De NHG-Standaarden geven richtlijnen voor het handelen van de huisarts; de rol van de huisarts staat dan ook centraal. Daarbij geldt echter altijd dat factoren van de kant van de patiënt het beleid mede bepalen. Om praktische redenen komt dit uitgangspunt niet telkens opnieuw in de richtlijn aan de orde, maar wordt het hier expliciet vermeld. De huisarts stelt waar mogelijk zijn beleid vast in samenspraak met de patiënt, met inachtneming van diens specifieke omstandigheden en met erkenning van diens eigen verantwoordelijkheid, waarbij adequate voorlichting een voorwaarde is.
Het persoonlijk inzicht van de huisarts is uiteraard bij alle richtlijnen een belangrijk aspect. Afweging van de relevante factoren in de concrete situatie zal beredeneerd afwijken van het hierna beschreven beleid kunnen rechtvaardigen. Dat laat onverlet dat deze standaard bedoeld is om te fungeren als maat en houvast.
NHG-Standaarden bevatten richtlijnen voor huisartsen. Dit betekent niet dat de huisarts alle genoemde taken persoonlijk moet verrichten. Sommige taken kunnen worden gedelegeerd aan de praktijkassistente, praktijkondersteuner (POH) of praktijkverpleegkundige, mits zij worden ondersteund door duidelijke werkafspraken waarin wordt vastgelegd in welke situaties de huisarts moet worden geraadpleegd en mits de huisarts toeziet op de kwaliteit. Omdat de feitelijke keuze van de te delegeren taken sterk afhankelijk is van de lokale situatie, bevatten de standaarden daarvoor geen concrete aanbevelingen.

Kernboodschappen

  • Lichen sclerosus is een chronische inflammatoire huidaandoening met als hoofdklacht jeuk.
  • Bij het stellen van de diagnose lichen sclerosus volstaan vaak anamnese en lichamelijk onderzoek; bij twijfel aan de diagnose is een biopt noodzakelijk.
  • Behandel lichen sclerosus met klasse-4-corticosteroïdenzalf met daarnaast een indifferente vette crème of zalf.
  • Attendeer patiënten met anogenitale lichen sclerosus op het kleine risico van de ontwikkeling van een plaveiselcelcarcinoom en controleer hen ten minste jaarlijks.

Inleiding

De NHG-Standaard Lichen sclerosus geeft richtlijnen voor tijdige herkenning, diagnostiek en behandeling van anogenitale lichen sclerosus. Daarbij concentreert deze standaard zich op het beleid bij volwassenen. Ook bij kinderen komt de aandoening voor, maar bij hen is de diagnostiek daarvan moeilijker om welke reden geadviseerd wordt om ieder kind met vermoeden van lichen sclerosus te verwijzen.
Lichen sclerosus is een chronische inflammatoire, niet-infectieuze huidaandoening, die voorkomt bij beide geslachten en op iedere leeftijd, maar vooral bij postmenopauzale vrouwen. Meestal manifesteert lichen sclerosus zich in het anogenitale gebied. Patiënten hebben soms al langere tijd klachten alvorens de diagnose wordt gesteld. Er is een klein risico dat anogenitale lichen sclerosus maligne ontaardt. Daarnaast kunnen complicaties optreden, zoals anatomische misvormingen.
De prevalentie van lichen sclerosus is laag ten opzichte van andere huidaandoeningen. In de eerste lijn is er nauwelijks onderzoek verricht naar de diagnostiek, behandeling en prognose. De indruk bestaat dat deze aandoening vaak niet of niet tijdig gediagnosticeerd wordt. Deze standaard wil bijdragen aan betere herkenning en kennis over de behandeling en controle van deze chronische en soms mutilerende aandoening in de huisartsenpraktijk. De standaard is gebaseerd op de multidisciplinaire richtlijn die over deze aandoening werd ontwikkeld en bevat aandachtspunten voor samenwerking met de betrokken beroepsgroepen in de tweede lijn.1

Achtergronden

Begrippen

Lichen sclerosus:2 huidaandoening gekenmerkt door atrofie (‘sigarettenpapier’) en/of hyperkeratose, macroscopisch herkenbaar als scherp begrensde, porseleinwitte glanzende plekken, op den duur aanleiding gevend tot anatomische veranderingen, zoals verdwijnen van de labia minora en vernauwing van de introïtus vaginae. Bij mannen wordt lichen sclerosus van de glans en het preputium ook wel balanitis xerotica obliterans genoemd.
Plaveiselcelcarcinoom: een maligne tumor van de opperhuid, met de potentie tot ingroei in onderliggende weefsels en metastasering; een plaveiselcelcarcinoom kan ontstaan uit lichen sclerosus.

Epidemiologie

De incidentie van lichen sclerosus in de huisartsenpraktijk is onbekend. De aandoening lijkt vooral voor te komen bij vrouwen in de leeftijdscategorie van 50 tot 70 jaar; 5 tot 15% van de patiënten met lichen sclerosus betreft kinderen. Lichen sclerosus komt overwegend voor bij mensen van het Kaukasische ras en minder bij andere etniciteiten.3

Etiologie

De oorzaak van lichen sclerosus is onbekend. Genetische predispositie, auto-immuunaandoeningen en hormonale factoren zijn in verband gebracht met lichen sclerosus, maar een causale relatie is niet vastgesteld.4 Er zijn aanwijzingen dat ook lokale factoren, zoals infecties en verwondingen, predisponeren voor het ontwikkelen van lichen sclerosus. In dit verband is de associatie tussen seksueel misbruik en lichen sclerosus beschreven, maar een causale relatie is niet bewezen.5 Mannen die niet besneden zijn, hebben een groter risico op het ontwikkelen van lichen sclerosus dan mannen die wel besneden zijn.6

Klinisch beeld

Lichen sclerosus begint vaak met vlakke papels die overgaan in scherp begrensde porseleinwitte atrofische plekken. De huidafwijkingen in het anogenitale gebied zijn meestal symmetrisch gelokaliseerd en kunnen gepaard gaan met hyperkeratose, erytheem, erosies, fissuren en soms ook ecchymosen (kleinvlekkige bloedingen) of maculae. Kleine bloedingen kunnen spontaan ontstaan of worden ten gevolge van het krabben samen met excoriaties gezien [foto 1]. Bij lang bestaande lichen sclerosus kan een atrofisch (‘sigarettenpapier’) of sclerotisch beeld met verlittekening domineren.

