NHG richtlijn

NHG-Standaard Enkelbandletsel (tweede herziening)

0 reacties

Belangrijkste wijzigingen

-De richtlijn is in essentie ongewijzigd.
-Bij de functionele behandeling van een laterale enkelbandruptuur wordt tapebandage óf een enkelbrace aanbevolen.

Kernboodschappen

-Pas de Ottawa Ankle Rules toe om een fractuur uit te sluiten.
-Geef bij een distorsie adviezen, desgewenst aangevuld met pijnstilling.
-Geef bij een ruptuur adviezen aangevuld met een tape óf een enkelbrace.
-Overweeg het adviseren van huiswerkoefeningen of verwijzing voor oefentherapie bij ernstig enkelbandletsel en bij sporters ter preventie van een recidief.
-Adviseer bij sport met een hoog risico op inversietraumata of bij enkelbelastend werk een enkelbrace of tapebandage ter preventie van recidieven.

Inbreng van de patiënt

De NHG-Standaarden geven richtlijnen voor het handelen van de huisarts; de rol van de huisarts staat dan ook centraal. Daarbij geldt echter altijd dat factoren van de kant van de patiënt het beleid mede bepalen. Om praktische redenen komt dit uitgangspunt niet telkens opnieuw in de richtlijn aan de orde, maar wordt het hier expliciet vermeld. De huisarts stelt waar mogelijk zijn beleid vast in samenspraak met de patiënt, met inachtneming van diens specifieke omstandigheden en met erkenning van diens eigen verantwoordelijkheid, waarbij adequate voorlichting een voorwaarde is.

Afweging door de huisarts

Het persoonlijk inzicht van de huisarts is uiteraard bij alle richtlijnen een belangrijk aspect. Afweging van de relevante factoren in de concrete situatie zal beredeneerd afwijken van het hierna beschreven beleid kunnen rechtvaardigen. Dat laat onverlet dat deze standaard bedoeld is om te fungeren als maat en houvast.

Delegeren van taken

NHG-Standaarden bevatten richtlijnen voor huisartsen. Dit betekent niet dat de huisarts alle genoemde taken persoonlijk moet verrichten. Sommige taken kunnen worden gedelegeerd aan de praktijkassistente, praktijkondersteuner (POH-GGZ) of praktijkverpleegkundige, mits zij worden ondersteund door duidelijke werkafspraken waarin wordt vastgelegd in welke situaties de huisarts moet worden geraadpleegd en mits de huisarts toeziet op de kwaliteit. Omdat de feitelijke keuze van de te delegeren taken sterk afhankelijk is van de lokale situatie, bevatten de standaarden daarvoor geen concrete aanbevelingen.

Inleiding

De NHG-Standaard Enkelbandletselenkelbandletsel geeft richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van acute laterale enkelbandletsels die het gevolg zijn van een inversietrauma. Afhankelijk van de inwerkende kracht treedt een letsel op dat varieert van een distorsie tot een ruptuur van een of meerdere delen van de enkelband of een fractuur van een van de aangrenzende botstukken. De standaard geeft aan bij welke verschijnselen de huisarts een fractuur dient te overwegen en een röntgenfoto moet aanvragen. Voorts is de diagnostiek gericht op het maken van een onderscheid tussen een distorsie en een ruptuur. Dit onderscheid is van belang omdat bij een distorsie een specifieke behandeling niet noodzakelijk is, terwijl bij een ruptuur een zogenaamde functionele behandeling met een tapebandage of brace de voorkeur verdient. De huisarts is door toepassing van de richtlijnen in deze standaard in staat het overgrote deel van de patiënten met acuut lateraal enkelbandletsel zelfstandig te behandelen.
Deze standaard geeft daarnaast beperkt richtlijnen voor de preventie van en verwijzing bij chronische klachten van de enkel ontstaan na een inversietrauma.
De aanbevelingen van de NHG-Standaard komen overeen met die van de multidisciplinaire richtlijn Acuut lateraal enkelbandletsel 2011. Deze multidisciplinaire richtlijn is samengesteld door diverse disciplines, met inbegrip van het NHG [Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO 2011].

Achtergronden

De incidentie van enkeldistorsieenkeldistorsies in de huisartsenpraktijk bedraagt 8 per 1000 patiënten per jaar, waarbij de hoogste incidentie wordt gezien in de leeftijdscategorie 15 tot 24 jaar. De incidentie is hoger bij mannen dan bij vrouwen.1 Het overgrote deel van de patiënten met enkelblessures meldt zich bij de huisarts.
Bij de patiënten met een enkeldistorsie varieert het percentage patiënten met een fractuur van ongeveer 5% in de huisartsenpraktijk tot 20% op de eerstehulpafdeling van een ziekenhuis. Het betreft meestal een fractuur van de malleolus lateralis of de basis van het os metatarsale V en soms van de malleolus medialis of het os naviculare.2
De incidentie van rupturen van de enkelband in de huisartsenpraktijk is niet precies bekend. De incidentie op Nederlandse eerstehulpafdelingen ligt tussen 10 en 20% van alle enkeldistorsies. Bij een ruptuur is vrijwel altijd het ligamentum talofibulare anterius aangedaan, soms in combinatie met een ruptuur van een van de andere ligamenten.
Er zijn aanwijzingen dat, voornamelijk bij sporters, de volgende onafhankelijke risicofactoren een rol spelen bij het oplopen van een acuut lateraal enkelbandletsel: een verminderde balans, een enkeldistorsie in de voorgeschiedenis en fysiek contact met een medespeler zoals bij volleybal of voetbal.3
De duur van het herstel is afhankelijk van de aard en de ernst van het letsel. De pijnklachten nemen in de eerste 2 weken veelal snel af. Een gedeelte van de patiënten houdt langdurig (langer dan een jaar) pijnklachten of last van instabiliteit. Het percentage recidieven varieert per onderzoek van 3 tot 34%.4

Richtlijnen diagnostiek

In het eerste consult na het trauma beoordeelt de huisarts, aan de hand van de Ottawa Ankle Rules, of er een indicatie bestaat voor het aanvragen van een röntgenfoto (zie gecursiveerde item bij anamnese en [tabel 1]). De Ottawa Ankle Rules zijn vooral geschikt om fracturen uit te sluiten. De toepassing ervan is het meest betrouwbaar binnen 48 uur na het trauma.5
Als een fractuur niet waarschijnlijk dan wel uitgesloten is, maakt de huisarts met aanvullend lichamelijk onderzoek een onderscheid tussen een distorsie en een ruptuur. Bij veel pijn en zwelling is het onderscheid tussen een distorsie of een ruptuur in het eerste consult niet goed te maken. Maak in dat geval een nieuwe afspraak voor 4 tot 7 dagen later. Een eventuele hematoomverkleuring zal doorgaans ook pas na deze periode zichtbaar worden.
Geef voor de periode tot het volgende consult het advies om bewegingen die de pijn duidelijk verergeren te vermijden. Desgewenst kan de patiënt elleboogkrukken gebruiken.

Anamnese en lichamelijk onderzoek

  • Vraag naar:
      • tijdstip en aard van het trauma (verzwikking, val, geweld van bui-ten-af);
      • belastbaarheid direct na het trauma (onvermogen van de patiënt om direct na het trauma de enkel te belasten door het maken van vier stappen zonder hulp);
      • pijn (ernst, lokalisatie, verloop na het trauma);
      • eerdere enkelklachten of -traumata en het beloop en de behandeling daarvan.
  • Inspecteer de stand van de voet ten opzichte van het onderbeen.
  • Pas de Ottawa Ankle Rules toe ter uitsluiting van een fractuur [tabel 1] en [figuur ].

Tabel 1Ottawa Ankle Rules
  • onvermogen van de patiënt om direct na het trauma én in de onderzoekkamer de enkel te belasten door het maken van 4 stappen zonder hulp, óf
  • A pijn bij palpatie van de achterzijde van de onderste 6 cm van de laterale malleolus, óf
  • B pijn bij palpatie van de achterzijde van de onderste 6 cm van de mediale malleolus, óf
  • C pijn bij palpatie van de basis van het os metatarsale V, óf
  • D pijn bij palpatie van het os naviculare.
  • Beoordeel (in het eerste of in het vervolgconsult na 4 tot 7 dagen) of er sprake is van een distorsie of een enkelbandruptuur. Vergelijk altijd met de andere zijde.
  • Inspecteer zwelling (plaats en omvang) en hematoomverkleuring (meest-al pas na enkele dagen zichtbaar).6
  • Palpeer en beoordeel de drukpijnlijkheid van de voorzijde van de laterale malleolus (de insertie van het ligamentum talofibulare anterius).
  • Voer de voorstevoorsteschuifladetestschuifladetest uit. Plaats de patiënt in rugligging of zittend met bovenbeen op de onderzoeksbank en onderbeen afhangend. Omvat de hiel en ondersteun de voetzool met de onderarm. Plaats de enkel in 15 graden plantairflexie. Omvat met de andere arm de voorzijde van het onderbeen ongeveer 10 cm boven de enkel. Vraag de patiënt te ontspannen en beweeg de voet naar ventraal bij een gefixeerd onderbeen. De test is positief indien de voet ten opzichte van het onderbeen circa 1 cm of meer naar ventraal beweegt in vergelijking met de gezonde zijde.

Aanvullend onderzoek

Indien minimaal één van de Ottawa Ankle RulesOttawa Ankle Rules positief is, is het risico op een fractuur verhoogd. Vraag dan een röntgenfoto aan en vermeld bij de aanvraag de relevante bevindingen van het lichamelijk onderzoek. Het absolute risico van een fractuur in de eerste lijn blijft echter klein.2
Andere aanvullende diagnostiek (echo, MRI of artrografie) is niet zinvol bij acuut lateraal enkelbandletsel.7-9

Evaluatie

  • Stel na het uitsluiten van een fractuur (afwezigheid van een positieve Ottawa Ankle Rule of een niet-afwijkende röntgenfoto) in het eerste consult de diagnose distorsie bij patiënten met geringe verschijnselen. Dit betekent dat er sprake is van een redelijk goede belastbaarheid (lopen), geringe zwelling en pijn, afwezigheid van hematoomverkleuring en een negatieve voorsteschuifladetest. Bij de patiënten met ernstiger klachten of symptomen is er mogelijk een enkelbandruptuur. Zij worden na vier tot zeven dagen voor herbeoordeling teruggezien.
  • Stel bij patiënten die na vier tot zeven dagen voor herbeoordeling terug worden gezien de diagnose ruptuur bij pijn bij palpatie van de voorzijde van de laterale malleolus in combinatie met hematoomverkleuring of een positieve voorsteschuifladetest. Bij afwezigheid van pijn aan de voorzijde van de laterale malleolus of bij pijn zonder hematoom en zonder positieve schuifladetest is er sprake van een distorsie.

Richtlijnen beleid

De onderstaande richtlijnen zijn van toepassing nadat een fractuur is uitgesloten en de huisarts in het eerste of vervolgconsult de diagnose distorsie of ruptuur heeft gesteld.

Voorlichting en adviezen

  • Leg bij een distorsie uit dat de enkelband is uitgerekt. Het hervatten van de normale activiteiten is in de regel binnen een tot twee weken mogelijk. De patiënt mag de enkel op geleide van de pijn belasten. Als de patiënt dat prettig vindt, kan voor enkele dagen een steunende elastische zwachtel worden aangelegd. Een tapebandage is niet nodig.
  • Geef bij een ruptuur de volgende voorlichting:
      • de enkelband is zodanig uitgerekt dat deze (gedeeltelijk) is gescheurd;
      • het herstel zal in de regel enkele weken (werkhervatting) tot maanden (sporten) in beslag nemen, maar de prognose ten aanzien van het hervatten van de gebruikelijke activiteiten is goed. In deze fase kan de enkel (bijvoorbeeld na inspanning) nog klachten geven (pijn, zwelling en een onzeker gevoel), maar hoeft de enkel niet te worden ontzien; een functionele behandeling met een tapebandage [tabel 2] of enkelbrace ondersteunt het herstel.
  • Geef bij een ruptuur voorts de volgende instructies:
      • beweeg tijdens zitten of liggen regelmatig de enkel door het uitvoeren van plantair- en dorsaalflexie;
      • oefen het lopen dagelijks; zet daarbij de voet recht naar voren en wikkel deze zo normaal mogelijk af;
      • gebruik bij veel pijn desgewenst enkele dagen elleboogskrukken;
      • neemt de pijn ten gevolge van het lopen toe, stop dan het oefenen met lopen een dag en begin de volgende dag opnieuw;
      • voer de belasting geleidelijk op door de paslengte en de duur van het lopen te verlengen.

In aansluiting op de gegeven mondelinge adviezen kan de huisarts de patiënt de NHG-Patiëntenbrief Enkelbandletsel mee-geven of verwijzen naar www.thuisarts.nl/enkelbandletsel, waar ook huiswerkoefeningen te vinden zijn.

Niet-medicamenteuze behandeling

Voor zowel distorsies als rupturen geldt dat het gebruikelijk is om in de acute fase de zogenaamde RICE-regel toe te passen. RICE staat voor Rest (rust), Ice (cryotherapie), Compression (drukverband) en Elevation (hoogleggen van het been). Bewijs dat deze maatregelen leiden tot een snellere revalidatie ontbreekt echter. Daarom kunnen deze worden geadviseerd noch ontraden.10
Adviseer bij een ruptuur een functionele behandeling met tapebandage of een enkelbrace. De keuze tussen tapen of een brace is afhankelijk van de voorkeur van de patiënt en de praktijkomstandigheden (vaardigheid met tapen, ervaringen met en beschikbaarheid van braces) [tabel 2]. Een functionele behandeling heeft de voorkeur boven een periode van immobilisatie van vier weken.11 Op basis van de literatuur is niet duidelijk welke functionele behandeling het beste is. Een elastische bandage is makkelijk aan te brengen en comfortabel, zeker in de acute fase, maar geeft minder steun dan tape of brace. Zowel tape als brace zijn goed in staat de beweeglijkheid van de enkel te verminderen, maar tape en non-rigide braces gaan losser zitten ten gevolge van activiteiten. Alleen veterbraces of semi-rigide braces behouden hun stevigheid.12
Tabel 2 Tapebandage en braces

Tapebandage

Het principe van de behandeling met een tapebandagetapebandage is het voorkomen van inversie, waardoor de laterale band wordt beschermd. Tegelijkertijd dienen dorsaal- en plantairflexie in voldoende mate mogelijk te blijven, zodat de voet tijdens het lopen normaal kan worden afgewikkeld. De duur van de behandeling bedraagt zes weken.
De tapebandage wordt, nadat de zwelling is afgenomen, aangebracht met de voet in negentig graden ten opzichte van het onderbeen en in lichte eversie. Verwissel de bandage iedere twee weken, of zo nodig eerder als deze te strak of te los zit of vies geworden is. Adviseer de bandage droog te houden ter voorkoming van verweking en infectie van de huid.
Tapebandage wordt bij voorkeur gedaan door een praktijkmedewerker of een fysiotherapeut met voldoende ervaring met het aanleggen van de tape.

Braces

Er zijn anno 2012 verschillende soorten bracebraces beschikbaar voor de eerste lijn:
  • semi-rigide braces of veterbraces; deze behouden hun stevigheid;
  • non-rigide braces zoals elastische braces; deze gaan op den duur door rekken losser zitten.

Aanbevolen wordt om ervaring op te doen met één type brace of samen te werken met een (sport)fysiotherapeut met ervaring met braces.
Patiënten met een enkelbandruptuur die sporten, kunnen doorgaans na zes weken de training geleidelijk hervatten. Adviseer te starten met fietsen, zwemmen of (hard)lopen op een egale onderlaag. Adviseer het hervatten van wedstrijdsport pas indien normale trainingen goed worden volbracht.
Overweeg huiswerkoefeningen te adviseren of te verwijzen voor oefentherapie bij patiënten met ernstig enkelbandletsel ter bevordering van het herstel en bij sporters of personen met enkelbelastend werk ter preventie van een recidief.13,19
Fysiotechnische applicaties (ultrageluid, kortegolftherapie (UKG), diadynamische stroom en laser) zijn niet bewezen effectief.14

Medicamenteuze behandeling

Adviseer desgewenst voor een periode van twee weken paracetamol. Paracetamol is eerste keus pijnstiller, omdat dit middel een breed veiligheidsprofiel heeft. Geef als tweede keus, of bij onvoldoende resultaat ibuprofen, diclofenac of naproxen. Op de huid aangebrachte NSAID’s (in een crème of gel, eventueel onder occlusie met een pleister) hebben minder gastro-intestinale bijwerkingen maar zijn waarschijnlijk slechts kortdurend (en afhankelijk van de indicatie minder) effectief. Zie voor meer informatie omtrent comorbiditeit, bijwerkingen en interacties en omstandigheden waarbij maagbescherming geadviseerd wordt de FTR Pijnbestrijding (www.nhg.org).15

