Main content

Zelf werken aan depressieve klachten

De huisarts ziet veel patiënten met depressieve klachten. Cognitieve gedragstherapie is effectief voor deze klachten, maar de meeste huisartsen hebben hier geen tijd voor en ze zijn er niet voor geschoold. Een zelfhulpcursus is daarom misschien een aardig alternatief. Met deze insteek schreef Chris Williams, psychiater, een complete zelfhulpcursus voor patiënten in de huisartsenpraktijk met depressieve klachten. Het boek bevat in totaal tien oefeningen die de patiënt zelf moet uitvoeren en waarbij de huisarts de patiënt begeleidt met regelmatige voortgangsgesprekken. De cursus duurt ongeveer twee tot drie maanden. Een groot deel van de cursus geeft informatie en uitleg aan patiënten over bijvoorbeeld de invloed van een depressie op de manier van denken, emoties, lichamelijke klachten en het gedrag. De cursus gaat in op het herkennen en veranderen van niet-helpende gedachten en niet-helpend gedrag, zoals alcoholgebruik en benzodiazepinegebruik. De cursus geeft uitleg over slaapstoornissen en lusteloosheid. Ook dwingt de cursus patiënten heel concreet naar problemen en klachten te kijken. Stapsgewijs gaat de patiënt deze problemen te lijf, waardoor hij of zij weer meer controle krijgt over het leven en zelfvertrouwen kan opbouwen. De vicieuze cirkel van verminderde lichamelijke activiteit waar veel patiënten in zitten moet doorbroken worden. De zelfhulpcursus sluit af met een oefening waarin patiënten leren om een eigen persoonlijk toekomstplan op te stellen. Waar dit boek echter aan voorbijgaat, is de rol van de arts-patiëntrelatie, het vertrouwen van de patiënt in de dokter en de therapeutische alliantie die nodig is bij de begeleiding en behandeling van deze patiënten en klachten. Dat is jammer, want ik denk dat juist dat de kracht van de huisarts is. Hoewel de auteurs in de inleiding zeggen dat zelfhulpboeken effectief zijn voor de behandeling van psychische klachten, is dat volgens een recente meta-analyse nog maar de vraag.¹ In de verschillende inleidingen komt het beeld naar voren dat een zelfhulpcursus de oplossing is voor de eerste lijn. De vertaler van het boek, Van den Broek, begint zijn inleiding zelfs met de zin: ‘Dit is een belangrijk boek.’ Ik twijfel hier echter sterk aan, en denk dat het hoogstens één van de vele hulpmiddelen is die de huisarts eens kan proberen. Het is makkelijk om het boek in de kast te hebben staan en eventueel een keer aan een patiënt mee te geven. Maar dan nog blijven regelmatige voortgangsgesprekken noodzakelijk om de patiënt te ondersteunen. Misschien zijn deze voortgangsgesprekken nog wel het effectiefste.

Tim olde Hartman