Bij vrouwen bevinden de laesies zich voornamelijk op de labia. De vaginale mucosa is bij lichen sclerosus niet betrokken (in tegenstelling tot lichen planus). Bij mannen bevinden de laesies zich voornamelijk op de glans penis en het preputium [foto 2].

De belangrijkste klacht van vulvaire lichen sclerosus is jeuk. Bijzonder is dat deze jeuk vaak optreedt bij warmte, bijvoorbeeld in bed. Daarnaast kan er sprake zijn van een branderig gevoel, oppervlakkige dyspareunie, dysurie, pruritus ani en pijn bij defecatie.
Lichen sclerosus van de penis geeft meestal ook jeuk, maar wordt vaak pas ontdekt wanneer de aandoening heeft geleid tot een phimosis, vernauwing van de urethra of pijn bij erectie.7
Het klinisch beeld bij kinderen is vergelijkbaar met het klinisch beeld bij volwassenen. Bij kinderen is obstipatie, al dan niet ten gevolge van een fissura ani, een regelmatig voorkomend symptoom van lichen sclerosus [foto 3].8

Extragenitale lichen sclerosus is vooral gelokaliseerd op de romp en kenmerkt zich door porseleinwitte vlekjes en vlakke papels met geaccentueerde haarfollikels. Deze vorm van lichen sclerosus wordt in deze standaard buiten beschouwing gelaten.

Natuurlijk beloop en prognose

Lichen sclerosus is een chronische huidaandoening, waarbij klachtenvrije perioden worden afgewisseld door exacerbaties. Het aantal recidieven na het bereiken van een complete remissie door behandeling is hoog. Sommige laesies zijn therapieresistent, vooral langer bestaande vulvaire laesies bij oudere vrouwen. Progressie hiervan kan leiden tot het verstrijken, resorberen en verkleven van de labia minora of tot het vernauwen van de introïtus. Wanneer het preputium van de clitoris scleroseert, kan de glans van de clitoris hieronder verborgen raken. Na verloop van tijd kunnen seksuele klachten ontstaan. De mate van seksuele disfunctie hangt samen met de aard en ernst van de afwijkingen (stenose, fissuren, erosies, ulcera).
Lichen sclerosus bij mannen kan leiden tot phimosis of meatusstenose. Uitbreiding naar de penisschacht is ongewoon en uitbreiding naar het scrotum zeldzaam.9
Jarenlang bestaande lichen sclerosus van de vulva kan maligne ontaarden [foto 4]. Naar schatting 5% van de vrouwen met vulvaire lichen sclerosus ontwikkelt op den duur een plaveiselcelcarcinoom.10 Ook bij lichen sclerosus van de penis is er een klein risico op de ontwikkeling van een plaveiselcelcarcinoom.11

Richtlijnen diagnostiek

Vulvaire jeuk is een veelvoorkomend symptoom van lichen sclerosus en vaak aanleiding om contact op te nemen met de huisarts. Omdat deze klacht bij vrouwen regelmatig wordt toegeschreven aan een (recidiverende) vaginale schimmelinfectie, bestaat het risico dat een hierop gerichte behandeling volgt zonder lichamelijk onderzoek. Het is dan ook belangrijk om vrouwen met langer bestaande of recidiverende vulvaire klachten uit te nodigen op het spreekuur voor nader onderzoek. Dit geldt in het bijzonder voor postmenopauzale vrouwen, bij wie vaginale jeuk zelden berust op een candida-infectie.
Bij mannen of jongens kan ook een verworven phimosis of recidiverende balanitis de belangrijkste klacht zijn.
De diagnose kan worden bevestigd door weefselonderzoek.12

Anamnese

De huisarts vraagt naar:
  • de aard van de klachten (jeuk, pijn, ulceratie, phimosis, erectiestoornis);
  • de lokalisatie van de huidafwijkingen;
  • huidafwijkingen elders;
  • de duur en het beloop van de klachten;
  • de mate van hinder;
  • gevolgen van de klachten voor de seksualiteit;
  • andere klachten, zoals mictieklachten, vaginale fluor, menopauzale klachten (zoals opvliegers), obstipatie en pijn bij defecatie (vooral bij kinderen) en pruritus ani;
  • eerdere episoden, beloop en eventuele behandeling daarvan;
  • eventueel zelftoegepaste behandelingen.

Lichamelijk onderzoek

De huisarts inspecteert de huidafwijkingen en let daarbij op:
  • lokalisatie: vulva, penis, perineum en/of peri-anaal;
  • eventuele extragenitale lokalisatie van lichen sclerosus (vooral op de romp);
  • soort huidafwijkingen: witte porseleinachtige atrofische plekken, eventueel gepaard met hyperkeratose, erosies, fissuren, soms ook ecchymosen (kleinvlekkige bloedingen), papels of maculae;
  • aanwijzingen voor anatomische veranderingen als gevolg van lichen sclerosus (bij vrouwen: verstrijken of resorberen van de labia minora, vernauwing van de introïtus, ‘verborgen clitoris’; bij mannen: phimosis, meatusstenose);
  • alarmsymptomen passend bij plaveiselcelcarcinoom:11
      • niet-genezende defecten (ulcera of erosies);
      • zwellingen (verruceuze laesies, nodi, erythemateuze plekken, hyperkeratose);
      • persisterende pijn;
      • unilaterale afwijkingen;
      • vergrote liesklieren.

De huisarts kan de patiënt laten meekijken met een handspiegel. De patiënt kan dan tijdens de follow-up zelf beoordelen of de afwijking verandert.
Bij kinderen met anogenitale afwijkingen is de huisarts alert op signalen van seksueel misbruik.13

Aanvullend onderzoek

Bij twijfel aan de diagnose anogenitale lichen sclerosus is een stansbiopt geïndiceerd.14 Dit kan plaatsvinden in de huisartsenpraktijk of in de tweede lijn. Bij langer bestaande lichen sclerosus kunnen karakteristieke histologische kenmerken echter ontbreken. Indien een patiënt recent met dermatocorticosteroïden is behandeld, wordt dit aangegeven op het pathologieformulier.
Neem geen biopt bij:
  • mannen: verwijs bij twijfel aan de diagnose naar de tweede lijn, omdat het nemen van een biopt uit de penis kan leiden tot fors nabloeden;
  • kinderen: verwijs bij vermoeden van lichen sclerosus altijd naar de tweede lijn;
  • vermoeden van een maligniteit: verwijs direct naar de tweede lijn.

Evaluatie

Stel de diagnose lichen sclerosus op grond van de anamnese (vooral genitale jeuk, dyspareunie en/of dysurie) en lichamelijk onderzoek (porseleinwitte verkleuring van de huid met sclerosering en eventueel verandering van de anatomie). Een biopt kan de diagnose bevestigen.
Differentiaaldiagnostisch denkt de huisarts aan:15
  • dermatomycose: jeukende erythematosquameuze laesies (zie de NHG-Standaard Dermatomycosen);
  • postmenopauzale atrofie: dun, atrofisch vaginaslijmvlies bij een oudere, maar overigens normale, huid (zie de NHG-Standaard De overgang);
  • eczeem: verschillende efflorescenties naast elkaar (zie de NHG-Standaard Constitutioneel eczeem en FTR Contacteczeem);
  • (genitale) lichen planus: hierbij soms betrokkenheid van het vaginaslijmvlies (scherp begrensde, erythemateuze en gemakkelijk bloedende laesies van het vaginaslijmvlies, pijn op de voorgrond), vaak extragenitale laesies van mondslijmvlies, huid, behaarde hoofd en nagels;
  • vitiligo: depigmentatie, scherpe begrenzing, geen schilfering, voorkeurslokalisatie gezicht en handrug, weinig tot geen jeuk;
  • maligniteit: niet-genezende defecten, zwellingen, persisterende pijn, unilaterale afwijkingen, vergrote liesklieren;
  • verwondingen door seksueel misbruik: anogenitale hematomen of wondjes, beschadiging van het hymen.

Richtlijnen beleid

Voorlichting

De huisarts besteedt aandacht aan de volgende aspecten:
  • Leg uit dat lichen sclerosus een chronische, niet-besmettelijke ontsteking van de huid is. De oorzaak van de aandoening is onbekend.
  • Het doel van de behandeling is het verlichten van klachten en het voorkómen of behandelen van complicaties, zoals het veranderen van de anatomie. Daarnaast is het belangrijk om tijdig een plaveiselcelcarcinoom te onderkennen.
  • Attendeer de patiënt (en eventueel de partner) op de mogelijkheid van zelfonderzoek (bijvoorbeeld door middel van een handspiegel) om zo regelmatig (bijvoorbeeld maandelijks) het anogenitale gebied te bekijken en veranderingen, zoals wondjes, zwelling, pijnklachten, onregelmatigheden of kleurveranderingen, te signaleren. Daarnaast kunnen sommige veranderingen ook te voelen zijn.16
  • Bij lichen sclerosus kunnen pijnlijke scheurtjes in de vagina ontstaan en kan de introïtus vaginae stug en nauw worden. Dit kan leiden tot seksuele problemen en het vermijden van intimiteit. Met medicatie en eventuele begeleiding door een gynaecoloog en/of seksuoloog kunnen deze klachten verminderen.

In aansluiting op de gegeven mondelinge informatie kan de huisarts de patiënt verwijzen naar de informatie over lichen sclerosus op de website www.thuisarts.nl of de betreffende NHG-Patiëntenbrief meegeven.

Niet-medicamenteuze behandeling

De huisarts adviseert om zeepgebruik te vermijden, evenals het dragen van strak synthetisch ondergoed.17 Bij seksuele problemen geeft de huisarts adviezen ter verbetering van de vochtigheid van het vaginaslijmvlies of adviseert hij een andere coïtushouding of non-coïtale seks te proberen. Zo nodig verwijst de huisarts de patiënt (en haar/zijn partner) naar een seksuoloog.

Medicamenteuze behandeling

Lokale corticosteroïden zijn eerste keus om klachten (jeuk, pijn of een branderig gevoel) te bestrijden. Het is onbekend in hoeverre corticosteroïden anatomische veranderingen kunnen voorkomen.18 Het is evenmin bekend of ze ook beschermen tegen het ontstaan van een plaveiselcelcarcinoom. Om deze redenen wordt het continueren van behandeling met corticosteroïden vooral bepaald door de klachten van de patiënt. Lokale bijwerkingen van dermatocorticosteroïden zijn onder andere atrofie en hypopigmentatie; deze zullen echter vaak moeilijk te onderscheiden zijn van de symptomen van de aandoening zelf. Systemische bijwerkingen van dermatocorticosteroïden zijn bij volwassenen zeldzaam.19 Leg aan de patiënt uit dat na het verdwijnen van de jeuk enige huidverkleuring aanwezig kan blijven.
Voor de medicamenteuze behandeling gelden de volgende aanbevelingen:
  • Start lokale behandeling met een klasse-4-dermatocorticosteroïd, zoals 0,05%-clobetasolzalf 1 maal daags voor het slapen gaan, gedurende 1 maand.20 Bij vrouwen verminderen de klachten meestal al na enkele dagen; eventueel kan een klasse-3-dermatocorticosteroïd, zoals 0,1%-mometasonfuroaatzalf, gegeven worden.21
  • Geef daarnaast een indifferente zalf (bijvoorbeeld koelzalf of vaselineparaffine ana) of vette crème (bijvoorbeeld vaselinecetomacrogolcrème of vaselinelanettecrème), minstens 1 maal daags, desgewenst vaker.22 Adviseer mannen om bij het aanbrengen van zalf het preputium te masseren en voorzichtig te strekken.
  • Indien na 1 maand de klachten (jeuk, pijn) zijn afgenomen, verminder dan in maximaal 2 maanden het gebruik van de dermatocorticosteroïden door over te gaan op intermitterend gebruik (bijvoorbeeld 1 maand om de dag en vervolgens 1 maand 2 maal per week). Na deze periode kunnen de dermatocorticosteroïden gestopt worden.
  • Indien na 1 maand de klachten niet zijn verminderd ondanks goede therapietrouw, heroverweeg dan de diagnose (zie differentiaaldiagnose) en ga na of er geen secundaire of mechanische problemen zijn ontstaan als gevolg van de littekenvorming.
  • Bij een recidief na een klachtenvrije periode: start lokale behandeling met dermatocorticosteroïden volgens bovengenoemd schema.
  • Geef bij hardnekkige recidiverende klachten een onderhoudsbehandeling van clobetasolzalf-0,05% 1 tot 2 maal per week.
  • Ontraad dagelijks gebruik van clobetasolzalf langer dan 1 maand.
  • Ontraad gebruik van meer dan 30 tot 60 g clobetasolzalf per week.

Een proefbehandeling met dermatocorticosteroïden bij een onzekere diagnose wordt ontraden.23
Bij ernstige en therapieresistente gevallen van lichen sclerosus kunnen in de tweede lijn lokaal aangebrachte calcineurineremmers (tacrolimus, pimecrolimus) of systemische immuunsuppressiva (ciclosporine, acitretine) voorgeschreven worden.24,25
Lokale behandeling met testosteron of progesteron heeft geen plaats bij de behandeling van lichen sclerosus vanwege het gebrek aan bewijs.26 Lokale behandeling met oestrogenen is niet effectief bij de behandeling van de huidafwijkingen bij lichen sclerosus; het helpt wel om de postmenopauzale droogheid van het vaginaslijmvlies te verminderen (zie de NHG-Standaard De overgang).

Controle en verwijzing

Controles

De eerste controle vindt 2 tot 4 weken na het starten van de behandeling plaats. De huisarts herhaalt dan het lichamelijk onderzoek. Daarnaast bespreekt de huisarts met de patiënt:
  • vragen en zorgen die de diagnose met zich meebrengt;
  • eventuele seksuele problemen;
  • het gebruik van dermatocorticosteroïden naast het gebruik van indifferente middelen;
  • ervaringen of belemmeringen bij zelfonderzoek.

Bij vermindering van klachten en symptomen vinden controles om de 3 maanden plaats. Indien de aandoening in remissie is, worden de controles na 6 maanden minder frequent; bijvoorbeeld eenmaal per 6 maanden of jaarlijks.27 Bij iedere controle wordt lichamelijk onderzoek verricht en let de huisarts op tekenen van een plaveiselcelcarcinoom en het ontwikkelen van anatomische afwijkingen, zoals adhesies of stricturen. De huisarts gaat na of de patiënt aan zelfonderzoek doet en wat de rol van de partner is (bij het monitoren van de laesie en/of het aanbrengen van medicatie). Daarnaast vraagt de huisarts naar herstel van de seksualiteit.

Verwijzing

Verwijs een patiënt op korte termijn (binnen 2 weken) naar een dermatoloog, uroloog, of gynaecoloog bij:
  • kenmerken van plaveiselcelcarcinoom.

Verwijs een patiënt naar een dermatoloog, uroloog of gynaecoloog met de vulva als aandachtsgebied in de volgende situaties:
  • kinderen met afwijkingen mogelijk passend bij anogenitale lichen sclerosus (bij voorkeur naar (kinder)dermatoloog);28
  • mannen met anogenitale lichen sclerosus in combinatie met phimosis of sproeien bij mictie (bij voorkeur naar dermatoloog);29
  • twijfel aan de diagnose (eventueel alleen voor een diagnostisch consult en therapeutisch advies);
  • onvoldoende reactie op de behandeling na 1 maand;
  • lichen sclerosus met uitgebreide sclerosering;
  • seksuele disfunctie zoals persisterende klachten van dyspareunie bij vrouwen (gynaecoloog).30

Verwijs een patiënt (en zijn of haar partner), na beoordeling door een gynaecoloog, zo nodig naar een seksuoloog bij:
  • door lichen sclerosus veroorzaakte seksuele problematiek.

Samenwerking

Huisartsen en specialisten kunnen het initiatief nemen om regionale samenwerkingsafspraken op te stellen over het beleid bij patiënten met anogenitale lichen sclerosus.31 Essentieel is de inventarisatie van specialisten met expertise op het gebied van diagnostiek en behandeling van lichen sclerosus. Zorg in het kader van de samenwerking vooral voor heldere afspraken over controle van de patiënten, wanneer deze worden terugverwezen naar de huisarts.

Totstandkoming

In januari 2010 startte een werkgroep van huisartsen met de ontwikkeling van de NHG-Standaard Lichen sclerosus, gelijktijdig met de ontwikkeling van de gelijknamige Multidisciplinaire richtlijn. De werkgroep bestond uit de volgende leden: A.G. Glansdorp, huisarts en kaderarts urogynaecologie; R. van Kimmenade, huisarts; E.K.G. Lemaire, huisarts en C.W. Vliet Vlieland, huisarts en seksuoloog. De begeleiding van de werkgroep en de eindredactie berustten bij M.C.M. Loogman, huisarts en wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap van het NHG. Dr. W. Opstelten, huisarts, was betrokken als senior wetenschappelijk medewerker van deze afdeling. M.M. Verduijn, apotheker en senior wetenschappelijk medewerker Farmacotherapie van het NHG, beoordeelde de medicamenteuze adviezen. L. de Vries, huisarts en wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap van het NHG, begeleidde de werkgroep die verantwoordelijk was voor de aandachtspunten voor samenwerking. Deze werkgroep bestond uit C. Bik, arts en werkzaam bij de afdeling Richtlijnondersteuning van de NVDV; A.G. Glansdorp, huisarts en kaderarts urogynaecologie; W.A. ter Harmsel, gynaecoloog; C.L.M. van Hees en dr. W.I. van der Meijden, beiden dermatoloog en M. Peerden, huisarts en kaderarts urogynaecologie. J.A.M. van Balen, huisarts, was betrokken als senior wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap van het NHG. Geen van de werkgroepleden heeft belangenverstrengeling gemeld. In november 2011 werd de ontwerpstandaard voor commentaar naar 50 willekeurig uit het NHG-ledenbestand gekozen huisartsen gestuurd. Er werden 14 commentaarformulieren retour ontvangen. Tevens werd commentaar ontvangen van een aantal referenten, te weten D. Bochove-Overgaauw en prof.dr. E.J.H. Meuleman, urologen; prof.dr. J.R.B.J. Brouwers en M.L. van Oppenraay, respectievelijk hoofdredacteur en eindredacteur van het Farmacotherapeutisch Kompas; dr. J.A.H. Eekhof, huisarts en hoofdredacteur van Huisarts en Wetenschap; M.J. van Gestel, namens de Stichting Lichen Sclerosus; C.L.M. van Hees en dr. W.I. van der Meijden, beiden dermatoloog; dr. W.A. ter Harmsel, gynaecoloog, namens de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie; prof.dr. A.L.M. Lagro-Janssen, huisarts en hoogleraar Vrouwenstudies aan de Radboud Universiteit; K. de Leest, P.N.J. Langendijk, A.P. Rademaker en D. Dost, allen apotheker, namens de werkgroep voor Farmacotherapie en Geneesmiddelinformatie van het KNMP; P.M. Leusink, huisarts en seksuoloog; prof.dr. B.W. Mol, hoogleraar Gynaecologie en Obstetrie, namens de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; dr. H. Philips, huisarts, namens de Domus Medica (België) en dr. E. de Vries, kinderarts. Naamsvermelding als referent betekent overigens niet dat een referent de standaard inhoudelijk op ieder detail onderschrijft. H. Eekhof en R.J. Hinloopen, beiden huisarts, hebben namens de NAS tijdens de commentaarronde beoordeeld of de ontwerpstandaard antwoord geeft op de vragen uit het basisplan. In april 2012 werd de standaard becommentarieerd en geautoriseerd door de NHG-Autorisatiecommissie. De zoekstrategie die gevolgd werd bij het zoeken naar de onderbouwende literatuur is te vinden bij de webversie van deze standaard. Tevens zijn de procedures voor de ontwikkeling van de NHG-Standaarden in te zien in het procedureboek (zie www.nhg.org).
© 2012 Nederlands Huisartsen Genootschap

Literatuur

  • 1.Abramov Y, Elchalal U, Abramov D, Goldfarb A, Schenker JG. Surgical treatment of vulvar lichen sclerosus: a review. Obstet Gynecol Surv 1996;51:193-9.
  • 2.Al-Khenaizan S, Almuneef M, Kentab O. Lichen sclerosus mistaken for child sexual abuse. Int J Dermatol 2005;44:317-20.
  • 3.August PJ, Milward TM. Cryosurgery in the treatment of lichen sclerosus et atrophicus of the vulva. Br J Dermatol 1980;103:667-70.
  • 4.Ayhan A, Guven ES, Guven S, Sakinci M, Dogan NU, Kucukali T. Testosterone versus clobetasol for maintenance of vulvar lichen sclerosus associated with variable degrees of squamous cell hyperplasia. Acta Obstet Gynecol Scand 2007;86:715-9.
  • 5.Balasubramaniam P, Lewis FM. Long-term follow-up of patients with lichen sclerosus: does it really happen? J Obstet Gynaecol 2007;27:282.
  • 6.Barbagli G, Palminteri E, Mirri F, Guazzoni G, Turini D, Lazzeri M. Penile carcinoma in patients with genital lichen sclerosus: a multicenter survey. J Urol 2006;175:1359-63.
  • 7.Barbagli G, Palminteri E, Balo S, Vallasciani S, Mearini E, Costantini E, et al. Lichen sclerosus of the male genitalia and urethral stricture diseases. Urol Int 2004;73:1-5.
  • 8.Beattie PE, Dawe RS, Ferguson J, Ibbotson SH. UVA1 phototherapy for genital lichen sclerosus. Clin Exp Dermatol 2006;31:343-7.
  • 9.Bilo RA, De Waard-van der Spek FB, Okkerse A, Oranje AP. Anogenitale klachten bij kinderen. Gaat het om seksueel misbruik? Ned Tijdschr Geneeskd 1994;138:1457-9.
  • 10.Bochove-Overgaauw DM, Gelders W, De Vylder AMA. Routine biopsies in pediatric circumcision: (non) sense? J Pediatr Urol 2009;5:178-80.
  • 11.Bousema MT, Romppanen U, Geiger JM, Baudin M, Vaha-Eskeli K, Vartiainen J, et al. Acitretin in the treatment of severe lichen sclerosus et atrophicus of the vulva: a double-blind, placebo-controlled study. J Am Acad Dermatol 1994;30:225-31.
  • 12.Bracco GL, Carli P, Sonni L, Maestrini G, De Marco A, Taddei GL, et al. Clinical and histologic effects of topical treatments of vulvar lichen sclerosus. A critical evaluation. J Reprod Med 1993;38:37-40.
  • 13.British Association of Dermatologists. Lichen sclerosus (2010). http://www.bad.org.uk/site/838/default.aspx.
  • 14.Brown AR, Dunlap CL, Bussard DA, Lask JT. Lichen sclerosus et atrophicus of the oral cavity: report of two cases. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 1997;84:165-70.
  • 15.Bulbul BE, Turan H, Tunali S, Toker SC, Saricaoglu H. Open-label trial of cyclosporine for vulvar lichen sclerosus. J Am Acad Dermatol 2007;57:276-8.
  • 16.Carlson JA, Ambros R, Malfetano J, Ross J, Grabowski R, Lamb P, et al. Vulvar lichen sclerosus and squamous cell carcinoma: a cohort, case control, and investigational study with historical perspective; implications for chronic inflammation and sclerosis in the development of neoplasia. Hum Pathol 1998a;29:932-48.
  • 17.Carlson JA, Ambros R, Malfetano J, Ross J, Grabowski R, Lamb P, et al. Vulvar lichen sclerosus and squamous cell carcinoma: a cohort, case control, and investigational study with historical perspective; implications for chronic inflammation and sclerosis in the development of neoplasia. Hum Pathol 1998b;29:932-48.
  • 18.Cattaneo A, Carli P, De Marco A, Sonni L, Bracco G, De Magnis A, et al. Testosterone maintenance therapy. Effects on vulvar lichen sclerosus treated with clobetasol propionate. J Reprod Med 1996;41:99-102.
  • 19.Cattaneo A, De Marco A, Botti E, Sonni L, Carli P, Taddei GL. Topical mometasone furoate for vulvar lichen sclerosus. J Reprod Med 2003;48:444-8.
  • 20.Chi CC, Kirtschig G, Baldo M, Brackenbury F, Lewis F, Wojnarowska F. Topical interventions for genital lichen sclerosus. Cochrane Database Syst Rev 2011;CD008240.
  • 21.Cooper SM, Gao XH, Powell JJ, Wojnarowska F. Does treatment of vulvar lichen sclerosus influence its prognosis? Arch Dermatol 2004;140:702-6.
  • 22.Dalziel KL, Wojnarowska F. Long-term control of vulvar lichen sclerosus after treatment with a potent topical steroid cream. J Reprod Med 1993;38:25-7.
  • 23.Diakomanolis ES, Haidopoulos D, Syndos M, Rodolakis A, Stefanidis K, Chatzipapas J, et al. Vulvar lichen sclerosus in postmenopausal women: a comparative study for treating advanced disease with clobetasol propionate 0.05%. Eur J Gynaecol Oncol 2002;23:519-22.
  • 24.Fons G, Hyde SE, Buist MR, Schilthuis MS, Grant P, Burger MP, et al. Prognostic value of bilateral positive nodes in squamous cell cancer of the vulva. Int J Gynecol Cancer 2009;19:1276-80.
  • 25.Goldstein AT, Marinoff SC, Christopher K, Srodon M. Prevalence of vulvar lichen sclerosus in a general gynecology practice. J Reprod Med 2005;50:477-80.
  • 26.Goudswaard AN, In 't Veld CJ, Kramer WLM. Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Houten/Utrecht: Prelum, 2009.
  • 27.Harrington CI. Lichen sclerosus. Arch Dis Child 1990;65:335.
  • 28.HCUP (Healthcare Cost and Utilization Project). Circumcisions performed in U.S. community hospitals, 2005. http://www.hcup-us.ahrq.gov/reports/statbriefs/sb45.jsp.
  • 29.Heineman MJ, Evers JLH, Massuger LFAG, Steegers EAP. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. 6de dr. Amsterdam: Elsevier Gezondheidszorg, 2006.
  • 30.Hillemanns P, Untch M, Prove F, Baumgartner R, Hillemanns M, Korell M. Photodynamic therapy of vulvar lichen sclerosus with 5-aminolevulinic acid. Obstet Gynecol 1999;93:71-4.
  • 31.Hornor G. Common conditions that mimic findings of sexual abuse. J Pediatr Health Care 2009;23:283-8.
  • 32.Ioannides D, Lazaridou E, Apalla Z, Sotiriou E, Gregoriou S, Rigopoulos D. Acitretin for severe lichen sclerosus of male genitalia: a randomized, placebo controlled study. J Urol 2010;183:1395-9.
  • 33.Isaac R, Lyn M, Triggs N. Lichen sclerosus in the differential diagnosis of suspected child abuse cases. Pediatr Emerg Care 2007;23:482-5.
  • 34.Jenny C, Kirby P, Fuquay D. Genital lichen sclerosus mistaken for child sexual abuse. Pediatrics 1989;83:597-9.
  • 35.Jones RW, Sadler L, Grant S, Whineray J, Exeter M, Rowan D. Clinically identifying women with vulvar lichen sclerosus at increased risk of squamous cell carcinoma: a case-control study. J Reprod Med 2004;49:808-11.
  • 36.Joura EA, Zeisler H, Bancher-Todesca D, Sator MO, Schneider B, Gitsch G. Short-term effects of topical testosterone in vulvar lichen sclerosus. Obstet Gynecol 1997;89:297-9.
  • 37.Kastner U, Altmeyer P. Kryochirurgie-ultima ratio oder chirurgische Alternative beim vulvaren Lichen sclerosus et atrophicus (LSAV)? J Dtsch Dermatol Ges 2003;1:206-11.
  • 38.Kennedy CM, Dewdney S, Galask RP. Vulvar granuloma fissuratum: a description of fissuring of the posterior fourchette and the repair. Obstet Gynecol 2005;105:1018-23.
  • 39.Kiss A, Csontai A, Pirot L, Nyirady P, Merksz M, Kiraly L. The response of balanitis xerotica obliterans to local steroid application compared with placebo in children. J Urol 2001;165:219-20.
  • 40.Kulkarni S, Barbagli G, Kirpekar D, Mirri F, Lazzeri M. Lichen sclerosus of the male genitalia and urethra: surgical options and results in a multicenter international experience with 215 patients. Eur Urol 2009;55:945-54.
  • 41.Ledwig PA, Weigand DA. Late circumcision and lichen sclerosus et atrophicus of the penis. J Am Acad Dermatol 1989;20:211-4.
  • 42.Leone M, Gerbaldo D, Caldana A, Leone MM, Capitanio GL. Progesterone topically adiministered influences epidermal growth factor immunoreactivity in vulvar tissue from patients with lichen sclerosus. The Cervix 1993;11:25-7.
  • 43.Mallon E, Hawkins D, Dinneen M, Francics N, Fearfield L, Newson R, et al. Circumcision and genital dermatoses. Arch Dermatol 2000;136:350-4.
  • 44.Margesson LJ. Overview of treatment of vulvovaginal disease. Skin Therapy Lett 2011;16:5-7.
  • 45.Maronn ML, Esterly NB. Constipation as a feature of anogenital lichen sclerosus in children. Pediatrics 2005;115:e230-e232.
  • 46.Meffert JJ, Davis BM, Grimwood RE. Lichen sclerosus. J Am Acad Dermatol 1995;32:393-416.
  • 47.Nasca MR, Innocenzi D, Micali G. Penile cancer among patients with genital lichen sclerosus. J Am Acad Dermatol 1999;41:911-4.
  • 48.Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Richtlijn Dermatocorticosteroiden. Utrecht: Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, 2000. http://www.huidarts.info/documents/?v=2&id=73.
  • 49.Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Richtlijn Anogenitale lichen sclerosus. Utrecht: Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, 2012. http://www.huidarts.info/documents/?v=2&id=210.
  • 50.Nelson DM, Peterson AC. Lichen sclerosus: epidemiological distribution in an equal access health care system. J Urol 2011;185:522-5.
  • 51.Nissi R, Eriksen H, Risteli J, Niemimaa M. Pimecrolimus cream 1% in the treatment of lichen sclerosus. Gynecol Obstet Invest 2007;63:151-4.
  • 52.Nyirjesy P. lichen sclerosus and other conditions mimicking vulvovaginal candidiasis. Curr Infect Dis Rep 2002;4:520-4.
  • 53.Oskay T, Sezer HK, Genc C, Kutluay L. Pimecrolimus 1% cream in the treatment of vulvar lichen sclerosus in postmenopausal women. Int J Dermatol 2007;46:527-32.
  • 54.Paniel BJ, Truc JB, Robichez B, Poitout P. Vulvo-perineoplastie. Presse Med 1984;13:1895-8.
  • 55.Paniel BJ. Surgical procedures in benign vulvar disease. In: Ridley CM, Neill SM, editors. The vulva. Oxford: Blackwell Science, 1999: 277-91.
  • 56.Paslin D. Treatment of lichen sclerosus with topical dihydrotestosterone. Obstet Gynecol 1991;78:1046-9.
  • 57.Paslin D. Androgens in the topical treatment of lichen sclerosus. Int J Dermatol 1996;35:298-301.
  • 58.Pock L. Koebner phenomenon in lichen sclerosus et atrophicus. Dermatologica 1990;181:76-7.
  • 59.Powell JJ, Wojnarowska F. Lichen sclerosus. Lancet 1999;353:1777-83.
  • 60.Powell J, Wojnarowska F, Winsey S, Marren P, Welsh K. Lichen sclerosus premenarche: autoimmunity and immunogenetics. Br J Dermatol 2000;142:481-4.