Controles en preventie

  • Bij patiënten met een enkelbanddistorsie zijn controles niet nodig. Instrueer de patiënt terug te komen indien na een tot twee weken geen verbetering is opgetreden. Herhaal in dat geval het lichamelijk onderzoek.
  • Controleer patiënten met een laterale enkelbandruptuur die worden behandeld met een tapebandage of een enkelbrace gedurende zes weken tweewekelijks, of eerder indien daar behoefte aan is. Informeer naar klachten, inspecteer het looppatroon (belasting en afwikkelen van de voet) en verwissel de bandage. Een gunstig beloop wordt gekenmerkt door een spoedige afname van pijn en zwelling, herstel van het normale looppatroon en een volledig herstel van het dagelijks functioneren (waaronder werk en sport). Adviseer om het gebruik van de brace daarna te verminderen.
  • Adviseer bij patiënten met recidiverende enkelbanddistorsies die een sport met een hoog risico op inversietraumainversietrauma (van de enkel) beoefenen (zoals voetbal, volleybal, basketbal, veldhockey) of enkelbelastend werk hebben ter secundaire preventie het gebruik van een enkelbrace of tape.16
  • Het is niet aangetoond dat het dragen van hoge dan wel lage schoenen of het gebruik van werkschoenen recidieven voorkomt.17
  • Bij een afwijkend beloop: evalueer de klachten opnieuw en heroverweeg een (avulsie)fractuur (van de enkel, voetwortel- of middenvoetbeentjes).18

Verwijzing

  • Bij een fractuur: verwijs naar een traumachirurg of (orthopedisch) chirurg. Verwijs met spoed bij een standsafwijking van voet of onderbeen of een open fractuur.
  • Bij patiënten die na een adequate behandeling en ondanks preventieve maatregelen forse beperkingen ondervinden door een onzeker gevoel, recidiverend zwikken of spierzwakte: overweeg verwijzing naar een fysiotherapeut voor oefentherapie (coördinatie- en spierkrachttraining). Dit geldt ook bij patiënten die sporten of met enkelbelastend werk, met als doel recidieven te voorkomen.19,20
  • Bij onvoldoende effect en aanhoudende klachten in de vorm van persisterende pijn, functiebeperking of chronische laxiteit kan de huisarts verwijzen naar een traumachirurg of (orthopedisch) chirurg ter evaluatie van onderliggende aandoeningen en eventueel chirurgische behandeling.21,22
  • Bij patiënten met enkelbelastend werk: ga na wat voor werk de patiënt doet en verwijs voor overleg en een werkhervattingsstrategie naar de bedrijfsarts.23
  • Bij problemen op sportmedisch gebied: verwijs zo nodig naar sportfysiotherapeut of sportarts.

Samenwerking

In de regel vindt de behandeling van een enkelbandletsel plaats in de eerste lijn.24 Na een eerste beoordeling of röntgendiagnostiek in de tweede lijn wordt de patiënt terugverwezen naar de eerste lijn indien verdere behandeling in de tweede lijn niet geïndiceerd is. Andere disciplines rapporteren de huisarts als zij geconsulteerd zijn door een patiënt met acuut enkelbandletsel. De nacontroles van de huisarts kunnen worden overgedragen op de fysiotherapeut bij verwijzing naar de fysiotherapeut voor tapen of het aanmeten van een brace.
Aandachtspunten voor het maken van werkafspraken in de regio:
  • indicaties voor verwijzing naar de fysiotherapeut of de tweede lijn;
  • afspraken tussen de eerste en tweede lijn bij zelfverwijzing op de SEH;
  • taakverdeling tussen huisarts en fysiotherapeuten bij tapen en/of het aanmeten van een brace en verdere begeleiding van de patiënt;
  • onderlinge afstemming van voorlichtingsmateriaal en van de adviezen van de betrokken zorgverleners.25

Totstandkoming

In oktober 2010 startte een werkgroep met de herziening van de NHG-Standaard Enkelbandletsel. De werkgroep bestond uit de volgende leden: dr. J.N. Belo, huisarts te Katwijk; dr. P.A.J. Buis, huisarts-epidemioloog te Harderwijk; R.M. van Rijn, huisarts te Rotterdam; E.M. Sentrop-Snijders, huisarts-waarnemer te Voorschoten; S. Steenhuisen, huisarts te Eindhoven; C. Wilkens, huisarts-waarnemer te Utrecht. Door de werkgroep is geen belangenverstrengeling gemeld. M.C.M. Loogman, huisarts en wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, begeleidde de werkgroep en voerde de redactie. Dr. R.M.M. Geijer was betrokken als senior wetenschappelijk medewerker van deze afdeling. M.M. Verduijn, apotheker, was als senior wetenschappelijk medewerker Farmacotherapie van dezelfde afdeling betrokken. F. Jonkers was betrokken als wetenschappelijk medewerker van de afdeling Implementatie.
Ook werd commentaar ontvangen van een aantal referenten: prof.dr. R. de Bie, hoogleraar Fysiotherapie; prof.dr. T. Lagro-Janssen, huisarts en hoogleraar Huisartsgeneeskunde; L. Visser, adviseur zorg advies namens het College voor Zorgverzekeringen; dr. P. van den Hombergh, huisarts, namens de Landelijke Huisartsen Vereniging; P. Koeck, huisarts, namens de Vlaamse Vereniging van Huisartsen; prof.dr. C.T.J. Hulshof, bedrijfsarts namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde; D. Dost, apotheker KNMP Geneesmiddel Informatie Centrum; prof.dr. H.J. ten Duis, traumachirurg afdeling Chirurgie UMC Groningen; R. de Haan, traumachirurg Nederlandse Vereniging voor Traumatologie; P.A. van Beek, sportarts; dr. G. Kerkhoffs, orthopedisch chirurg AMC Amsterdam. R.J. Hinloopen en dr. R. Starmans, beiden huisarts, hebben namens de NHG-Adviesraad Standaarden (NAS) beoordeeld of de ontwerpstandaard antwoord geeft op de door de NAS gestelde vragen. Vermelding als referent betekent overigens niet dat iedere referent de standaard inhoudelijk op elk detail onderschrijft.
In april 2012 werd de standaard becommentarieerd en geautoriseerd door de NHG-Autorisatiecommissie.
De gevolgde zoekstrategie voor de onderbouwende literatuur is te vinden bij de webversie van deze standaard. Tevens zijn de procedures voor de ontwikkeling van de NHG-Standaarden in te zien in het procedureboek (zie www.nhg.org).
© 2012 Nederlandse Huisartsen Genootschap

Literatuur

  • 1.Verwijzingen naar NHG-producten zie www.nhg.org.
  • 2.Abidi NA. Sprains about the foot and ankle encountered in the workmans’ compensation patient. Foot Ankle Clin 2002;7:305-22.
  • 3.Airaksinen O, Kolari PJ, Miettinen H. Elastic bandages and intermittent pneumatic compression for treatment of acute ankle sprains. Arch Phys Med Rehabil 1990;71:380-3.
  • 4.Andersen TE, Tenga A, Engebretsen L, Bahr R. Video analysis of injuries and incidents in Norwegian professional football. Br J Sports Med 2004;38:626-31.
  • 5.Bachmann LM, Kolb E, Koller MT, Steurer J, Ter Riet G. Accuracy of Ottawa ankle rules to exclude fractures of the ankle and mid-foot: systematic review. BMJ 2003;326:417-9.
  • 6.Bahr R, Bahr IA. Incidence of acute volleyball injuries: a prospective cohort study of injury mechanisms and risk factors. Scand J Med Sci Sports 1997;7:166-71.
  • 7.Barker AT, Barlow PS, Porter J, Smith ME. A double-blind clinical trial of lower power pulsed shortwave therapy in the treatment of a soft tissue injury. Phys Ther 1985;71:500-4.
  • 8.Bleakley CM, McDonough S, MacAuley D. The use of ice in the treatment of a-cute soft-tissue injury: a systematic review of randomized controlled trials. Am J Sports Med 2004;32:251-61.
  • 9.Bleakley CM, McDonough SM, MacAuley DC, Bjordal J. Cryotherapy for acute ankle sprains: a randomised controlled study of two different icing protocols. Br J Sports Med 2006;40:700-5.
  • 10.Bleakley CM, McDonough SM, MacAuley DC. Some conservative strategies are effective when added to controlled mobilisation with external support after acute ankle sprain: a systematic review. Aust J Physiother 2008;54:7-20.
  • 11.Bleakley CM, O’Connor SR, Tully MA, Rocke LG, MacAuley DC, Bradbury I, et al. Effect of accelerated rehabilitation on function after ankle sprain: random-ised controlled trial. BMJ 2010;340:c1964.
  • 12.Braun BL. Effects of ankle sprain in a general clinic population 6 to 18 months after medical evaluation. Arch Fam Med 1999;8:143-8.
  • 13.Breitenseher MJ, Trattnig S, Kukla C, Gaebler C, Kaider A, Baldt MM, et al. MRI versus lateral stress radiography in acute lateral ankle ligament injuries. J Comput Assist Tomogr 1997;21:280-5.
  • 14.Consument en Veiligheid. Enkelblessures (2011). http://www.veiligheid.nl/over-ons/jaarlijks-600-duizend-enkelblessures-bij-sporters-.
  • 15.Cote DJ, Prentice WE Jr., Hooker DN, Shields EW. Comparison of three treatment procedures for minimizing ankle sprain swelling. Phys Ther 1988;68:1072-6.
  • 16.CVZ. Farmacotherapeutisch Kompas 2012. http://www.fk.cvz.nl/.
  • 17.Cukiernik VA, Lim R, Warren D, Seabrook JA, Matsui D, Rieder MJ. Naproxen versus acetaminophen for therapy of soft tissue injuries to the ankle in children. Ann Pharmacother 2007;41:1368-74.
  • 18.Cumps E, Verhagen E, Meeusen R. Efficacy of a sports specifi training programme on the incidence of ankle sprains in basketball. J Sports Sci Med 2007;6:212-9.
  • 19.Curtis CK, Laudner KG, McLoda TA, McCaw ST. The role of shoe design in ankle sprain rates among collegiate basketball players. J Athl Train 2008;43:230-3.
  • 20.Dalton JD Jr., Schweinle JE. Randomized controlled noninferiority trial to compare extended release acetaminophen and ibuprofen for the treatment of ankle sprains. Ann Emerg Med 2006;48:615-23.
  • 21.De Noronha M, Refshauge KM, Herbert RD, Kilbreath SL, Hertel J. Do voluntary strength, proprioception, range of motion, or postural sway predict occurrence of lateral ankle sprain? Br J Sports Med 2006;40:824-8.
  • 22.Dowling S, Spooner CH, Liang Y, Dryden DM, Friesen C, Klassen TP, et al. Accuracy of Ottawa Ankle Rules to exclude fractures of the ankle and midfoot in children: a meta-analysis. Acad Emerg Med 2009;16:277-87.
  • 23.Eils E, Rosenbaum D. A multi-station proprioceptive exercise program in patients with ankle instability. Med Sci Sports Exerc 2001;33:1991-8.
  • 24.Ekstrand J, Timpka T, Hagglund M. Risk of injury in elite football played on artificial turf versus natural grass: a prospective two-cohort study. Br J Sports Med 2006;40:975-80.
  • 25.Emery CA, Cassidy JD, Klassen TP, Rosychuk RJ, Rowe BH. Effectiveness of a home-based balance-training program in reducing sports-related injuries among healthy adolescents: a cluster randomized controlled trial. CMAJ 2005;172:749-54.
  • 26.Engebretsen AH, Myklebust G, Holme I, Engebretsen L, Bahr R. Intrinsic risk factors for acute ankle injuries among male soccer players: a prospective cohort study. Scand J Med Sci Sports 2010;20:403-10.
  • 27.Faude O, Junge A, Kindermann W, Dvorak J. Risk factors for injuries in elite female soccer players. Br J Sports Med 2006;40:785-90.
  • 28.Fong DT, Hong Y, Chan LK, Yung PS, Chan KM. A systematic review on ankle injury and ankle sprain in sports. Sports Med 2007;37:73-94.
  • 29.Gezondheidsraad. De effectiviteit van fysische therapie: elektrotherapie, lasertherapie, ultrageluidbehandeling. Den Haag: Gezondheidsraad, 1999.
  • 30.Glas AS, Pijnenburg BA, Lijmer JG, Bogaard K, De RM, Keeman JN, et al. Comparison of diagnostic decision rules and structured data collection in assessment of acute ankle injury. CMAJ 2002;166:727-33.
  • 31.Guillodo Y, Riban P, Guennoc X, Dubrana F, Saraux A. Usefulness of ultrasonographic detection of talocrural effusion in ankle sprains. J Ultrasound Med 2007;26:831-6.
  • 32.Haraguchi N, Tokumo A, Okamura R, Ito R, Suhara Y, Hayashi H, et al. Influence of activity level on the outcome of treatment of lateral ankle ligament rupture. J Orthop Sci 2009;14:391-6.
  • 33.Holme E, Magnusson SP, Becher K, Bieler T, Aagaard P, Kjaer M. The effect of supervised rehabilitation on strength, postural sway, position sense and re-injury risk after acute ankle ligament sprain. Scand J Med Sci Sports 1999;9:104-9.
  • 34.Hrysomallis C, McLaughlin P, Goodman C. Balance and injury in elite Australian footballers. Int J Sports Med 2007;28:844-7.
  • 35.Hupperets MD, Verhagen EALM, Van Mechelen W. Effect of unsupervised home based proprioceptive training on recurrences of ankle sprain: randomised controlled trial. BMJ 2009;339:b2684.
  • 36.Kayali C, Agus H, Surer L, Turgut A. The efficacy of paracetamol in the treatment of ankle sprains in comparison with diclofenac sodium. Saudi Med J 2007;28:1836-9.
  • 37.Kemler E, Van de Port I, Backx F, Van Dijk CN. A systematic review on the treat-ment of acute ankle sprain: brace versus other functional treatment types. Sports Med 2011;41:185-97.
  • 38.Kerkhoffs GM, Rowe BH, Assendelft WJJ, Kelly K, Struijs PAA, Van Dijk CN. Immobilisation and functional treatment for acute lateral ankle ligament injuries in adults. Cochrane Database Syst Rev 2002a;CD003762.
  • 39.Kerkhoffs GM, Struijs PA, Marti RK, Assendelft WJ, Blankevoort L, Van Dijk CN. Different functional treatment strategies for acute lateral ankle ligament injuries in adults. Cochrane Database Syst Rev 2002b;CD002938.
  • 40.Kerkhoffs GM, Handoll HHG, De Bie R, Rowe BH, Struijs PAA. Surgical versus conservative treatment for acute injuries of the lateral ligament complex of the ankle in adults. Cochrane Database Syst Rev 2007;CD000380.
  • 41.KNGF. Acuut enkelletsel (2006). Tijdschr Fysiother 2006;116:Suppl. http://www.artsenapotheker.nl/q/kngf_richtlijn_acuut_enkelletsel.
  • 42.Kofotolis ND, Kellis E, Vlachopoulos SP. Ankle sprain injuries and risk factors in amateur soccer players during a 2-year period. Am J Sports Med 2007;35:458-66.
  • 43.Kunkel M, Miller SD. Return to work after foot and ankle injury. Foot Ankle Clin 2002;7:421-8, viii.
  • 44.Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. Acuut lateraal enkelbandletsel (2011). http://www.cbo.nl/Downloads/1157/conc_rl_enkelletsel.pdf.
  • 45.Laba E. Clinical evaluation of ice therapy for acute ankle sprain injuries. NZ J Physiother 1989;17:7-9.
  • 46.Lamb SE, Marsh JL, Hutton JL, Nakash R, Cooke MW. Mechanical supports for acute, severe ankle sprain: a pragmatic, multicentre, randomised controlled trial. Lancet 2009;373:575-81.
  • 47.Lamberts H. In het huis van de huisarts. Verslag van het transitieproject. Lelystad: MediTekst, 1994.
  • 48.Leddy JJ, Smolinski RJ, Lawrence J, Snyder JL, Priore RL. Prospective evaluation of the Ottawa Ankle Rules in a university sports medicine center. With a modification to increase specificity for identifying malleolar fractures. Am J Sports Med 1998;26:158-65.
  • 49.Leddy JJ, Kesari A, Smolinski RJ. Implementation of the Ottawa ankle rule in a university sports medicine center. Med Sci Sports Exerc 2002;34:57-62.
  • 50.Linde F, Hvass I, Jurgensen U, Madsen F. Early mobilizing treatment in lateral ankle sprains. Course and risk factors for chronic painful or function-lim-iting ankle. Scand J Rehabil Med 1986;18:17-21.
  • 51.Massey T, Derry S, Moore RA, McQuay HJ. Topical NSAIDs for acute pain in adults. Cochrane Database Syst Rev 2010;CD007402.
  • 52.Mayer F, Herberger U, Reuber H, Meyer U. Vergleich der Wertigkeit gehaltener Aufnahmen und der Arthrographie des oberen Sprunggelenks bei Verletzungen des lateralen Bandkapselapparates. Unfallchirurg 1987;90:86-91.
  • 53.McGuine TA, Keene JS. The effect of a balance training program on the risk of ankle sprains in high school athletes. Am J Sports Med 2006;34:1103-11.
  • 54.McHugh MP, Tyler TF, Tetro DT, Mullaney MJ, Nicholas SJ. Risk factors for noncontact ankle sprains in high school athletes: the role of hip strength and balance ability. Am J Sports Med 2006;34:464-70.
  • 55.Michlovitz SL, Smith W, Watkins M. Ice and high voltage pulsed stimulation in treatment of acute lateral ankle sprains. J Orthop Sports Phys Ther 1988;9:301-4.
  • 56.Mohammadi F. Comparison of 3 preventive methods to reduce the recurrence of ankle inversion sprains in male soccer players. Am J Sports Med 2007;35:922-6.
  • 57.Moiler K, Hall T, Robinson K. The role of fibular tape in the prevention of ankle injury in basketball: A pilot study. J Orthop Sports Phys Ther 2006;36:661-8.
  • 58.Nikken JJ, Oei EH, Ginai AZ, Krestin GP, Verhaar JA, Van Vugt AB, et al. Acute ankle trauma: value of a short dedicated extremity MR imaging examination in prediction of need for treatment. Radiology 2005;234:134-42.
  • 59.Papacostas E, Malliaropoulos N, Papadopoulos A, Liouliakis C. Validation of Ottawa ankle rules protocol in Greek athletes: study in the emergency departments of a district general hospital and a sports injuries clinic. Br J Sports Med 2001;35:445-7.
  • 60.Pasila M, Visuri T, Sundholm A. Pulsating shortwave diathermy: value in treat-ment of recent ankle and foot sprains. Arch Phys Med Rehabil 1978;59:383-6.
  • 61.Pennington GM, Danley DL, Sumko MH, Bucknell A, Nelson JH. Pulsed, non-thermal, high-frequency electromagnetic energy (DIAPULSE) in the treatment of grade I and grade II ankle sprains. Mil Med 1993;158:101-4.
  • 62.Picavet HS, Schouten JS. Musculoskeletal pain in the Netherlands: prevalences, consequences and risk groups, the DMC(3)-study. Pain 2003;102:167-78.
  • 63.Pijnenburg AC, Glas AS, De Roos MA, Bogaard K, Lijmer JG, Bossuyt PM, et al. Radiography in acute ankle injuries: the Ottawa Ankle Rules versus local diagnostic decision rules. Ann Emerg Med 2002;39:599-604.
  • 64.Rucinski T, Hooker DN, Prentice Jr WE, Shields Jr EW, Coté-Murray DJ. The effects of intermittent compression on edema in postacute ankle sprains. Orthop Sports Phys Ther 1991;14:65-9.
  • 65.Sloan JP, Hain R, Pownall R. Clinical benefits of early cold therapy in accident and emergency following ankle sprain. Arch Emerg Med 1989;6:1-6.
  • 66.Snijders EM, Thomas S, Verhagen A. Acuut enkelbandletsel. Literatuuronderzoek naar het effect van conservatieve behandelingen. Huisarts Wet 2008;51:17-23.
  • 67.Spiegel PK, Staples OS. Arthrography of the ankle joint: problems in diagnosis of acute lateral ligament injuries. Radiology 1975;114:587-90.
  • 68.Stasinopoulos D. Comparison of three preventive methods in order to reduce the incidence of ankle inversion sprains among female volleyball players. Br J Sports Med 2004;38:182-5.
  • 69.Steffen K, Andersen TE, Bahr R. Risk of injury on artificial turf and natural grass in young female football players. Br J Sports Med 2007;41 Suppl 1:i33-i37.
  • 70.Stiell IG, McKnight RD, Greenberg GH, McDowell I, Nair RC, Wells GA, et al. Implementation of the Ottawa ankle rules. JAMA 1994;271:827-32.
  • 71.Stomp DJ, Hendriks HJM, Heemskerk MAMB, Van der Wees PJ, De Bie RA. Effectiviteit van fysiotherapie bij patiënten met chronische functionele instabiliteit van de enkel: een systematisch literatuuroverzicht. Ned Tijdschr Fysioth 2005;115:26-31.
  • 72.Trojian TH, McKeag DB. Single leg balance test to identify risk of ankle sprains. Br J Sports Med 2006;40:610-3.
  • 73.Tropp H, Ekstrand J, Gillquist J. Stabilometry in functional instability of the ankle and its value in predicting injury. Med Sci Sports Exerc 1984;16:64-6.
  • 74.Tsang KK, Hertel J, Denegart CR. Volume decreases after elevation and intermittent compression of postacute ankle sprains are negated by gravity-dependent positioning. J Athl Train 2003;38:320-4.
  • 75.Tyler TF, McHugh MP, Mirabella MR, Mullaney MJ, Nicholas SJ. Risk factors for noncontact ankle sprains in high school football players. The role of previous ankle sprains and body mass index. Am J Sports Med 2006;34:471-5.
  • 76.Van de Lisdonk EH, Van den Bosch WJHM, Lagro-Janssen ALM. Ziekten in de huisartspraktijk. 5de dr Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2008.
  • 77.Van den Bekerom MP, Van der Windt DA, Ter RG, Van der Heijden GJ, Bouter LM. Therapeutic ultrasound for acute ankle sprains. Cochrane Database Syst Rev 2011;6:CD001250.
  • 78.Van der Linden MW, Westert GP, De Bakker DH, Schellevis FG. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk: klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk. Utrecht/Bilthoven: NIVEL/RIVM, 2004.
  • 79.Van der Wees PJ, Lenssen AF, Hendriks EJ, Stomp DJ, Dekker J, De Bie RA. Effectiveness of exercise therapy and manual mobilisation in ankle sprain and functional instability: a systematic review. Aust J Physiother 2006;52:27-37.
  • 80.Van der Wees PJ. Evaluation of evidence-based clinical guidelines in physical therapy. Ankle sprain as case example [Proefschrift]. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2009.
  • 81.Van der Werken C, Marti R. Gelukkig is uw enkel niet gebroken, hooguit verstuikt. Ned Tijdschr Geneeskd 1982;126:2129-32.
  • 82.Van Dijk CN. On diagnostic strategies in patients with severe ankle sprain [Proefschrift]. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 1994.
  • 83.Van Dijk CN, Mol BW, Lim LS, Marti RK, Bossuyt PM. Diagnosis of ligament rupture of the ankle joint. Physical examination, arthrography, stress radiography and sonography compared in 160 patients after inversion trauma. Acta Orthop Scand 1996;67:566.
  • 84.Van Dijk CN, Molenaar AH, Cohen RH, Tol JL, Bossuyt PM, Marti RK. Value of arthrography after supination trauma of the ankle. Skeletal Radiol 1998;27:256-61.
  • 85.Van Moppers FI, Van den Hoogenband CR. Diagnostic and therapeutic aspects of inversion trauma of the ankle joint [Proefschrift]. Maastricht: Universiteit Maastricht, 1982.
  • 86.Van Rijn RM, Van Os AG, Bernsen RM, Luijsterburg PA, Koes BW, Bierma-Zeinstra SM. What is the clinical course of acute ankle sprains? A systematic literature review. Am J Med 2008;121:324-31.
  • 87.Van Rijn RM, Van Heest JA, Van der WP, Koes BW, Bierma-Zeinstra SM. Some benefit from physiotherapy intervention in the subgroup of patients with severe ankle sprain as determined by the ankle function score: a random-ised trial. Aust J Physiother 2009;55:107-13.
  • 88.Van Rijn RM. Acute ankle sprains in primary care. Enkelverstuikingen in de eerstelijnszorg [Proefschrift]. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam, 2010a.
  • 89.Van Rijn RM, Van Ochten J, Luijsterburg PA, Van Middelkoop M, Koes BW, Bierma-Zeinstra SM. Effectiveness of additional supervised exercises compared with conventional treatment alone in patients with acute lateral ankle sprains: systematic review. BMJ 2010b;341:c5688.
  • 90.Verhagen EA, Van Mechelen W, De Vente W. The effect of preventive measures on the incidence of ankle sprains. Clin J Sport Med 2000;10:291-6.
  • 91.Verhagen EA, Van der Beek AJ, Van Mechelen W. The effect of tape, braces and shoes on ankle range of motion. Sports Med 2001;31:667-77.
  • 92.Verhagen EA, Van der Beek A, Twisk J, Bouter L, Bahr R, Van Mechelen W. The effect of a proprioceptive balance board training program for the prevention of ankle sprains: a prospective controlled trial. Am J Sports Med 2004a;32:1385-93.
  • 93.Verhagen EA, Van der Beek AJ, Bouter LM, Bahr RM, Van Mechelen W. A one season prospective cohort study of volleyball injuries. Br J Sports Med 2004b;38:477-81.
  • 94.Vriend I, Van Kampen B, Schmikli S, Eckhardt J, Schoots W, Den Hertog P. Ongevallen en Bewegen in Nederland 2000-2003. Amsterdam: Stichting Consument en Veiligheid, 2011.
  • 95.VSG. Acute inversietrauma van de enkel (2010). http://www.sportgeneeskunde.com/>VSG>richtlijnen.
  • 96.Wang HK, Chen CH, Shiang TY, Jan MH, Lin KH. Risk-factor analysis of high school basketball-player ankle injuries: a prospective controlled cohort study evaluating postural sway, ankle strength, and flexibility. Arch Phys Med Rehabil 2006;87:821-5.
  • 97.Wester JU, Jespersen SM, Nielsen KD, Neumann L. Wobble board training after partial sprains of the lateral ligaments of the ankle: a prospective random-ized study. J Orthop Sports Phys Ther 1996;23:332-6.
  • 98.Wilkerson GB, Horn-Kingery HM. Treatment of the inversion ankle sprain: comparison of different modes of compression and cryotherapy. J Orthop Sports Phys Ther 1993;17:240-6.
  • 99.Wilson DH. Treatment of soft-tissue injuries by pulsed electrical energy. Br Med J 1972;2:269-70.
  • 100.Zeegers AV. Het supinatieletsel van de enkel [Proefschrift]. Utrecht: Universiteit Utrecht, 1995.

Reacties

Er zijn nog geen reacties