Nieuws

Antibioticaprofylaxe bij protheses

Gepubliceerd
7 juli 2011

Vraagstelling Een prothese-infectie als gevolg van een tandheelkundige ingreep is zeldzaam. Een protese-infectie komt voor bij 0,3 tot 1% van alle patiënten met een heupprothese en bij 1 tot 2% van alle patiënten met een knieprothese. Daarvan is ongeveer 35 tot 40% het gevolg van een hematogene route. Naar schatting veroorzaken orale pathogenen daarvan zo’n 10%. Bij ongeveer 0,05% van de knie-en heupprothesen zou een dentogene oorzaak dus een rol spelen.12 In hoeverre profylactische antibiotica voor een tandheelkundige ingreep de kans op prothese-infectie verminderen, is dan ook al jaren onderwerp van discussie onder tandartsen en orthopedisch chirurgen. Onze onderzoeksvraag luidt: verminderen profylactische antibiotica bij patiënten met een gewrichtsprothese die een tandheelkundige ingreep ondergaan de kans op prothese-infectie? Zoekstructuur In PubMed hebben we gezocht naar literatuur met de zoektermen ‘Prosthetic Joint Infection’ AND ‘antibiotic prophylaxis’ AND ‘dental procedure’. Dit leverde twee relevante reviews en een recent gepubliceerd patiëntcontroleonderzoek op. Het doorzoeken van de Cochrane library leverde geen resultaten op. Op de website van het CBO vonden we de recentste richtlijn voor behandeling van heup- en knieartrose. Resultaat Uçkay et al. (2008) concluderen dat de wetenschappelijke onderbouwing voor antibioticaprofylaxe bij een tandheelkundige ingreep zeer zwak is. Zij hebben geen data gevonden die bewijzen dat antibiotica een prothese-infectie helpen voorkomen en concluderen dat er meer onderzoek noodzakelijk is om een universele aanbeveling te kunnen doen.3 Berbari et al. (2010) deden een patiëntcontroleonderzoek waarbij ze 339 patiënten met een prothese-infectie vergeleken met 339 controlepatiënten.1 Ze vonden geen verhoogd risico op een prothese-infectie bij patiënten die een laag- of hoogrisico-tandheelkundige ingreep ondergingen zonder antibioticaprofylaxe vergeleken met patiënten die geen tandheelkundige ingreep ondergingen. Voor tandheelkundige procedures was binnen zes maanden na deze ingreep voor laagrisico-ingrepen de OR 0,7 (95%-BI 0,3-1,5); voor hoogrisico-ingrepen was de OR eveneens 0,7 (95%-BI 0,3-1,4). Binnen een termijn van twee jaar werden een OR van 1,2 (95%-BI 0,7-2,2) respectievelijk een OR van 0,9 (95%-BI 0,5-1,6) berekend. Deacon et al. (1996) evalueerden de kosteneffectiviteit van het voorschrijven van profylactische antibiotica bij tandheelkundige ingrepen bij patiënten met gewrichtsprothese in de anamnese.2 Zij kwamen tot de conclusie dat het routinematig profylaxe voorschrijven in de meeste onderzoeken duurder is dan geen profylaxe geven. Indien er een duidelijke infectie in de mond was, bleek profylaxe met antibiotica wel kosteneffectief. Bespreking Zimmerli en Sendi schrijven in commentaar op het onderzoek van Berbari et al. dat bij een complicatie die zo weinig voorkomt een patiëntcontroleonderzoek de enige uitvoerbare manier is om onderzoek te verrichten.4 Zij denken dat dit onderzoek de potentie heeft tandartsen en artsen te overtuigen dat het niet nodig is antibioticaprofylaxe voor te schrijven aan alle patiënten met een gewrichtsprothese die een tandheelkundige ingreep ondergaan. Conclusie Er is weinig wetenschappelijk bewijs voor het geven van profylactische antibiotica voorafgaand aan tandheelkundige ingrepen bij patiënten met een gewrichtsprothese om prothese-infectie te voorkomen. Een recent patiëntcontroleonderzoek toont niet aan dat antibioticaprofylaxe het risico op een prothese-infectie van heup of knie verlaagt. Betekenis De huidige Nederlandse CBO-richtlijn uit 2007 adviseert om antibioticaprofylaxe bij tandheelkundige ingrepen alleen te geven bij behandeling in geïnfecteerd gebied.5 Gezien de uitkomst van het onderzoek van Berbari et al. kunnen we voorzichtig concluderen dat dit een wat defensief advies is. Tot een revisie van de richtlijn kan het echter juridisch niet worden verantwoord om geen profylaxe voor te schrijven.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen