Nieuws

Allochtonen voelen zich minder gezond, gaan ze dus ook vaker naar de huisarts?

Gepubliceerd
10 april 2005

Mensen uit de vier grootste allochtone groepen (Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen) beoordelen hun gezondheid als slechter dan autochtonen. Hoewel mensen met een slechte gezondheid in het algemeen vaker naar de huisarts gaan, zijn er opvallend veel verschillen in het aantal huisartsconsulten tussen bevolkingsgroepen.

Meer dan twee keer zoveel allochtonen beoordelen hun gezondheid als slecht

Van de autochtone ziekenfondsverzekerden vindt ongeveer 16% dat de eigen gezondheid matig tot slecht is. Onder de allochtone groepen varieert dit van 29% bij Antillianen, 31% bij Surinamers, 40% bij Marokkanen tot 47% bij Turken.

Geen contact met de huisarts met een slechte gezondheid?

Een kwart van de bevolking (23%) had in 2001 geen contact met de huisarts. Voor mensen met een slechte gezondheid zijn deze percentages veel lager, maar er zijn grote verschillen tussen bevolkingsgroepen ( figuur 1). De groep Surinamers en Antillianen die ondanks hun slechte beoordeling van de gezondheid geen contact met de huisarts hebben gehad, is zelfs groter dan het landelijk gemiddelde.

Weinig verschillen tussen bevolkingsgroepen in huisartsbezoek

De gemiddelde Nederlander had in 2001 3,7 keer face-to-face-contact met de huisarts. Onder mensen die hun gezondheid matig tot slecht vonden, is deze frequentie bijna twee keer zo groot (figuur 2), maar ook hier zijn er verschillen tussen de bevolkingsgroepen. Surinamers scoren het hoogst met gemiddeld 7,1 huisartscontacten. De verschillen tussen de andere bevolkingsgroepen zijn kleiner.

Conclusie

Uit eerdere onderzoeken komt naar voren dat allochtonen meer contact met de huisarts hebben dan de autochtone bevolking. Dit blijkt echter niet te gelden voor volwassenen die hun gezondheid als matig tot slecht ervaren: als groep wijken allochtonen in het algemeen niet af van autochtonen wat betreft het huisartsbezoek. Wel beoordelen meer allochtonen hun gezondheid als matig tot slecht. Turken beoordelen hun gezondheid het minst positief en een relatief groot deel van deze groep heeft contact met de huisarts. Relatief veel Surinamers met een matig tot slechte gezondheid hebben geen contact met de huisarts. Maar degenen die wél gaan, gaan vaker dan alle anderen met een slechte gezondheid. Interessant blijft de vraag in hoeverre de beoordeling van de gezondheid en het bezoeken van de huisarts cultureel bepaald zijn en wat dit betekent voor de individuele huisarts.

De hier beschreven analyses zijn uitgevoerd met LINH-gegevens in het kader van de tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk (2001; www.nivel.nl/ns2). LINH is een project van NIVEL, WOK, LHV, en NHG. Voor meer informatie over LINH en de hier beschreven gegevens kunt u terecht op de website (www.linh.nl). Reacties naar info@linh.nl.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen