Main content

Het aanzien van de huisarts

Auteur: Just Eekhof

Halverwege de vorige eeuw behoorde de huisarts tot de top 3 van de notabelen in de gemeenschap. Tegenwoordig staat de huisarts nog steeds in de top 10 van beroepen met het meeste aanzien. Hoewel iets gedaald, bleef die positie de laatste tien jaar stabiel. Medische beroepen doen het in het algemeen goed met de chirurg op 1, de internist op 4 en de radioloog op 11.

Het aanzien van de huisarts werd eerder in H&W besproken in 1962 en in 1991. De salarisdiscussie bij leraren was voor het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt aanleiding om het aanzien van beroepen opnieuw te onderzoeken. Een mooie mogelijkheid om te zien hoe het anno 2017 is met het aanzien van de huisarts.

Maatschappelijke ontwikkelingen in de laatste halve eeuw waren van invloed op dat aanzien. Rond 1950 was de huisarts de meest belangrijke arts. Er waren toen meer huisartsen dan specialisten. Sindsdien verdubbelde het aantal huisartsen van 4500 tot 9000 in 2010, terwijl het aantal specialisten in dezelfde periode bijna verzevenvoudigd is van 2900 naar 20.000. Deze toename speelt een rol, maar ook ontwikkelden medisch specialisten zich als experts met aanzien in de ivoren toren van het ziekenhuis. De grote toename van technische mogelijkheden bij diagnostiek en behandeling droeg bij aan hun aanzien. Bovendien groeide het salaris van de specialisten sterker dan dat van huisartsen. Huisartsen deden hun witte jas uit, mochten bij de voornaam worden genoemd en kwamen daarmee uit hun ivoren toren.

De huisarts kreeg een gelijkwaardigere relatie met de patiënt en betaalde daar tol voor. Het aanzien van mensen in dienstverband is lager, dat geldt ook voor huisartsen. En de toename van het aantal vrouwelijke huisartsen deed het aanzien van het beroep huisarts geen goed. Wel kennen ouderen het beroep huisarts meer aanzien toe dan jongeren, waarschijnlijk doordat zij hebben ervaren hoe belangrijk de rol van de huisarts is bij serieuze problemen.

De positie van de huisarts in de maatschappij is stabiel. Het ligt niet voor de hand dat hier de komende tijd iets in verandert. De tijd zal het leren.

Aanzien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cörvers F, et al. Status en imago van de leraar in de 21ste eeuw. Rapport ROA-R2017/5. https://www.nro.nl/kb/405-15-812-imago-en-status-van-de-leraar-in-de-21e-eeuw. 

 

reacties (0)