 4] wordt gecontinueerd;
  • overweeg behandeling met orale antibiotica bij uitgebreide impetiginisatie of persisterende afwijkingen ondanks lokale behandeling (zie de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties), waarbij de behandeling met corticosteroïden en een indifferent middel conform [tabel 4] wordt gecontinueerd.

Contacteczeem

Voorlichting en niet-medicamenteuze behandeling
Besteed aandacht aan de volgende punten:
  • oorzaak en beloop: contacteczeem wordt veroorzaakt door contact met stoffen die de huid irriteren (bij irritatief contacteczeem) of stoffen die een allergische reactie veroorzaken op de contactplaats of elders op het lichaam (bij allergisch contacteczeem). Bij vermijding van de irriterende stof of het allergeen duurt het ongeveer vier tot zes weken totdat het eczeem verdwenen is. Bij hernieuwde blootstelling kan het eczeem recidiveren; constitutioneel eczeem vergroot het risico op irritatief eczeem;
  • vermijden expositie: de basis van de behandeling is het vermijden van irriterende stoffen en allergenen;
  • belang van indifferente middelen: bij irritatief eczeem vermindert gebruik van indifferente middelen de jeuk en irritatie. Het is vooral belangrijk deze te gebruiken na het wassen;
  • geen zeep: bij irritatief contacteczeem aan de handen is het belangrijk om deze te wassen met water zonder zeep of eventueel met een handalcohol. Bij nat werk is het zinvol om wegwerpvinylhandschoenen te dragen;51
  • werk: bij werkgerelateerd contacteczeem is het belangrijk om contact op te nemen met de bedrijfsarts voor preventieve maatregelen.52

Medicamenteuze behandeling
Het medicamenteuze beleid bij contacteczeem is als volgt:
  • Bij irritatief contacteczeem:
      • start met indifferente middelen, (minimaal) 2 maal daags en na (handen) wassen;
      • overweeg kortdurende behandeling met een klasse-1- of klasse-2-corticosteroïd [tabel 4].
  • Bij allergisch contacteczeem:
      • volg het beleid conform [tabel 4], schrijf bij lokalisatie op de behaarde hoofdhuid zo nodig een corticosteroïd als lotion voor;
      • bij een eenmalige reactie kan onderhoudsbehandeling met indifferente middelen achterwege gelaten worden.

Acrovesiculeus eczeem

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen
Besteed aandacht aan de volgende punten:
  • oorzaak: naast een strooireactie bij een dermatomycose, zijn constitutioneel eczeem en allergisch contacteczeem of een combinatie van beide mogelijke onderliggende oorzaken. Vaak blijft de precieze oorzaak onduidelijk;
  • beloop: afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan acrovesiculeus eczeem een chronisch beloop hebben.

Medicamenteuze behandeling
Het medicamenteuze beleid bij acrovesiculeus eczeem is als volgt:
  • bij afwezigheid van aanwijzingen voor een dermatomycose: volg het beleid conform [tabel 4];53
  • bij aanwijzingen zijn voor een dermatomycose: behandel conform de NHG-Standaard Dermatomycosen.

Nummulair eczeem

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen
Besteed aandacht aan de volgende punten:
  • oorzaak: constitutioneel eczeem en allergisch contacteczeem of een combinatie van beide zijn mogelijke onderliggende oorzaken. Vaak blijft de precieze oorzaak echter onduidelijk;
  • beloop: afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan nummulair eczeem een chronisch beloop hebben.

Medicamenteuze behandeling
Het medicamenteuze beleid bij nummulair eczeem is als volgt:
  • volg het beleid conform [tabel 4].

Hypostatisch eczeem

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen
Besteed aandacht aan de volgende punten:
  • oorzaak: hypostatisch eczeem kan veroorzaakt worden door veneuze insufficiëntie, door uitdroging van de huid, door irritatie van een elastische kous en (zelden) door allergisch contacteczeem;
  • beloop: afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan hypostatisch eczeem een chronisch beloop hebben.

Medicamenteuze behandeling
Het medicamenteuze beleid bij hypostatisch eczeem is als volgt:
  • indifferente (vet)crème gedurende de nacht; resten van indifferente middelen kunnen de levensduur van de kousen nadelig beïnvloeden;
  • bij veel jeuk en roodheid: kortdurende behandeling met een klasse-1- of klasse-2-corticosteroïd [tabel 4];54
  • zie voor de behandeling van chronische veneuze insufficiëntie de NHG-Standaard Varices.

Asteatotisch eczeem

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen
Besteed aandacht aan de volgende punten:
  • oorzaak: asteatotisch eczeem wordt veroorzaakt door uitwendige factoren zoals een droge lucht (in de winter) en frequent wassen met water en zeep;
  • beloop: bij hernieuwde blootstelling aan de genoemde uitwendige factoren kan asteatotisch eczeem recidiveren.

Medicamenteuze behandeling
  • Volg het beleid conform [tabel 4].

Controle en verwijzing

Controles

Met betrekking tot het controleren van patiënten gelden de volgende aanbevelingen:
  • evalueer het effect van de behandeling bij alle vormen van eczeem na één tot twee weken;55
  • adviseer de patiënt terug te komen bij verergering of exacerbatie van het eczeem;
  • controleer patiënten ten minste jaarlijks bij chronisch gebruik van lokale middelen.

Verwijzing en samenwerking

Overweeg verwijzing naar een dermatoloog:
  • bij onvoldoende reactie op de behandeling of wanneer het niet lukt om corticosteroïden af te bouwen; overweeg bij kinderen (bijvoorbeeld bij aanwezigheid van andere atopische aandoeningen) verwijzing naar een kinderarts;
  • bij (allergisch of irritatief) contacteczeem en acrovesiculeus eczeem als de behandeling na zes tot acht weken geen effect heeft; aanvullende diagnostiek (plakproevenplakproeven) is dan geïndiceerd.56

JGZ-artsen: JGZ-artsen zien veel jonge kinderen met constitutioneel eczeem. In de richtlijn Huidafwijkingen wordt gebruik van de Three-Item-Severity (TIS)-score aanbevolen voor het bepalen van de ernst van het eczeem. Bij een score van 3 of hoger (matig tot ernstig eczeem) is het advies te verwijzen naar de huisarts voor behandeling met corticosteroïden.24
Bedrijfsartsen: bij hinder van het eczeem bij beroepswerkzaamheden is het verstandig om contact op te (laten) nemen met de bedrijfsarts voor preventieve maatregelen. Het is de taak van een bedrijfsarts om zowel aan de werkgever als aan de patiënt advies te geven over reductie van belasting door huidirriterende factoren op het werk. Indien de bedrijfsarts verwijzing naar een dermatoloog voor aanvullende diagnostiek of behandeling noodzakelijk acht, verwijst de bedrijfsarts naar de dermatoloog.52Ook bij geïnfecteerd eczeem bij werknemers in de zorg of voedingsmiddelenindustrie is contact met de bedrijfsarts aangewezen.

Totstandkoming

In juni 2011 startte een werkgroep met het maken van de NHG-Standaard Contacteczeem. De werkgroep bestond uit de volgende leden: A.W.F. de Witt-de Jong, huisarts te Den Haag; D. van Sleeuwen, huisarts te De Meern; A.M. Sprengers, huisarts (werkgroeplid tot september 2012) te Utrecht en C.A. de Kock, huisarts te Deurne. Mede op advies van de NHG-Adviesraad Standaarden (NAS) werd besloten de NHG-Standaard Contacteczeem om te vormen naar de NHG-Standaard Eczeem. Vervolgens werd in september 2012 de werkgroep uitgebreid met P.C. Dirven-Meijer, huisarts te Renswoude en M.M.G. Nonneman, specialist ouderengeneeskunde Stichting Groenhuysen.
De begeleiding van de werkgroep en de redactie was in handen van C.J.H. de Vries, wetenschappelijk medewerker. Dr. W. Opstelten was betrokken als senior wetenschappelijk medewerker, M.M. Verduijn, apotheker, als senior wetenschappelijk medewerker Farmacotherapie en dr. J.S. Burgers als hoofd, allen van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap. F. Jonkers was betrokken als wetenschappelijk medewerker van de afdeling Implementatie.
Patiëntenparticipatie: er is een gesprek geweest met de patiëntenvereniging Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem (VMCE), waarin ervaren knelpunten vanuit het patiëntenperspectief zijn geïnventariseerd. De VMCE heeft ook commentaar geleverd op de conceptversie van de standaard.
Samenwerking: in parallelle trajecten met de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) werd de richtlijn Constitutioneel eczeem herzien (herziening in maart 2014 in afrondende fase) en is de richtlijn Contacteczeem ontwikkeld, deze tevens in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). C.J.H. de Vries, wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, participeerde namens het NHG in beide werkgroepen. P.C. Dirven-Meijer was lid van de adviesgroep van de JGZ-richtlijn Huidafwijkingen.
In augustus 2013 werd de standaard besproken in een focusgroep die bijgewoond werd door tien huisartsen, van wie twee aios, onder leiding van M. Ballieux, senior wetenschappelijk medewerker van de afdeling Implementatie. Tevens werd commentaar ontvangen van een aantal referenten, te weten: prof.dr. M.Y. Berger, hoogleraar Huisartsgeneeskunde UMC Groningen; dr. S. Koning, huisarts te Vlaardingen; A.M. Sprengers, huisarts te Utrecht; dr. P. Leusink, huisarts te Gouda en seksuoloog Groene Hart Ziekenhuis Gouda; dr. F.H.W. Jungbauer, bedrijfsarts-klinisch arbeidsgeneeskundige namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB); prof.dr. C.A.F.M. Bruijnzeel-Koomen, dr. M.S. de Bruin-Weller, prof.dr. A.P. Oranje, prof.dr. S.G.M.A. Pasmans, dr. Th. Rustemeijer en dr. R.A. Tupker, allen dermatoloog en lid van de domeingroep AllergieEczeem, namens de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). Prof.dr. S.G.M.A.

Literatuur

  • 1.Bij verwijzingen naar NHG-producten: zie www.nhg.org.
  • 2.Apfelbacher CJ, Van Zuuren EJ, Federowich Z, Jupiter A, Mattene U, Weisschaar E. Oral H1 antihistamines as monotherapy for eczema. Cochrane Database Syst Rev 2013;CD007770.
  • 3.Aubert-Wastiaux H, Moret L, Le RA, Fontenoy AM, Nguyen JM, Leux C, et al. Topical corticosteroid phobia in atopic dermatitis: a study of its nature, origins and frequency. Br J Dermatol 2011;165:808-14.
  • 4.Bath-Hextall FJ, Birnie AJ, Ravenscroft JC, Williams HC. Interventions to reduce staphylococcus aureus in the management of atopic eczema: an updated Cochrane review. Br J Dermatol 2010;163:12-26.
  • 5.Ben-Gashir MA, Hay RJ. Reliance on erythema scores may mask severe atopic dermatitis in black children compared with their white counterparts. Br J Dermatol 2002;147:920-5.
  • 6.Bendsöe N, Bjornberg A, Asnes H. Itching from wool fibres in atopic dermatitis. Contact Dermatitis 1987;17:21-2.
  • 7.Berth-Jones J, Damstra RJ, Golsch S, Livden JK, Van Hootechem O, Allegra F, et al. Twice weekly fluticasone propionate added to emollient maintenance treatment to reduce risk of relapse in atopic dermatitis: randomised, double blind, parallel group study. BMJ 2003;326:1367.
  • 8.Brenninkmeijer EE, Schram ME, Leeflang MM, Bos JD, Spuls PI. Diagnostic criteria for atopic dermatitis: a systematic review. Br J Dermatol 2008;158:754-65.
  • 9.Callen J, Chamlin S, Eichenfield LF, Ellis C, Girardi M, Goldfarb M, et al. A systematic review of the safety of topical therapies for atopic dermatitis. Br J Dermatol 2007;156:203-21.
  • 10.Charman C, Williams H. The use of corticosteroids and corticosteroid phobia in atopic dermatitis. Clin Dermatol 2003;21:193-200.
  • 11.Charman CR, Venn AJ, Williams H. Measuring atopic eczema severity visually: which variables are most important to patients? Arch Dermatol 2005;141:1146-51.
  • 12.Chi CC, Lee CW, Wojnarowska F, Kirtschig G. Safety of topical corticosteroids in pregnancy. Cochrane Database Syst Rev 2009;CD007346.
  • 13.Chi CC, Mayon-White RT, Wojnarowska FT. Safety of topical corticosteroids in pregnancy: a population-based cohort study. J Invest Dermatol 2011;131:884-91.
  • 14.Coenraads PJ. Hand eczema. N Engl J Med 2012;367:1829-37.
  • 15.Commissie Farmaceutische Hulp. Farmacotherapeutisch kompas 2012. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 2012. http://www.fk.cvk.nl.
  • 16.Cookson WO, Moffatt MF. The genetics of atopic dermatitis. Curr Opin Allergy Clin Immunol 2002;2:383-7.
  • 17.De Benedictis FM, Franceschini F, Hill D, Naspitz C, Simons FE, Wahn U, et al. The allergic sensitization in infants with atopic eczema from different countries. Allergy 2009;64:295-303.
  • 18.Diepgen TL, Stäbler A, Hornstein OP. Textile intolerance in atopic eczema-a controlled clinical study. Z Hautkr 1990;65:907-10.
  • 19.Dirven-Meijer PC, Glazenburg EJ, Mulder PG, Oranje AP. Constitutioneel eczeem bij kinderen; een prospectief onderzoek naar prevalentie en ernst. Ned Tijdschr Geneeskd 2009;153:B404.
  • 20.EMA. Protopic: EPAR - summary for the public (2013). http://www.ema.europa.eu/ema/index.jsp?curl=pages/medicines/human/medicines/000374/human_med_001000.jsp&mid=WC0b01ac058001d124.
  • 21.Flohr C, Johansson SG, Wahlgren CF, Williams H. How atopic is atopic dermatitis? J Allergy Clin Immunol 2004;114:150-8.
  • 22.Friedmann PS, Holden CA. Atopic Dermatitis. In: Burns T, Breathnach S, Cox N, Griffiths C, editors. Rook’s Textbook of Dermatology. Blackwell Science, 2004:18.1-18.31.
  • 23.Furue M, Terao H, Rikihisa W, Urabe K, Kinukawa N, Nose Y, et al. Clinical dose and adverse effects of topical steroids in daily management of atopic dermatitis. Br J Dermatol 2003;148:128-33.
  • 24.Gerth van Wijk R, Van Cauwenberge PB, Johansson SG. Herziene terminologie voor allergie en verwante aandoeningen. Ned Tijdschr Geneeskd 2002;146:2289-93.
  • 25.Green C, Colquitt JL, Kirby J, Davidson P. Topical corticosteroids for atopic eczema: clinical and cost effectiveness of once-daily vs. more frequent use. Br J Dermatol 2005;152:130-41.
  • 26.Gustafsson D, Sjoberg O, Foucard T. Development of allergies and asthma in infants and young children with atopic dermatitis-a prospective follow-up to 7 years of age. Allergy 2000;55:240-5.
  • 27.Gutgesell C, Heise S, Seubert S, Seubert A, Domhof S, Brunner E, et al. Double-blind placebo-controlled house dust mite control measures in adult patients with atopic dermatitis. Br J Dermatol 2001;145:70-4.
  • 28.Haeck IM, Rouwen TJ, Timmer-de ML, De Bruin-Weller MS, Bruijnzeel-Koomen CA. Topical corticosteroids in atopic dermatitis and the risk of glaucoma and cataracts. J Am Acad Dermatol 2011;64:275-81.
  • 29.Hald M, Agner T, Blands J, Ravn H, Johansen JD. Allergens associated with severe symptoms of hand eczema and a poor prognosis. Contact Dermatitis 2009;61:101-8.
  • 30.Henry M, Hanks G, Whelan A. A randomized, double-blind therapeutic trial of 0.25% desoxymethasone and 0.1% hydrocortisone 17-butyrate in the treatment of varicose eczema. Curr Med Res Opin 1980;6:502-6.
  • 31.Hoare C, Li Wan PA, Williams H. Systematic review of treatments for atopic eczema. Health Technol Assess 2000;4:1-191.
  • 32.Holm L, Bengtsson A, Van Hage-Hamsten M, Ohman S, Scheynius A. Effectiveness of occlusive bedding in the treatment of atopic dermatitis-a placebo-controlled trial of 12 months’ duration. Allergy 2001;56:152-8.
  • 33.Hviid A, Molgaard-Nielsen D. Corticosteroid use during pregnancy and risk of orofacial clefts. CMAJ 2011;183:796-804.
  • 34.Illi S, Von Mutius E, Lau S, Nickel R, Gruber C, Niggemann B, et al. The natural course of atopic dermatitis from birth to age 7 years and the association with asthma. J Allergy Clin Immunol 2004;113:925-31.
  • 35.Imai S, Takeuchi S, Mashiko T. Jahreszeitliche Änderungen im Verlauf des atopischen Ekzems. Hautarzt 1987;38:599-602.
  • 36.KNMP. Gebruiksinstructie VTE (2013). http://www.knmp.nl/downloads/nieuws/Patientenflyersmeren.pdf.
  • 37.KNMP. Informatorium Medicamentorum 2013. Den Haag: KNMP, 2013.
  • 38.Koning S, Van der Sande R, Verhagen AP, Van Suijlekom-Smit LW, Morris AD, Butler CC, et al. Interventions for impetigo. Cochrane Database Syst Rev 2012;1:CD003261.
  • 39.Kramer MS, Kakuma R. Maternal dietary antigen avoidance during pregnancy or lactation, or both, for preventing or treating atopic disease in the child. Cochrane Database Syst Rev 2012;9:CD000133.
  • 40.Krämer U, Weidinger S, Darsow U, Mohrenschlager M, Ring J, Behrendt H. Seasonality in symptom severity influenced by temperature or grass pollen: results of a panel study in children with eczema. J Invest Dermatol 2005;124:514-23.
  • 41.Lareb. Teratologie Informatie Service (2013). http://www.lareb.nl//Teratologie/Naslagwerk-GZB/GZB---Zwangerschap#TOC_Literatuur.
  • 42.Linna O, Kokkonen J, Lahtela P, Tammela O. Ten-year prognosis for generalized infantile eczema. Acta Paediatr 1992;81:1013-6.
  • 43.Mälkönen T, Alanko K, Jolanki R, Luukkonen R, Aalto-Korte K, Lauerma A, et al. Long-term follow-up study of occupational hand eczema. Br J Dermatol 2010;163:999-1006.
  • 44.Mandelin J, Remitz A, Virtanen H, Reitamo S. One-year treatment with 0.1% tacrolimus ointment versus a corticosteroid regimen in adults with moderate to severe atopic dermatitis: A randomized, double-blind, comparative trial. Acta Derm Venereol 2010;90:170-4.
  • 45.Meding B, Lantto R, Lindahl G, Wrangsjo K, Bengtsson B. Occupational skin disease in Sweden-a 12-year follow-up. Contact Dermatitis 2005;53:308-13.
  • 46.Miller DW, Koch SB, Yentzer BA, Clark AR, O’Neill JR, Fountain J, et al. An over-the-counter moisturizer is as clinically effective as, and more cost-effective than, prescription barrier creams in the treatment of children with mild-to-moderate atopic dermatitis: a randomized, controlled trial. J Drugs Dermatol 2011;10:531-7.
  • 47.NCJ. JGZ-richtlijn Huidafwijkingen. Taakomschrijving en richtlijn voor de preventie, signalering, diagnostiek, begeleiding, behandeling en verwijzing (2012). http://www.ncj.nl/bibliotheek/richtlijnen/details/19/jgz-richtlijn-huidafwijkingen-preventie-signalering-diagnostiek-begeleiding-behandeling-en-verwijzing.
  • 48.NCvB. Signaleringsrapport Beroepsziekten (2007). http://www.beroepsziekten.nl/content/publicaties-2010.
  • 49.NKFK. Kinderformularium (2012). http://www.kinderformularium.nl/search/atc2.php?level=ANTIPRURITICA, INCL.ANTIHISTAMINICA, ANAESTHETICA ETC.
  • 50.NICE. Atopic eczema in children; management of atopic eczema in children from birth up to the age of 12 years (2007). http://www.nice.org.uk/nicemedia/pdf/CG057FullGuideline.pdf.
  • 51.NIVEL. LINH-zorgregistratie huisartsen. Incidentie- en prevalentiecijfers in de huisartsenpraktijk (2013). http://www.nivel.nl/incidentie-en-prevalentiecijfers-in-de-huisartsenpraktijk.
  • 52.Novak N, Bieber T, Leung DY. Immune mechanisms leading to atopic dermatitis. J Allergy Clin Immunol 2003;112:S128-S139.
  • 53.Novak N, Kruse S, Potreck J, Maintz L, Jenneck C, Weidinger S, et al. Single nucleotide polymorphisms of the IL18 gene are associated with atopic eczema. J Allergy Clin Immunol 2005;115:828-33.
  • 54.NVDV. Richtlijn Dermatocorticosteroïden (2000). http://www.huidarts.info/documents/?v=2&id=73.
  • 55.NVDV. Richtlijn Constitutioneel Eczeem (2006, in herziening). http://www.huidarts.info/documents/default.aspx?lid=1&id=70.
  • 56.NVDV. Rapport Verbandmiddelen bij constitutioneel eczeem (2012). http://www.huidarts.info/documents/default.aspx?lid=1&id=70.
  • 57.NVDV. Richtlijn Contacteczeem (2013). http://www.huidarts.info/documents/default.aspx?lid=1&id=231.
  • 58.Oosting AJ, De Bruin-Weller MS, Terreehorst I, Tempels-Pavlica Z, Aalberse RC, De Monchy JG, et al. Effect of mattress encasings on atopic dermatitis outcome measures in a double-blind, placebo-controlled study: the Dutch mite avoidance study. J Allergy Clin Immunol 2002;110:500-6.
  • 59.Ricci G, Patrizi A, Specchia F, Menna L, Bottau P, D’Angelo V, et al. Effect of house dust mite avoidance measures in children with atopic dermatitis. Br J Dermatol 2000;143:379-84.
  • 60.Roelofzen JH, Aben KK, Oldenhof UT, Coenraads PJ, Alkemade HA, Van de Kerkhof PC, et al. No increased risk of cancer after coal tar treatment in patients with psoriasis or eczema. J Invest Dermatol 2010;130:953-61.
  • 61.Roelofzen JH, Van der Valk PG, Godschalk R, Dettbarn G, Seidel A, Golsteijn L, et al. DNA adducts in skin biopsies and 1-hydroxypyrene in urine of psoriasis patients and healthy volunteers following treatment with coal tar. Toxicol Lett 2012;213:39-44.
  • 62.Schalock PC, Hsu JTS, Arndt KA. Lippincott’s Primary Care Dermatology. Philadelphia: Wolters Kluwer/Lippincott Williams & Wilkins, 2011.
  • 63.Schmitt J, Apfelbacher CJ, Flohr C. Eczema. Clin Evid 2011;05:1716.
  • 64.Schmitt J, Langan S, Deckert S, Svensson A, Von Kobyletzki L, Thomas K, et al. Assessment of clinical signs of atopic dermatitis: A systematic review and recommendation. J Allergy Clin Immunol 2013.
  • 65.SIGN. Management of atopic eczema in primary care (2011). http://www.sign.ac.uk/pdf/sign125.pdf.
  • 66.Sillevis Smitt JH, Van Everdingen JJE, Starink ThM, Van der Horst HE. Dermatovenereologie voor de eerste lijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2009.
  • 67.Slutsky JB, Clark RA, Remedios AA, Klein PA. An evidence-based review of the efficacy of coal tar preparations in the treatment of psoriasis and atopic dermatitis. J Drugs Dermatol 2010;9:1258-64.
  • 68.Stewart SM, Pasmans SGMA, De Bruin-Weller MS. Dermatocorticosteroïden bij constitutioneel eczeem. Huisarts Wet 2013;56:346-50.
  • 69.Tariq SM, Matthews SM, Hakim EA, Stevens M, Arshad SH, Hide DW. The prevalence of and risk factors for atopy in early childhood: a whole population birth cohort study. J Allergy Clin Immunol 1998;101:587-93.
  • 70.Thijs JL, Damoiseaux RA, Lucassen P, Pasmans SG, De Bruin-Weller M, Bruijnzeel-Koomen CA. Allergologisch onderzoek bij constitutioneel eczeem. Ned Tijdschr Geneeskd 2013;157:A5652.
  • 71.Thomas KS, Armstrong S, Avery A, Po AL, O’Neill C, Young S, et al. Randomised controlled trial of short bursts of a potent topical corticosteroid versus prolonged use of a mild preparation for children with mild or moderate atopic eczema. BMJ 2002;324:768-71.
  • 72.Thomas MW, Panter AT, Morrell DS. Corticosteroids’ effect on the height of atopic dermatitis patients: a controlled questionnaire study. Pediatr Dermatol 2009;26:524-8.
  • 73.Van Buren HCS, De Gier JJ, Eimermann VE. Commentaren Medicatiebewaking 2011/2012. 24e dr. Houten: Health Base, 2011.
  • 74.Van de Lisdonk EH, Van den Bosch WJHM, Lagro-Janssen ALM. Ziekten in de huisartspraktijk. 5 dr. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2008.
  • 75.Van den Oord RA, Sheikh A. Filaggrin gene defects and risk of developing allergic sensitisation and allergic disorders: systematic review and meta-analysis. BMJ 2009;339:b2433.
  • 76.Van der Meer JB, Glazenburg EJ, Mulder PG, Eggink HF, Coenraads PJ. The management of moderate to severe atopic dermatitis in adults with topical fluticasone propionate. The Netherlands Adult Atopic DermatitisStudy Group. Br J Dermatol 1999;140:1114-21.
  • 77.Van Velsen SG, Knol MJ, Van Eijk RL, De Vroede MA, De Wit TC, Lam MG, et al. Bone mineral density in children with moderate to severe atopic dermatitis. J Am Acad Dermatol 2010;63:824-31.
  • 78.Van Velsen SG, Haeck IM, Knol MJ, Lam MG, Bruijnzeel-Koomen CA. Two-year assessment of effect of topical corticosteroids on bone mineral density in adults with moderate to severe atopic dermatitis. J Am Acad Dermatol 2012;66:691-3.
  • 79.Weiss SC, Nguyen J, Chon S, Kimball AB. A randomized controlled clinical trial assessing the effect of betamethasone valerate 0.12% foam on the short-term treatment of stasis dermatitis. J Drugs Dermatol 2005;4:339-45.
  • 80.Willemsen MG, Van Valburg RW, Dirven-Meijer PC, Oranje AP, Van der Wouden JC, Moed H. Determining the severity of atopic dermatitis in children presenting in general practice: an easy and fast method. Dermatol Res Pract 2009;2009:357046.
  • 81.Williams JR, Burr ML, Williams HC. Factors influencing atopic dermatitis-a questionnaire survey of schoolchildren’s perceptions. Br J Dermatol 2004;150:1154-61.

Reacties

Er zijn nog geen reacties