NHG richtlijn

NHG-Standaard Otitis media acuta bij kinderen (derde herziening)

0 reacties

Samenvatting

Damoiseaux RAMJ, Venekamp RP, Eekhof JAH, Bennebroek Gravenhorst FM, Schoch AG, Burgers JS, Bouma M, Wittenberg J. NHG-Guideline Acute otitis media in children (third revision). Huisarts Wet 2014;57(12):648.
The Dutch College of General Practitioners (NHG) has revised the 2006 guideline Acute otitis media in children. The revised guideline covers the diagnosis and management of acute otitis media (AOM) in patients aged 0-18 years.
Acute otitis media is a common condition, and an estimated 50–75% of the general population will have had AOM at least once in their lifetime, generally in early childhood. The condition generally has a favourable natural course: the most severe symptoms resolve without antibiotics within 2–3 days in more than 80% of children. However, pain and fever will probably last longer in children younger than 2 years with bilateral AOM.
The diagnosis is based on the patient history (ear ache and/or illness) and otoscopy findings (i.e., red, bulging, translucent tympanic membrane or otorrhoea).
Adequate pain management is a key component in the management of AOM. Paracetamol is the first-choice painkiller, but ibuprofen can be given if paracetamol is not effective. In general, antibiotics do not alter the duration or severity of symptoms, but oral antibiotics should be prescribed for children at risk of complications (e.g., children younger than 6 months) and children with AOM and severe general illness. Oral antibiotics can be considered for children younger than 2 years with bilateral AOM and children with AOM and acute otorrhoea through a perforation of the tympanic membrane and pain and/or fever. Watchful waiting is appropriate for most other children with mild disease. Oral antibiotics should be considered if symptoms have not improved after 3 days of adequate pain management. Acute otorrhoea in children with tympanostomy tubes should be treated with antibiotic/steroid eardrops. Children with acute otorrhoea through a perforation managed with watchful waiting should be prescribed oral antibiotics or antibiotic/steroid eardrops if otorrhoea persists after 1 week.
Amoxicillin is the first-choice oral antibiotic, with co-trimoxazole being the alternative if there are contraindications for amoxicillin. Macrolide antibiotics should not be prescribed. If symptoms do not improve within 48 hours, then amoxicillin/clavulanic acid should be prescribed or the child referred to an ear-nose-throat (ENT) doctor.
Children younger than 1 month, very ill children, and children with suspected meningitis should be referred to a paediatrician and children with suspected mastoiditis to an ENT doctor. An ENT doctor should be consulted, or the child referred, if antibiotic treatment is not effective or if the perforation of the tympanic membrane does not heal within 6 weeks.

Inbreng van de patiënt

De NHG-Standaarden geven richtlijnen voor het handelen van de huisarts; de rol van de huisarts staat dan ook centraal. Daarbij geldt echter altijd dat factoren van de kant van de patiënt het beleid mede bepalen. Om praktische redenen komt dit uitgangspunt niet telkens opnieuw in de richtlijn aan de orde, maar wordt het hier expliciet vermeld. De huisarts stelt waar mogelijk zijn beleid vast in samenspraak met de patiënt, met inachtneming van diens specifieke omstandigheden en met erkenning van diens eigen verantwoordelijkheid, waarbij adequate voorlichting een voorwaarde is.

Afweging door de huisarts

Het persoonlijk inzicht van de huisarts is uiteraard bij alle richtlijnen een belangrijk aspect. Afweging van de relevante factoren in de concrete situatie zal beredeneerd afwijken van het hierna beschreven beleid kunnen rechtvaardigen. Dat laat onverlet dat deze standaard bedoeld is om te fungeren als maat en houvast.

Delegeren van taken

NHG-Standaarden bevatten richtlijnen voor huisartsen. Dit betekent niet dat de huisarts alle genoemde taken persoonlijk moet verrichten. Sommige taken kunnen worden gedelegeerd aan de praktijkassistente, praktijkondersteuner ofpraktijkverpleegkundige, mits zij worden ondersteund door duidelijke werkafspraken waarin wordt vastgelegd in welke situaties de huisarts moet worden geraadpleegd en mits de huisarts toeziet op de kwaliteit. Omdat de feitelijke keuze van de te delegeren taken sterk afhankelijk is van de lokale situatie, bevatten de standaarden daarvoor geen concrete aanbevelingen.

Belangrijkste wijzigingen

  • Bij onvoldoende resultaat van paracetamol in voldoende hoge dosering en frequentie kan als pijnbestrijding ook ibuprofen worden gegeven.
  • Als 48 uur na het starten van amoxicilline geen verbetering is opgetreden, kan amoxicilline/clavulaanzuur worden voorgeschreven of wordt het kind verwezen (was voorheen: verwijzen naar kno-arts).
  • Azitromycine heeft geen plaats meer bij de antimicrobiële behandeling van otitis media acuta vanwege frequent voorkomende resistentie.
  • Toegevoegd is de behandeling van een loopoor bij trommelvliesbuisjes.
  • Een loopoor als gevolg van een spontane trommelvliesperforatie dat langer dan een week bestaat wordt behandeld met een oraal antibioticum of antibiotica-corticosteroïd oordruppels (was voorheen: oraal antibioticum).

Kernboodschappen

  • Bij ruim 80% van de kinderen met otitis media acuta zijn de ergste klachten, zonder antibiotica, na 2 tot 3 dagen over. Complicaties zijn zeldzaam.
  • Geef altijd adequate pijnbestrijding bij de behandeling van otitis media acuta.
  • Schrijf kinderen geen decongestieve neusdruppels of neusspray voor ter behandeling van otitis media acuta; het effect op symptomen en genezing van een otitis media acuta is niet aangetoond terwijl decongestiva bij jonge kinderen wel (zeldzame) ernstige bijwerkingen kunnen hebben.
  • Start direct met orale antimicrobiële behandeling bij:
      • risicogroepen (onder andere kinderen &lt 6 maanden met otitis media acuta);
      • forse algemene ziekteverschijnselen, ongeacht of er ook een loopoor bestaat via een spontane trommelvliesperforatie of een trommelvliesbuisje.
  • Overweeg orale antimicrobiële behandeling bij:
      • kinderen jonger dan 2 jaar met dubbelzijdige otitis media acuta;
      • kinderen die bij de eerste presentatie tijdens een episode van otitis media acuta een loopoor hebben als gevolg van een spontane trommelvliesperforatie en bij wie ook sprake is van koorts en/of pijn;
      • kinderen met otitis media acuta bij wie na 3 dagen pijnstilling in voldoende hoge dosering en frequentie nog geen verbetering is opgetreden.
  • Bij een indicatie voor orale antimicrobiële behandeling is amoxicilline het middel van eerste keus.
  • Cotrimoxazol kan worden voorgeschreven bij een contra-indicatie voor amoxicilline. Als 48 uur na het starten van amoxicilline geen verbetering is opgetreden, kan de huisarts amoxicilline/clavulaanzuur voorschrijven of het kind verwijzen.
  • Behandel een loopoor bij trommelvliesbuisjes met antibiotica-corticosteroïden oordruppelsoordruppels.

Inleiding

De NHG-Standaard Otitis media acuta bij kinderen geeft richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van otitis media acuta bij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Otitis media acuta bij volwassenen komt betrekkelijk weinig voor en valt buiten het bestek van deze standaard.1 Onder otitis media acuta verstaat men een infectieuze ontsteking van het middenoor met een duur korter dan 3 weken. Indien otitis media acuta frequent voorkomt (3 of meer episoden in een half jaar of 4 episoden per jaar), spreekt men van recidiverende otitis media acutaotitis media acuta. Otitis media acuta onderscheidt zich van otitis media met effusie door de kenmerken van een acute infectie. Otitis media met effusie wordt besproken in de NHG-Standaard Otitis media met effusie.
Otitis media acuta is een aandoening die in het algemeen slechts enkele dagen klachten veroorzaakt en zelden tot complicaties leidt. Voor de meeste kinderen volstaat daarom een symptomatische behandeling. Voor een aantal indicaties wordt echter geadviseerd antimicrobiële middelen voor te schrijven. De huisarts kan otitis media acuta in vrijwel alle gevallen zelf behandelen. Bij alarmsymptomenotitis media acuta of bij aanhoudende klachten ondanks adequate behandeling is verwijzing naar de kno-arts of kinderarts geïndiceerd.

Achtergronden

Epidemiologie

Otitis media acuta komt vaak voor. Naar schatting de helft tot driekwart van de Nederlandse bevolking heeft deze aandoening ten minste éénmaal in het leven, meestal op de vroege kinderleeftijd. De incidentie in de huisartsenpraktijk is ongeveer 10 per 1000 patiënten per jaar. Meer dan de helft van de gevallen wordt gediagnosticeerd bij kinderen jonger dan 5 jaar. In deze leeftijdsgroep is de incidentie ongeveer 102 per 1000 patiënten per jaar; na de puberteit komt otitis media acuta nog maar weinig voor.2 De aandoening kan regelmatig recidiveren: 10 tot 20% van de kinderen maakt in het eerste levensjaar ten minste 3 keer een acute middenoorontsteking door. De kans op recidieven is groter als de eerste episode van otitis media acuta optreedt in het eerste levensjaar.2
Otitis media acuta wordt gekenmerkt door een rood, bomberend en/of niet-doorschijnend trommelvlies en gaat in de regel gepaard met acuut ontstane oorpijn, algemeen ziekzijn (onder andere met koorts) en soms een loopoor.3 De aandoening heeft in de meeste gevallen een gunstig natuurlijk beloop: bij ruim 80% van de kinderen zijn de ergste klachten zonder antibiotica na 2 tot 3 dagen over. Kinderen jonger dan 2 jaar met een dubbelzijdigeotitis media acuta otitis media acuta hebben een grotere kans dat de pijn en koorts langer aanhouden.4
In 4 tot 8% van de gevallen treedt bij otitis media acuta een spontane trommelvliesperforatie op, waardoor een loopoor ontstaat.5 Complicaties (onder meer mastoïditis, meningitis) zijn zeldzaam.6 Ongeveer 50% van de patiënten jonger dan 5 jaar heeft 4 tot 6 weken na een acute middenoorontsteking otitis media met effusie en bij ongeveer 25% is de effusie na 3 maanden nog aanwezig.4 Een acuut loopoor bij een trommelvliesbuisje wordt ook beschouwd als otitis media acuta. Na het plaatsen van trommelvliesbuisjestrommelvliesbuisjes ontstaat bij meer dan 50% van de patiënten ten minste eenmaal een loopoor.5
Risicofactoren voor complicaties zijn: leeftijd jonger dan 6 maanden; anatomische afwijkingen in het kno-gebied (zoals bij het syndroom van Downsyndroom van Down en palatoschisispalatoschisis); ooroperaties in de voorgeschiedenis (uitgezonderd trommelvliesbuisjes); gecompromitteerd immuunsysteemgecompromitteerd immuunsysteem.7

Etiologie

Steptococcus pneumoniaeSteptococcus pneumoniae en Haemophilus influenzaeHaemophilus influenzae zijn de meestvoorkomende bacteriële verwekkers van otitis media acuta. Ook Moraxella catarrhalisMoraxella catarrhalis wordt vaak gekweekt. Staphylococcus pyogenesStaphylococcus pyogenes wordt bij slechts enkele procenten van de patiënten aangetroffen. In ongeveer 20% van de kweken van het middenoor wordt geen bacteriële verwekker aangetoond. Aan een episode van otitis media acuta gaat regelmatig een bovensteluchtweginfectie vooraf. De daarvoor verantwoordelijke virussen kunnen zelf otitis media acuta veroorzaken, maar verondersteld wordt dat een bacteriële infectie vaak ontstaat na ‘virale voorbereiding’ van de slijmvliezen.8

Richtlijnen diagnostiek

Diverse klachten kunnen aanleiding zijn om de diagnose otitis media acuta bij kinderen te overwegen. De meestvoorkomende klachten zijn acuut ontstane oorpijn en loopoorloopoor, eventueel in combinatie met koorts en algemeen ziekzijn. Bij zuigelingen en peuters zijn de symptomen soms minder uitgesproken en moet de huisarts bij algemene symptomen zoals koorts, prikkelbaarheid, nachtelijke onrust of gastro-intestinale verschijnselen rekening houden met otitis media acuta, ook als (aanwijzingen voor) oorpijn of een loopoor ontbreken.

Anamnese

Als de huisarts de diagnose otitis media acuta overweegt, vraagt hij naar:9
  • oorpijn, loopoor, gehoorverlies; enkel- of dubbelzijdig voorkomen van deze klachten;
  • algemene symptomen: koorts, prikkelbaarheid, nachtelijke onrust, buikpijn, braken, diarree, slecht eten of drinken, sufheid;
  • klachten van een bovensteluchtweginfectie (hoesten, neusverkoudheid, keelpijn);
  • ernst, duur en beloop van de klachten;
  • eerdere episoden van oorontsteking in de afgelopen twaalf maanden;
  • aanwezigheid van trommelvliesbuisjes.

De huisarts gaat na of er risicofactoren zijn voor complicaties: leeftijd jonger dan 6 maanden, anatomische afwijkingen in het kno-gebied (zoals bij het syndroom van Down of bij palatoschisis), ooroperaties in de voorgeschiedenis (uitgezonderd trommelvliesbuisjes) of een gecompromitteerd immuunsysteem.7
De hulpvraag bij oorklachten bereikt de huisarts vaak telefonisch. Bij kinderen ouder dan 2 jaar met oorpijn die 1 tot 2 dagen bestaat zonder dat er sprake is van een loopoor, van ernstig of toenemend ziekzijn of van risicofactoren voor complicaties kan de huisarts op grond van de anamnese volstaan met de waarschijnlijkheidsdiagnose otitis media acuta en is een telefonisch advies verantwoord, mits dit gebeurt in goed overleg met de verzorgers van het kind.

Lichamelijk onderzoek

Om de diagnose otitis media acuta te kunnen stellen is het noodzakelijk dat de huisarts beide trommelvliezen inspecteert en daarbij links en rechts vergelijkt. Zo nodig verwijdert de huisarts cerumen of débris met een wattenstokje, cerumenlisje of zuigapparaat. Soms is het moeilijk om het trommelvlies goed zichtbaar te krijgen. Het oor mag niet worden uitgespoten, omdat dit bij otitis media acuta erg pijnlijk is en omdat er een verborgen trommelvliesperforatie aanwezig kan zijn.
De huisarts kijkt bij otoscopie naar:
  • aspect van het trommelvlies: kleur, vaatinjectie, al dan niet doorschijnend;
  • stand van het trommelvlies: normaal, bomberend of ingetrokken;
  • loopoor, trommelvliesperforatie, aanwezigheid van trommelvliesbuisjes.

