NHG richtlijn

Urinesteenlijden. NHG-standaard

0 reacties
Dit artikel komt uit het archief van onze papieren Huisarts & Wetenschap uitgave. U kunt het volledige artikel lezen door de bijgevoegde PDF te openen dan wel te downloaden.

INLEIDING

De NHG-Standaard Urinesteenlijden geeft richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van urinesteenaanvallen. Het vermoeden op een urinesteenaanval wordt in deze standaard als uitgangspunt genomen voor diagnostiek en bereid. Andere presentatievormen van urinestenen,

zoals recidiverende urineweginfecties als uiting van urinestenen en urinestenen als toevalsbevinding, blijven buiten beschouwing.' Urinestenen manifesteren zich voor patiënt en huisarts vaak op indrukwekkende wijze door middel van een kenmerkende hevige pijn in de flank met  bewegingsdrang. Sij 70 tot 90 procent van de patiënten kan hematurie worden vastgesteld. In de acute fase va n de urinesteenaanval staat de behandeling van de pijn op de voorgrond. In de post-acute fase komen de toetsing van de diagnose en het beleid bij urinesteenlijden op langere termijn aan de orde. Nieuwe technologieën hebben de afgelopen vijftien jaar tot belangrijke ontwikkelingen geleid op diagnostisch en op therapeutisch gebied. Voor de diagnostiek is dat het gebruik van de echografie,· .voor de therapie is dat de extracorporele lithotripsie. ln dezelfde periode is ook de medicamenteuze aanpak van de koliekpijn veranderd. Desondanks bestaat er nog geen effectieve preventie van urinestenen. Bij recidiverend steenlijden is het. afhankelijk van het soort stenen, mogelijk met medicamenteuze therapie recidieven trachten te voorkomen. De incidentie van urinesteenaanvallen is ongeveer 3 per 1000 patiënten per jaar. Jeugdigen worden zelden getroffen, maar vanaf de volwassen leeftijd neemt de incidentie toe met een piek op middelbare' leeftijd; mannen worden ongeveer twee maal zo vaak getroffen als vrouwen. Bij iemand met een eerstegraads familielid met een urinesteen is de kans ook een steen Ie krijgen twee maal zo groot als bij anderen.8 De kans op een recidief is vrij aanzienlijk, hoewel lange tijd kan verstrijken voor zich weer een steen aandient. Tien jaar na de eerste aanval heeft de he 1ft van de patiënten een tweede gehad, na 25 jaar zelfs driekwart. Het valt niet te voorspellen wie een recidief krijgt. De prevalentie van urinestenen of van urinesteenpatienten wordt gewoonlijk uitgedrukt in patiënten die ooit een of meer manifestaties van urinestenen hebben gehad (ongeveer 40 per 1000 patiënten). Urinestenen kunnen symptoomloos blijven en al dan niet via een toevalsbevinding ontdekt worden of alleen aanleiding geven tot bijvoorbeeld hematurie. De kans dat een willekeurige (symptoomloze) patiënt een urine steen heeft is 1 procent. Asymptomatische urinestenen zijn doorgaans onschuldig en behoeven dan geen behandeling. De kans dat een steen tijdens of na de aanval spontaan wordt geloosd, bedraagt 85 tot 95 procent. 12 Doorgaans verlaat de steen het lichaam niet tijdens de aanval maar in de pijnvrije fase, binnen enkele dagen tot weken. Voor de prognose bij een patiënt die de steen nog niet kwijt is, is informatie van belang over de duur van de klachten, de grootte en lokalisatie van de steen. Onbehandelbare pijn , koorts, urosepsis en stuwing zijn redenen voor verwijzing . De kans op urineweginfectie is 3 tot 12 procent, op urosepsis circa 1 procent.

Reacties

Er zijn nog geen reacties