Casus | Man met keelpijn, moeheid en opgezette klieren
Meneer Bakker, een 19-jarige student, bezoekt de huisarts omdat hij sinds 1 week toenemende keelpijn heeft, aanhoudende moeheid en opgezette klieren in de hals. Hij meet regelmatig een subfebriele temperatuur (38,2 °C). Zijn voorgeschiedenis vermeldt hooikoorts. Meneer Bakker sport op hoog niveau en wil graag weten of hij de ziekte van Pfeiffer heeft; langdurige moeheid betekent een verloren seizoen.
Bij lichamelijk onderzoek voelt de huisarts submandibulair links en rechts vergrote, pijnlijke lymfeklieren. De keel is lichtrood, maar niet gezwollen; de tonsillen zijn licht gezwollen. Meneer Bakker maakt geen acuut zieke indruk en hij heeft geen huiduitslag en geen vergrote lever of milt.
De huisarts stelt de diagnose ‘niet-ernstige keelontsteking’ zonder verhoogd risico op complicaties. Op verzoek van meneer Bakker test de huisarts op EBV en neemt vanwege de lymfadenopathie CMV mee.
|
Serologische testresultaten |
|
|
EBV IgM |
positief |
|
EBV IgG |
positief |
|
EBV EBNA IgG |
positief |
|
CMV IgM |
positief |
|
CMV IgG |
negatief |
Opgave
Wat is jouw interpretatie van de serologische onderzoeken?
A. Bij deze patiënt is hoogstwaarschijnlijk sprake van zowel een primaire EBV als een CMV-infectie.
B. Bij deze patiënt is hoogstwaarschijnlijk sprake van een primaire EBV-infectie.
C. Bij deze patiënt is hoogstwaarschijnlijk sprake van een primaire CMV-infectie.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.