Bij kinderen die een zieke indruk maken of bij wie sprake is van risicofactoren voor complicaties gaat de huisarts na of er symptomen zijn die op een complicatie wijzen (zoals mastoïditis of meningitis), namelijk:6
  • drukpijnlijk mastoïd of afstaand oor;
  • verminderd bewustzijn, nekstijfheid, hoofdpijn of andere verschijnselen passend bij een meningitis.

Aanvullend onderzoek

Voor het stellen van de diagnose otitis media acuta en het bepalen van het beleid is geen aanvullend onderzoek nodig.10,11

Evaluatie

Alarmsymptomen:
  • kind jonger dan 1 maand met koorts;
  • ernstig ziek kind (sufheid, minder dan de helft drinken, snelle achteruitgang);
  • vermoeden van meningitismeningitis (nekstijfheid, verminderd bewustzijn, hoofdpijn);
  • vermoeden van mastoïditismastoïditis (drukpijnlijk mastoïd, afstaand oor).

Verwijs kinderen met alarmsymptomen naar de kinderarts of, bij vermoeden van mastoïditis, naar de kno-arts.
De huisarts stelt de diagnose otitis media acuta als er sprake is van acuut ontstane oorpijn en/of ziekzijn (bijvoorbeeld koorts), en één van de volgende verschijnselen:
  • een rood, bomberend en/of niet-doorschijnend trommelvlies;
  • een trommelvlies met duidelijk links-rechtsverschil in roodheid;
  • een kort bestaand loopoor (via een trommelvliesperforatie of trommelvliesbuisje).

De bevinding ‘vaatinjectie van beide trommelvliezen’ ondersteunt de diagnose otitis media acuta niet, omdat dit ook kan voorkomen bij een verkoudheid of door huilen.

Richtlijnen beleid

Voorlichting

  • Geef uitleg over de aard en het doorgaans gunstige natuurlijke beloop van otitis media acuta. Bij kinderen van 2 jaar en ouder zijn de ergste klachten, zonder antibiotica, in ruim 80% van de gevallen binnen 2 tot 3 dagen over en is verdere controle niet nodig. Bij jongere kinderen kunnen de klachten langer duren: de helft van de kinderen jonger dan 2 jaar heeft langer dan 8 dagen klachten van oorpijn en/of huilen.4 Soms leidt otitis media acuta tot een loopoor via een spontane trommelvliesperforatie. Vaak neemt de oorpijn dan af doordat de druk op het trommelvlies vermindert. Het lopen stopt meestal spontaan binnen een week.5
  • Instrueer de ouders of verzorgers van het kind contact op te nemen als de symptomen niet binnen 3 dagen verbeteren, of eerder als het kind zieker wordt (ongeacht of er ook een loopoor is via een spontane trommelvliesperforatie of trommelvliesbuisje).
  • Instrueer de ouders of verzorgers van een kind met een loopoor via een spontane trommelvliesperforatie terug te komen op het spreekuur: 1) na 1 week indien het oor dan nog steeds loopt of 2) indien het oor binnen een week droog is, 2 weken na het ontstaan van het loopoor om te controleren of de trommelvliesperforatie is gesloten.
  • Raad zwemmenzwemmen af bij een loopoor. Ook bij een ‘droge’ trommelvliesperforatie is het beter om niet te zwemmen, omdat door labyrintprikkeling duizeligheid kan optreden. Douchen of baden kan wel omdat de kans dat er daarbij water in het middenoor komt minimaal is. Het is niet nodig om kinderen die frequent last hebben van otitis media acuta het zwemmen te ontraden.12
  • Leg uit dat tijdens of gedurende enkele weken na otitis media acuta slechthorendheid kan optreden op basis van geleidingsverlies door vochtophoping achter het trommelvlies. De slechthorendheid verdwijnt meestal vanzelf in de loop van enkele weken tot maanden (zie de NHG-Standaard Otitis media met effusie).

In aansluiting op de gegeven mondelinge voorlichting kan de huisarts de patiënt verwijzen naar de informatie over middenoorontsteking op de NHG-Publiekswebsite www.thuisarts.nl of de betreffende tekst (voorheen NHG-Patiëntenbrief) meegeven via het HIS. Deze patiënteninformatie is gebaseerd op de NHG-Standaard. Zie voor de voor- en nadelen van trommelvliesbuisjes de NHG-Standaard Otitis media met effusieOtitis media met effusie.

Medicamenteuze behandeling

Symptomatische behandeling

  • In alle gevallen adviseert de huisarts kortdurend adequate pijnstilling (zie [tabel 1]), waarbij paracetamolparacetamol in voldoende hoge dosering en frequentie de eerste keuze is. De huisarts adviseert de verzorgers om het kind de paracetamol op vaste tijden te geven. Bij orale toediening treedt sneller een pijnstillend effect op (vanaf ongeveer 30 minuten na inname; maximale plasmaspiegel 0,5 tot 2 uur na inname) dan bij rectale toediening. Bij rectale toediening is het effect minder voorspelbaar. Bij jonge kinderen wordt echter om praktische redenen vaak voor rectale toediening gekozen.
  • Wanneer paracetamol in voldoende hoge dosering en frequentie onvoldoende resultaat geeft, mag dit middel bij kinderen ouder dan 1 jaar worden vervangen door ibuprofenibuprofen. Ibuprofen is gecontra-indiceerd bij kinderen met nierfunctiestoornissen. Voorzichtigheid is geboden bij kinderen met tekenen van uitdroging of met diarree en bij kinderen met astma.13
  • Decongestieve neusdruppelsdecongestieve neusdruppels of neusspray worden afgeraden voor de behandeling van otitis media acuta, omdat het effect op symptomen en genezing van een otitis media acuta niet is aangetoond en omdat xylometazolinexylometazoline bij kinderen (zeldzame) ernstige bijwerkingen kan hebben. Het gebruik van neusdruppels of neusspray met fysiologisch zoutfysiologisch zout heeft geen effect op de symptomen of genezing van otitis media acuta en wordt daarom niet aanbevolen.14 Zie voor de behandeling van een verstopte neus met decongestiva of fysiologisch zout de NHG-Standaard Rhinosinusitis.

Lidocaïne-oordruppelslidocaïne-oordruppels als pijnstilling bij otitis media acuta worden niet aanbevolen omdat hiervan het effect niet is aangetoond.15
Tabel1Pijnstilling, dosering voor kinderen
PijnstillerMaximale orale dosering* Maximale rectale dosering*
Paracetamol4-6 dd 15 mg/kg2-3 dd 30 mg/kg
Ibuprofen (> 1 jaar)3-4 dd 5-10 mg/kgmaximale dosis: 30 mg/kg per dag3-4 dd 5-10 mg/kgmaximale dosis: 30 mg/kg per dag
* Gebruik de maximale dosering niet langer dan 3 dagen. Voor de uitgewerkte doseringen per leeftijd, zie de FTR Pijnbestrijding.

Antimicrobiële behandeling

Bij kinderen met otitis media acuta heeft een antibioticum in het algemeen weinig tot geen invloed op de duur en de ernst van de klachten. Een oraal antibioticum heeft wel effect op pijn en koorts bij kinderen jonger dan 2 jaar met dubbelzijdige otitis media acuta: door het antibioticum stijgt de kans dat de pijn en/of koorts na 2 tot 7 dagen voorbij is van ongeveer 50% naar 75%. Een oraal antibioticum heeft ook effect bij kinderen die al vlot na het begin van de aandoening een loopoor hebben ontwikkeld ten gevolge van een spontane trommelvliesperforatie: door het antibioticum stijgt de kans dat de pijn en/of koorts na 2 tot 7 dagen voorbij is, van ongeveer 40% naar 75%.16
Dit leidt tot het volgende beleid bij kinderen met otitis media acuta.
  • Geef een oraal antibioticum bij:
      • risicofactoren voor complicaties:17
          • leeftijd jonger dan 6 maanden;
          • anatomische afwijkingen in het kno-gebied, zoals bij het syndroom van Down of bij palatoschisis;
          • ooroperaties in de voorgeschiedenis (uitgezonderd trommelvliesbuisjes);
          • een gecompromitteerd immuunsysteem;
      • forse algemene ziekteverschijnselen, ongeacht of het kind een loopoor heeft via spontane trommelvliesperforatie of via een trommelvliesbuisje.18
  • Overweeg in overleg met de ouders of verzorgers een oraal antibioticum bij:
      • kinderen jonger dan 2 jaar met dubbelzijdige otitis media acuta;16
      • kinderen die bij de eerste presentatie van een otitis media acuta episode een loopoor hebben als gevolg van een spontane trommelvliesperforatie en bij wie ook sprake is van koorts en/of pijn.16
  • Wacht af bij kinderen zonder forse algemene ziekteverschijnselen en bij kinderen zonder risico’s op complicaties; bij deze groep is orale antimicrobiële behandeling niet geïndiceerd.
  • Adviseer om contact op te nemen indien koorts en/of pijn na 3 dagen pijnstilling nog niet zijn verbeterd, of eerder als het kind zieker wordt.
  • Behandel een loopoor bij trommelvliesbuisjes met antibiotica-corticosteroïd oordruppels.19
  • Overweeg een oraal antibioticum bij kinderen bij wie na 3 dagen pijnstilling in voldoende hoge dosering en frequentie nog geen verbetering is opgetreden van koorts en/of pijn, ongeacht of zij ook een loopoor hebben via een spontane trommelvliesperforatie of een trommelvliesbuisje20 (zie Controles).

Keuze van oraal antibioticum:
  • middel van eerste keus is amoxicillineamoxicilline gedurende 1 week in een dosering van 40 mg/kg lichaamsgewicht per dag (zie [tabel 2] en [tabel 3a]);21
  • bij contra-indicaties voor amoxicilline: cotrimoxazol gedurende 5 tot 7 dagen in een dosering van 36 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 2 doses. Cotrimoxazol is gecontra-indiceerd bij kinderen jonger dan 1 maand (zie [tabel 2] en [tabel 3b]);2
  • voor macrolidenmacroliden, waaronder azitromycine, is geen plaats in de antimicrobiële behandeling van otitis media acuta vanwege toegenomen bacteriële resistentie;21
  • instrueer de ouders of verzorgers van het kind dat zij contact opnemen als de klachten binnen 48 uur na het starten van het middel niet zijn verminderd, of eerder als het kind zieker wordt. Indien 48 uur na het starten van amoxicilline nog geen verbetering is opgetreden kan amoxicilline/clavulaanzuuramoxicilline/clavulaanzuur in een dosering van 40/10 mg/kg lichaamsgewicht per dag gedurende 7 dagen worden voorgeschreven, of wordt het kind verwezen (zie [tabel 2] en [tabel 3c]).21

Keuze van antibiotica-corticosteroïd oordruppels:
  • combinatiepreparaat van hydrocortisonacetaat 10 mg/ml, bacitracine 500 IE/ml, colistinepentanatriummesilaat 250.000 IE/ml (3 dd 5 druppels) gedurende maximaal 14 dagen;
  • instrueer de ouders om het toedienen van oordruppels te staken 24 uur nadat het oor schoon en droog is bij het ontwaken. Vermijd langdurig of herhaald gebruik vanwege de kans op onder meer atrofie van de gehoorgang en overgroei met niet-gevoelige micro-organismen.19

Tabel2Oraal antibioticum, keuze en dosering
KeuzeMiddelDagdosering
Eerste keusamoxicilline40 mg/kg in 3 doses, 7 dagen
Bij contra-indicaties voor amoxicillinecotrimoxazol36 mg/kg in 2 doses, 5-7 dagen
Bij uitblijvend effect van amoxicillineamoxicilline/clavulaanzuur40/10 mg/kg in 3 doses, 7 dagen
Tabel3aAmoxicilline, dosering voor kinderen (dagdosering 40 mg/kg)
Leeftijd1-6 mnd6-12 mnd1-2 jaar2-3 jaar3-5 jaar5-7 jaar7-9 jaar> 9 jaar
Gewicht3-8 kg8-10 kg10-12 kg12-15 kg15-20 kg20-25 kg25-31 kg> 31 kg
Preparaat
  • 25 mg/ml, 100 ml
3 dd 1,5-4 ml3 dd 4-5 ml
  • 50 mg/ml, 100 ml
3 dd 2,5-3,5 ml3 dd 3,5-4 ml3 dd 4-5,5 ml3 dd 5,5-7 ml
  • disper tablet 375 of 500 mg
3 dd 375 mg3 dd 500 mg
Tabel3bCotrimoxazol, dosering voor kinderen (dagdosering 36 mg/kg; niet &lt 1 maand)
Leeftijd0-1 jaar1-2 jaar2-3 jaar3-5 jaar5-7 jaar7-9 jaar9-10 jaar10-14 jaar> 14 jaar
Gewicht10-12 kg12-15 kg15-20 kg20-25 kg25-31 kg31-34 kg34-53 kg> 53 kg
Preparaat
  • 48 mg/ml, 100 ml
2 dd 3-4 ml2 dd 4-5 ml2 dd 5-6 ml2 dd 6-7,5 ml2 dd 7,5-9 ml2 dd 9-12 ml
  • tablet 480 mg
2 dd 1 tablet2 dd 1,5 tablet
  • tablet 960 mg
2 dd 1 tablet
Tabel3cAmoxicilline/clavulaanzuur, dosering voor kinderen (dagdosering 40/10 mg/kg)
Leeftijd1-6 mnd6-12 mnd1-2 jaar2-3 jaar3-5 jaar5-7 jaar7-9 jaar> 11 jaar
Gewicht3-8 kg8- 10 kg10-12 kg12-15 kg15-20 kg20-25 kg25-37 kg> 37kg
Preparaat
  • 25/6,25 mg/ml, 100 ml
3 dd 1,5-4 ml3 dd 4-5 ml3 dd 5-7 ml
  • 50/12,5 mg/ml, 100-200 ml
3 dd 3-4 ml3 dd 4-5,5 ml3 dd 5,5-7 ml3 dd 7-10 ml
  • disper tablet of gewone tablet500/125 mg
3 dd 500 mg

Controle

  • Controle van een kind met otitis media acuta is in het algemeen niet nodig, behalve als het kind zieker wordt, als de symptomen niet verbeteren en bij een loopoor ten gevolge van een spontane trommelvliesperforatietrommelvliesperforatie.
  • Overweeg een oraal antibioticum bij kinderen bij wie koorts en/of pijn na drie dagen pijnstilling in voldoende hoge dosering en frequentie nog niet zijn verbeterd (ongeacht of zij ook een loopoor hebben via een spontane trommelvliesperforatie of een trommelvliesbuisje).20 Zie Antimicrobiële behandeling.
  • Als bij een loopoor ten gevolge van een spontane trommelvliesperforatie in eerste instantie voor afwachtend beleid is gekozen, instrueert de huisarts de ouders om terug te komen indien het oor langer dan een week blijft lopen. De huisarts schrijft in dat geval alsnog een oraal antibioticum of antibiotica-corticosteroïd oordruppels voor.22
  • Controleer twee weken na het ontstaan van het loopoor ten gevolge van een spontane trommelvliesperforatie of de trommelvliesperforatie zich heeft gesloten. Een kind mag weer zwemmen zodra het trommelvlies gesloten is. Herhaal, indien het trommelvlies zich niet heeft gesloten, de controle na vier weken (zes weken na het ontstaan van het loopoor). Consulteer of verwijs naar een kno-arts bij een persisterende trommelvliesperforatie.23

Consultatie of verwijzing

  • Verwijs kinderen met alarmsymptomen:
      • kinderen jonger dan 1 maand met koorts, kinderen die ernstig ziek zijn (suf, minder dan de helft drinken, snelle achteruitgang) en kinderen met een vermoeden van meningitis (nekstijfheid, verminderd bewustzijn, hoofdpijn) naar een kinderarts;
      • kinderen bij wie de huisarts mastoïditis vermoedt (drukpijnlijk mastoïd, afstaand oor) naar een kno-arts.6
  • Consulteer of verwijs naar een kno-arts in de volgende gevallen:24
      • uitblijven van verbetering ondanks behandeling met een oraal antibioticum (amoxicilline respectievelijk cotrimoxazolcotrimoxazol, bij onvoldoende reactie op amoxicilline eventueel gevolgd door amoxicilline/clavulaanzuur);
      • persisteren van een loopoor na behandeling met een oraal antibioticum en/of antibiotica-corticosteroïd oordruppels;25
      • persisteren van een trommelvliesperforatie zes weken na ontstaan van het loopoor.
  • Verwijs kinderen met frequente recidieven (drie of meer episoden per half jaar of vier episoden per jaar) naar de kno-arts voor nadere diagnostiek en behandeling,26 of naar de kinderarts bij vermoeden van een antistofdeficiëntie (deze is waarschijnlijker als er ook andere bacteriële infecties zijn, zoals sinusitis, bronchitis, pneumonie).

Totstandkoming

In september 2012 startte een werkgroep met de herziening van de NHG-Standaard Otitis media acuta bij kinderen. De werkgroep bestond uit de volgende leden: F.M. Bennebroek Gravenhorst, huisarts te Bussum; prof.dr. R.A.M.J. Damoiseaux, huisarts te Hattem en hoogleraar huisartsgeneeskunde; dr. J.A.H. Eekhof, huisarts-epidemioloog te Leiden; A.G. Schoch, huisarts te Amsterdam; dr. R.P. Venekamp, huisarts-in-opleiding, epidemioloog en postdoctoraal onderzoeker bij het Julius Centrum UMC Utrecht. De begeleiding van de werkgroep en de redactie waren in handen van J. Wittenberg, epidemioloog en wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap. Van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap waren verder betrokken: dr. M. Bouma, senior wetenschappelijk medewerker; M.M. Verduijn, senior wetenschappelijk medewerker Farmacotherapie; Z. Damen, wetenschappelijk medewerker Farmacotherapie en dr. J.S. Burgers, hoofd van de afdeling. M.A. Kijser was betrokken als wetenschappelijk medewerker van de afdeling Implementatie. Door de leden van de werkgroep werd geen belangenverstrengeling gemeld.
Dr. T. Leenstra, projectleider Infectieziekten Surveillance Informatiesysteem-Antibiotica Resistentie (ISIS-AR, RIVM) leverde de resistentiecijfers. Dr. J.A.M. Engel, kno-arts, afgevaardigd namens de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied; A.M. van Wermeskerken en prof.dr. E. de Vries, kinderartsen afgevaardigd namens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en J.M.G. Keijman, afgevaardigd namens de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM) gaven op verzoek advies over specifieke onderwerpen tijdens de totstandkoming van de standaard.
In maart 2014 werd de ontwerpstandaard voor commentaar naar vijftig willekeurig uit het NHG-ledenbestand gekozen huisartsen gestuurd. Er werden zeventien commentaarformulieren retour ontvangen. Ook werd commentaar ontvangen van een aantal referenten, te weten M. Favié, voorzitter namens Bogin; dr. M.A. Kusters, managing director, namens de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM); dr. M. Nelissen, senior apotheker, namens het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM); dr. N. Dekker, huisarts, namens Domus Medica te België (de Vlaamse vereniging van huisartsen); D. Dost, F. Harkes, K. de Leest, dr. T. Schalekamp, allen apotheker, namens het KNMP Geneesmiddel Informatie Centrum; S. Ritoe, medisch adviseur Achmea, namens Zorgverzekeraars Nederland (ZN); dr. J.J. Oltvoort, senior beleidsadviseur gezondheidseconomie, namens Nefarma; dr. D. Bijl, arts-epidemioloog en hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin; dr. M. van der Flier, kinderarts-infectioloog/immunoloog, prof.dr. E. de Vries kinderarts-infectioloog/immunoloog, A.M. van Wermeskerken, kinderarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK); dr. F.J.A. van den Hoogen, namens het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied; W.H. Eizenga, huisarts en wetenschappelijk medewerker van de afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap (auteur van de standaard uit 2006).
Naamsvermelding als referent betekent overigens niet dat de referent de standaard inhoudelijk op ieder detail onderschrijft.
H. Eekhof en M.H. Lunter, beiden huisarts, hebben namens de NHG-Adviesraad Standaarden (NAS) tijdens de commentaarronde beoordeeld of de ontwerpstandaard antwoord geeft op de vragen uit het herzieningsvoorstel. Op 18 juni 2014 werd de standaard becommentarieerd en geautoriseerd door de NHG-Autorisatiecommissie (AC). De zoekstrategie die gevolgd werd bij het zoeken naar de onderbouwende literatuur is te vinden bij de webversie van deze standaard. De procedures voor de ontwikkeling van de NHG-Standaarden zijn in te zien in het procedureboek (zie www.nhg.org).
© 2014 Nederlands Huisartsen Genootschap

Literatuur

  • 1.Bij verwijzingen naar NHG-producten: zie www.nhg.org.
  • 2.Alho OP, Laara E, Oja H. Public health impact of various risk factors for acute otitis media in northern Finland. Am J Epidemiol 1996;143:1149-56.
  • 3.Anthonsen K, Hostmark K, Hansen S, Andreasen K, Juhlin J, Homoe P, et al. Acute mastoiditis in children: a 10-year retrospective and validated multicenter study. Pediatr Infect Dis J 2013;32:436-40.
  • 4.Appelman CL, Claessen JQ, Touw-Otten FW, Hordijk GJ, DeMelker RA. Severity of inflammation of tympanic membrane as predictor of clinical course of recurrent acute otitis media. BMJ 1993;306:895.
  • 5.Appelman CL, Claessen JQ. Recurrent otitis media [Proefschrift]. Utrecht: Universiteit Utrecht, 1992.
  • 6.Bain J. Treatment of acute otitis media: are children entered into clinical trials representative? Br J Gen Pract 2001;51:132-3.
  • 7.Bertin L, Pons G, D’Athis P, Duhamel JF, Maudelonde C, Lasfargues G, et al. A randomized, double-blind, multicentre controlled trial of ibuprofen versus acetaminophen and placebo for symptoms of acute otitis media in children. Fundam Clin Pharmacol 1996;10:387-92.
  • 8.Bezáková N, Damoiseaux RA, Hoes AW, Schilder AG, Rovers MM. Recurrence up to 3.5 years after antibiotic treatment of acute otitis media in very young Dutch children: survey of trial participants. BMJ 2009;338:b2525.
  • 9.Black S, Shinefield H, Fireman B, Lewis E, Ray P, Hansen JR, et al. Efficacy, safety and immunogenicity of heptavalent pneumococcal conjugate vaccine in children. Northern California Kaiser Permanente Vaccine Study Center Group. Pediatr Infect Dis J 2000;19:187-95.
  • 10.Bolt P, Barnett P, Babl FE, Sharwood LN. Topical lignocaine for pain relief in acute otitis media: results of a double-blind placebo-controlled randomised trial. Arch Dis Child 2008;93:40-4.
  • 11.Casey JR, Adlowitz DG, Pichichero ME. New patterns in the otopathogens causing acute otitis media six to eight years after introduction of pneumococcal conjugate vaccine. Pediatr Infect Dis J 2010;29:304-9.
  • 12.Casselbrant ML, Mandel EM. Epidemiology. In: Rosenfeld RM, Bleustone CD, editors. Evidence-based otitis media. Hamilton: BC Decker, 2003.
  • 13.CBO. Multidisciplinaire richtlijn Otitis media bij kinderen in de tweede lijn (2012). http://www.diliguide.nl/document/1498.
  • 14.Claessen JQ, Appelman CL, Touw-Otten FW, DeMelker RA, Hordijk GJ. Persistence of middle ear dysfunction after recurrent acute otitis media. Clin Otolaryngol Allied Sci 1994;19:35-40.
  • 15.Coker TR, Chan LS, Newberry SJ, Limbos MA, Suttorp MJ, Shekelle PG, et al. Diagnosis, microbial epidemiology, and antibiotic treatment of acute otitis media in children: a systematic review. JAMA 2010;304:2161-9.
  • 16.Coleman C, Moore M. Decongestants and antihistamines for acute otitis media in children. Cochrane Database Syst Rev 2008;(3):CD001727.
  • 17.Commissie Farmaceutische Hulp. Farmacotherapeutisch kompas 2013. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 2013. http://www.fk.cvk.nl.
  • 18.Courter JD, Baker WL, Nowak KS, Smogowicz LA, Desjardins LL, Coleman CI, et al. Increased clinical failures when treating acute otitis media with macrolides: a meta-analysis. Ann Pharmacother 2010;44:471-8.
  • 19.Culpepper L, Froom J, Bartelds AI, Bowers P, Bridges-Webb C, Grob P, et al. Acute otitis media in adults: a report from the International Primary Care Network. J Am Board Fam Pract 1993;6:333-9.
  • 20.Dagan R, Sikuler-Cohen M, Zamir O, Janco J, Givon-Lavi N, Fraser D. Effect of a conjugate pneumococcal vaccine on the occurrence of respiratory infections and antibiotic use in day-care center attendees. Pediatr Infect Dis J 2001;20:951-8.
  • 21.Dagan R. Impact of pneumococcal conjugate vaccine on infections caused by antibiotic-resistant Streptococcus pneumoniae. Clin Microbiol Infect 2009;15 Suppl 3:16-20.
  • 22.Damoiseaux RAMJ, Van Balen FAM, Hoes AW, Verheij TJ, DeMelker RA. Primary care based randomised, double blind trial of amoxicillin versus placebo for acute otitis media in children aged under 2 years. BMJ 2000a;320:350-4.
  • 23.Damoiseaux RAMJ, Van Balen FAM. Duration of clinical symptoms in children under two years of age with acute ototis media. EJGP 2000b;6:48-51.
  • 24.Dohar J, Giles W, Roland P, Bikhazi N, Carroll S, Moe R, et al. Topical ciprofloxacin/dexamethasone superior to oral amoxicillin/clavulanic acid in acute otitis media with otorrhea through tympanostomy tubes. Pediatrics 2006;118:e561-9.
  • 25.Dowell SF, Marcy M, Philips WR, Gerber MA, Schwartz B. Principles of judicious use of antimicrobial agents for pediatric upper respiratory tract infections. Pediatrics 1998;101:163-77.
  • 26.Dunn C, Gauthier M, Gaudreault P. Coma in a neonate following single intranasal dose of xylometazoline. Eur J Pediatr 1993;152:541.
  • 27.Eskola J, Kilpi T, Palmu A, Jokinen J, Haapakoski J, Herva E, et al. Efficacy of a pneumococcal conjugate vaccine against acute otitis media. N Engl J Med 2001;344:403-9.
  • 28.FDA. Public health advisory: FDA recommends that over-the-counter (OTC) cough and cold products not be used for infants and children under 2 years of age. Silver Spring (MD): U.S. Food and Drug Administration, 2013. http://www.fda.gov/ForConsumers/ConsumerUpdates/ucm051137.htm
  • 29.Fenoll A, Aguilar L, Vicioso MD, Gimenez MJ, Robledo O, Granizo JJ. Increase in serotype 19A prevalence and amoxicillin non-susceptibility among paediatric streptococcus pneumoniae isolates from middle ear fluid in a passive laboratory-based surveillance in Spain, 1997-2009. BMC Infect Dis 2011;11:239.
  • 30.Foxlee R, Johansson A, Wejfalk J, Dawkins J, Dooley L, Del Mar C. Topical analgesia for acute otitis media (review). Cochrane Database Syst Rev 2006;(3):CD005657.
  • 31.Froom J, Culpepper L, Grob P, Bartelds A, Bowers P, Bridges-Webb C, et al. Diagnosis and antibiotic treatment of acute otitis media: report from International Primary Care Network. BMJ 1990;300:582-6.
  • 32.Froom J, Culpepper L, Jacobs M, DeMelker RA, Green LA, Van Buchem L, et al. Antimicrobials for acute otitis media? A review from the International Primary Care Network. BMJ 1997;315:98-102.
  • 33.Gates GA, Klein JO, Lim DJ, Mogi G, Ogra PL, Pararella MM, et al. Recent advances in otitis media. 1. Definitions, terminology, and classification of otitis media. Ann Otol Rhinol Laryngol Suppl 2002;188:8-18.
  • 34.Gebel RS, Okkes IM. ICPC-2-NL. International Classification of Primary Care. 2e dr. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2000.
  • 35.Gezondheidsraad. Vaccinatie van zuigelingen tegen pneumokokkeninfecties. Den Haag: Gezondheidsraad, 2005. http://www.gezondheidsraad.nl/nl/adviezen/preventie/vaccinatie-van-zuigelingen-tegen-pneumokokkeninfecties.
  • 36.Glasziou PP, Del Mar CB, Sanders SL, Hayem M. Antibiotics for acute otitis media in children. Cochrane Database Syst Rev 2004;(1):CD000219.
  • 37.Grote JJ, Van Buchem FL. Otitis media bij kinderen. Rapport uitgebracht aan de Ned Ver voor KNO-heelkunde en Heelkunde van het Hoofd-halsgebied. Leiderdorp: De Medicus, 1988.
  • 38.Heikkinen T, Thint M, Chonmaitree T. Prevalence of various respiratory viruses in the middle ear during acute otitis media. N Engl J Med 1999;340:260-4.
  • 39.Helenius KK, Laine MK, Tähtinen PA, Lahti E, Ruohola A. Tympanometry in discrimination of otoscopic diagnoses in young ambulatory children. Pediatr Infect Dis J 2012;31:1003-6.
  • 40.Heslop A, Lildholdt T, Gammelgaard N, Ovesen T. Topical ciprofloxacin is superior to topical saline and systemic antibiotics in the treatment of tympanostomy tube otorrhea in children: the results of a randomized clinical trial. Laryngoscope 2010;120:2516-20.
  • 41.Higgins GL III, Campbell B, Wallace K, Talbot S. Pediatric poisoning from over-the-counter imidazoline-containing products. Ann Emerg Med 1991;20:655-8.
  • 42.Hoberman A, Paradise JL, Reynolds EA, Urkin J. Efficacy of Auralgan for treating ear pain in children with acute otitis media. Arch Pediatr Adolesc Med 1997;151:675-8.
  • 43.Hoberman A, Paradise JL, Rockette HE, Shaikh N, Wald ER, Kearney DH, et al. Treatment of acute otitis media in children under 2 years of age. N Engl J Med 2011;364:105-15.
  • 44.Huizing EH, Snow GB, De Vries N, Graamans K, Van de Heyning P, Feenstra L. Leerboek keel-, neus- en oorheelkunde. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2007.
  • 45.Jansen AGSC, Hak E, Veenhoven RH, Damoiseaux RAMJ, Schilder AGM, Sanders EAM. Pneumococcal conjugate vaccines for preventing otitis media. Cochrane Database Syst Rev 2009;(2):CD001480.
  • 46.Jones LL, Hassanien A, Cook DG, Britton J, Leonardi-Bee J. Parental smoking and the risk of middle ear disease in children: a systematic review and meta-analysis. Arch Pediatr Adolesc Med 2012;166:18-27.
  • 47.Kujala T, Alho OP, Luotonen J, Kristo A, Uhari M, Renko M, et al. Tympanostomy with and without adenoidectomy for the prevention of recurrences of acute otitis media: a randomized controlled trial. Pediatr Infect Dis J 2012;31:565-9.
  • 48.Kvaerner KJ, Nafstad P, Hagen JA, Mair IW, Jaakkola JJ. Recurrent acute otitis media: the significance of age at onset. Acta Otolaryngol 1997;117:578-84.
  • 49.Laine MK, Tähtinen PA, Ruuskanen O, Huovinen P, Ruohola A. Symptoms or symptom-based scores cannot predict acute otitis media at otitis-prone age. Pediatrics 2010;125:e1154-61.
  • 50.Leach AJ, Morris PS. Antibiotics for the prevention of acute and chronic suppurative otitis media in children. Cochrane Database Syst Rev 2006;(4):CD004401.
  • 51.Legros JM, Hitoto H, Garnier F, Dagorne C, Parot-Schinkel E, Fanello S. Clinical qualitative evaluation of the diagnosis of acute otitis media in general practice. Int J Pediatr Otorhinolaryngol 2008;72:23-30.
  • 52.Le Saux N, Gaboury I, Baird M, Klassen T, MacCormick J, Blanchard C, et al. A randomized, double-blind, placebo-controlled noninferiority trial of amoxicillin for clinically diagnosed acute otitis media in children 6 months to 5 years of age. CMAJ 2005;172:335-41.
  • 53.Lieberthal AS, Carroll AE, Chonmaitree T, Ganiats TG, Hoberman A, Jackson MA, et al. The diagnosis and management of acute otitis media. Pediatrics 2013;131:e964-9.
  • 54.Lous J, Ryborg CT, Thomsen JL. A systematic review of the effect of tympanostomy tubes in children with recurrent acute otitis media. Int J Pediatr Otorhinolaryngol 2011;75:1058-61.
  • 55.Macfadyen CA, Acuin JM, Gamble C. Systemic antibiotics versus topical treatments for chronically discharging ears with underlying eardrum perforations. Cochrane Database Syst Rev 2006;(1):CD005608.
  • 56.MacIntyre EA, Karr CJ, Koehoorn M, Demers P, Tamburic L, Lencar C, et al. Otitis media incidence and risk factors in a population-based birth cohort. Paediatr Child Health 2010;15:437-42.
  • 57.Mahieu LM, Rooman RP, Goossens E. Imidazoline intoxication in children. Eur J Pediatr 1993;152:944-6.
  • 58.Marcy M, Takata G, Chan L, Shekelle P, Mason W, Wachsman L, et al. Management of acute otitis media. Evidence Report/Technology Assesment; 15. Rockville (MD): Agency for Healthcare Research and Quality, 2001.
  • 59.Mylanus EAM, Feenstra L, Van der Hulst RJAM. Gebruik van oordruppels bij otitis media met trommelvliesperforatie en in operatieholtes. Ned Tijdschr KNO-Heelk 2004;10:31-6.
  • 60.Mylanus EAM, Feenstra L, Van der Hulst RJAM. Standpuntnota KNO-vereniging: Gebruik van oordruppels bij otitis media met trommelvliesperforatie en in operatieholtes. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en heelkunde van het Hoofd-Halsgebied 2006. http://www.artsennet.nl/richtlijnen/richtlijn/42918/gebruik-van-oordruppels-met-antibiotica-en-corticosteroiden-bij-otitis-media.htm.
  • 61.NIVEL. LINH-zorgregistratie huisartsen. Incidentie- en prevalentiecijfers in de huisartsenpraktijk (2011). http://www.nivel.nl/incidentie-en-prevalentiecijfers-in-de-huisartsenpraktijk.
  • 62.Palmu A, Puhakka H, Rahko T, Takala A, Kilpi T. Predicting the development and outcome of otitis media by tympanometry. Int J Pediatr Otorhinolaryngol 2002;62:135-42.
  • 63.Pepys MB. C-reactive protein fifty years on. Lancet 1981;1:653-7.
  • 64.Pierce CA, Voss B. Efficacy and safety of ibuprofen and acetaminophen in children and adults: a meta-analysis and qualitative review. Ann Pharmacother 2010;44:489-506.
  • 65.Principi N, Marchisio P, Bigalli L, Massironi E. C-reactive protein in acute otitis media. Pediatr Infect Dis 1986;5:525-7.
  • 66.Prymula R, Peeters P, Chrobok V, Kriz P, Novakova E, Kaliskova E, et al. Pneumococcal capsular polysaccharides conjugated to protein D for prevention of acute otitis media caused by both Streptococcus pneumoniae and non-typable Haemophilus influenzae: a randomised double-blind efficacy study. Lancet 2006;367:740-8.
  • 67.Pukander J. Clinical features of acute otitis media among children. Acta Otolaryngol 1983;95:117-22.
  • 68.Rosenfeld RM, Kay D. Natural history of untreated otitis media. Laryngoscope 2003;113:1645-57.
  • 69.Rosenfeld RM, Vertrees JE, Carr J, Cipolle RJ, Uden DL, Giebink GS, et al. Clinical efficacy of antimicrobial drugs for acute otitis media: metaanalysis of 5400 children from thirty-three randomized trials. J Pediatr 1994;124:355-67.
  • 70.Rothman R, Owens T, Simel DL. Does this child have acute otitis media? JAMA 2003;290:1633-40.
  • 71.Rovers MM, Glasziou P, Appelman CL, Burke P, McCormick DP, Damoiseaux RA, et al. Antibiotics for acute otitis media: a meta-analysis with individual patient data. Lancet 2006;368:1429-35.
  • 72.Rovers MM, Numans ME, Langenbach E, Grobbee DE, Verheij TJ, Schilder AG. Is pacifier use a risk factor for acute otitis media? A dynamic cohort study. Fam Pract 2008;25:233-6.
  • 73.Ruohola A, Heikkinen T, Meurman O, Puhakka T, Lindblad N, Ruuskanen O. Antibiotic treatment of acute otorrhea through tympanostomy tube: randomized double-blind placebo-controlled study with daily follow-up. Pediatrics 2003;111:1061-7.
  • 74.Ruuskanen O, Heikkinen T. Viral-bacterial interaction in acute otitis media. Pediatr Infect Dis J 1994;13:1047-9.
  • 75.Sen EF, Verhamme KM, Felisi M, ’t Jong GW, Giaquinto C, Picelli G, et al. Effects of safety warnings on prescription rates of cough and cold medicines in children below 2 years of age. Br J Clin Pharmacol 2011;71:943-50.
  • 76.Shaikh N, Hoberman A, Kaleida PH, Rockette HE, Kurs-Lasky M, Hoover H, et al. Otoscopic signs of otitis media. Pediatr Infect Dis J 2011;30:822-6.
  • 77.Shaikh N, Hoberman A, Rockette HE, Kurs-Lasky M. Development of an algorithm for the diagnosis of otitis media. Acad Pediatr 2012;12:214-8.
  • 78.Soderman P, Sahlberg D, Wiholm BE. CNS reactions to nose drops in small children. Lancet 1984;1:573.
  • 79.Southey ER, Soares-Weiser K, Kleijnen J. Systematic review and meta-analysis of the clinical safety and tolerability of ibuprofen compared with paracetamol in paediatric pain and fever. Curr Med Res Opin 2009;25:2207-22.
  • 80.Tähtinen PA, Laine MK, Huovinen P, Jalava J, Ruuskanen O, Ruohola A. A placebo-controlled trial of antimicrobial treatment for acute otitis media. N Engl J Med 2011;364:116-26.
  • 81.Teele DW, Klein JO, Rosner B. Epidemiology of otitis media during the first seven years of life in children in greater Boston: a prospective, cohort study. J Infect Dis 1989;160:83-94.
  • 82.Tejani NR, Chonmaitree T, Rassin DK, Howie VM, Owen MJ, Goldman AS. Use of C-reactive protein in differentiation between acute bacterial and viral otitis media. Pediatrics 1995;95:664-9.
  • 83.Tristram S, Jacobs MR, Appelbaum PC. Antimicrobial resistance in haemophilus influenzae. Clin Microbiol Rev 2007;20:368-89.
  • 84.Uhari M, Mantysaari K, Niemela M. A meta-analytic review of the risk factors for acute otitis media. Clin Infect Dis 1996;22:1079-83.
  • 85.Uijen JH, Bindels PJ, Schellevis FG, Van der Wouden JC. ENT problems in Dutch children: trends in incidence rates, antibiotic prescribing and referrals 2002-2008. Scand J Prim Health Care 2011;29:75-9.
  • 86.Vaile L, Williamson T, Waddell A, Taylor G. Interventions for ear discharge associated with grommets (ventilation tubes). Cochrane Database Syst Rev 2006;(2):CD001933.
  • 87.Valkhoff VE, Schade R, ’t Jong GW, Romio S, Schuemie MJ, Arfe A, et al. Population-based analysis of non-steroidal anti-inflammatory drug use among children in four European countries in the SOS project: what size of data platforms and which study designs do we need to assess safety issues? BMC Pediatr 2013;13:192.
  • 88.Van Buchem FL. De behandeling van otitis media acuta. Ned Tijdschr Geneeskd 1989;133:290-2.
  • 89.Van Buchem FL, Peeters MF, ’t Hof MA. Acute otitis media: a new treatment strategy. Br Med J 1985;290:1033.
  • 90.Van den Aardweg MT, Schilder AG, Herkert E, Boonacker CW, Rovers MM. Adenoidectomy for otitis media in children. Cochrane Database Syst Rev 2010;1:CD007810.
  • 91.Van Dongen TMA, Van der Heijden GJMG, Van Zon A, Bogaert D, Sanders EA, Schilder AGM. Evaluation of concordance between the microorganisms detected in the nasopharynx and middle ear of children with otitis media. Pediatr Infect Dis J 2013a;32:549-52.
  • 92.Van Dongen TMA, Van der Heijden GJMG, Freling HG, Venekamp RP, Schilder AGM. Parent-reported otorrhea in children with tympanostomy tubes: incidence and predictors. PLoS One 2013b;8:e69062.
  • 93.Van Dongen TMA, Van der Heijden GJMG, Venekamp RP, Rovers MM, Schilder AGM. A trial of treatment for acute otorrhea in children with tympanostomy tubes. N Engl J Med 2014;370:723-33.
  • 94.Van Kempen MJ, Vermeiren JS, Vaneechoutte M, Claeys G, Veenhoven RH, Rijkers GT, et al. Pneumococcal conjugate vaccination in children with recurrent acute otitis media: a therapeutic alternative?. Int J Pediatr Otorhinolaryngology 2006;70:275-85.
  • 95.Van Velzen AG, Van Riel AJ, Hunault C, Van Riemsdijk TE, De Vries I, Meulenbelt J. A case series of xylometazoline overdose in children. Clin Toxicol (Phila) 2007;45:290-4.
  • 96.Van Zuijlen DA, Schilder AGM, Van Balen FA, Hoes AW. National differences in incidence of acute mastoiditis: relationship to prescribing patterns of antibiotics for acute otitis media? Pediatr Infect Dis J 2001;20:140-4.
  • 97.Veenhoven R, Bogaert D, Uiterwaal C, Brouwer C, Kiezebrink H, Bruin J, et al. Effect of conjugate pneumococcal vaccine followed by polysaccharide pneumococcal vaccine on recurrent acute otitis media: a randomised study. Lancet 2003;361:2189-95.
  • 98.Venekamp RP, Sanders S, Glasziou PP, Del Mar CB, Rovers MM. Antibiotics for acute otitis media in children. Cochrane Database Syst Rev 2013;1:CD000219.
  • 99.Wald ER. Acute otitis media and acute bacterial sinusitis. Clin Infect Dis 2011;52 Suppl 4:S277-S283.

Reacties

Er zijn nog geen reacties