  • 61.Powell J, Wojnarowska F. Childhood vulvar lichen sclerosus: an increasingly common problem. J Am Acad Dermatol 2001;44:803-6.
  • 62.Powell J, Wojnarowska F. Childhood vulvar lichen sclerosus. The course after puberty. J Reprod Med 2002;47:706-9.
  • 63.Priestley BL. Lichen sclerosus et atrophicus in children misdiagnosed as sexual abuse. Br Med J (Clin Res Ed) 1987;295:311.
  • 64.Priestley BL, Bleehen SS. Lichen sclerosus and sexual abuse. Arch Dis Child 1990;65:335.
  • 65.Pugliese JM, Morey AF, Peterson AC. Lichen sclerosus: review of the literature and current recommendations for management. J Urol 2007;178:2268-76.
  • 66.Renaud-Vilmer C, Cavelier-Balloy B, Porcher R, Dubertret L. Vulvar lichen sclerosus: effect of long-term topical application of a potent steroid on the course of the disease. Arch Dermatol 2004;140:709-12.
  • 67.Rook AJ, Wilkinson DS, Ebling FJG, Champion RH. Textbook of Dermatology. 6th ed. Oxford: Blackwell Science, 1998.
  • 68.Rouzier R, Haddad B, Deyrolle C, Pelisse M, Moyal-Barracco M, Paniel BJ. Perineoplasty for the treatment of introital stenosis related to vulvar lichen sclerosus. Am J Obstet Gynecol 2002;186:49-52.
  • 69.San LC. Lichen sclerosis. Arch Dis Child 1990;65:1184.
  • 70.Saunders NA, Haefner HK. Vulvar lichen sclerosus in the elderly: pathophysiology and treatment update. Drugs Aging 2009;26:803-12.
  • 71.Scurry J, Whitehead J, Healey M. Histology of lichen sclerosus varies according to site and proximity to carcinoma. Am J Dermatopathol 2001;23:413-8.
  • 72.Sideri M, Origoni M, Spinaci L, Ferrari A. Topical testosterone in the treatment of vulvar lichen sclerosus. Int J Gynaecol Obstet 1994;46:53-6.
  • 73.Simonart T, Lahaye M, Simonart JM. Vulvar lichen sclerosus: effect of maintenance treatment with a moisturizer on the course of the disease. Menopause 2008;15:74-7.
  • 74.Skierlo P, Heise H. Testosteronpropionat-Salbe - ein Therapieversuch beim Lichen sclerorus et atrophicus. Hautarzt 1987;38:295-7.
  • 75.Smith SD, Fischer G. Paediatric vulvar lichen sclerosus. Australas J Dermatol 2009;50:243-8.
  • 76.Smith YR, Haefner HK. Vulvar lichen sclerosus: pathophysiology and treatment. Am J Clin Dermatol 2004;5:105-25.
  • 77.Strittmatter HJ, Hengge UR, Blecken SR. Calcineurin antagonists in vulvar lichen sclerosus. Arch Gynecol Obstet 2006;274:266-70.
  • 78.Stucker M, Grape J, Bechara FG, Hoffmann K, Altmeyer P. The outcome after cryosurgery and intralesional steroid injection in vulvar lichen sclerosus corresponds to preoperative histopathological findings. Dermatology 2005;210:218-22.
  • 79.Swarte RM, Hack WW, Van den Hoogenband HM. Lichen sclerosus et atrophicus als oorzaak van genitale afwijkingen bij een meisje. Ned Tijdschr Geneeskd 1997;141:2411-2.
  • 80.Tegner E, Vrana I. Lichen sclerosus et atrophicus appearing in old scars of burns from welding sparks. Acta Derm Venereol 2001;81:211.
  • 81.Van de Nieuwenhof HP, Van der Avoort IAM, De Hullu JA. Review of squamous premalignant vulvar lesions. Crit Rev Oncol Hematol 2008;68:131-56.
  • 82.Van der Meijden WI, Ter Harmsel WA. Vulvapathologie. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV, 2007.
  • 83.Van Rossum MM, Van der Avoort IAM, De Hoop D, Dukel L, Van der Vleuten CJM, De Hullu JA. Lichen sclerosus. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:1225-31.
  • 84.Van Straalen WR, Hage JJ, Bloemena E, Glastra A. Plastische chirurgie als ultimum refugium bij lichen sclerosus. Ned Tijdschr Geneeskd 1997;141:992-8.
  • 85.Vincent MV, Mackinnon E. The response of clinical balanitis xerotica obliterans to the application of topical steroid-based creams. J Pediatr Surg 2005;40:709-12.
  • 86.Virgili A, Lauriola MM, Mantovani L, Corazza M. Vulvar lichen sclerosus: 11 women treated with tacrolimus 0.1% ointment. Acta Derm Venereol 2007;87:69-72.
  • 87.Virgilli A, Corazza M, Bianchi A, Mollica G, Califano A. Open study of topical 0.025% Tretinoin in the treatment of vulvar lichen sclerosus. One year of therapy. J Reprod Med 1995;6:614-5.
  • 88.Von Muhlendahl KE. Suspected sexual abuse in a 10-year-old girl. Lancet 1996;348:30.
  • 89.Wallace HJ. Lichen sclerosus et atrophicus. Trans St Johns Hosp Dermatol Soc 1971;57:9-30.
  • 90.Warrington SA, De San Lazaro C. Lichen sclerosus et atrophicus and sexual abuse. Arch Dis Child 1996;75:512-6.
  • 91.Wood PL, Bevan T. Lesson of the week child sexual abuse enquiries and unrecognised vulvar lichen sclerosus et atrophicus. BMJ 1999;319:899-900.
  • 92.Zawislak AA, McCluggage WG, Donnelly RF, Maxwell P, Price JH, Dobbs SP, et al. Response of vulvar lichen sclerosus and squamous hyperplasia to photodynamic treatment using sustained topical delivery of aminolevulinic acid from a novel bioadhesive patch system. Photodermatol Photoimmunol Photomed 2009;25:111-3.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen