Praktijk

Antidepressiva [Kennistoets]

Gepubliceerd
2 december 2019
Toets uw kennis
0 reacties
Zonneschijn
© Shutterstock

1. Antidepressiva zijn (zeer) effectief bij ernstige en matige depressies. Over de effectiviteit bij lichte depressies bestaat discussie. Welke reden, naast het verschil in placeborespons tussen ernstige en milde depressies, wordt door De Wit et al. hiervoor genoemd?

a. De onderzoeken zijn van minder goede kwaliteit.

b. Er is minder onderzoek gedaan naar milde depressies.

c. Symptomen zijn vaak bij aanvang al mild of afwezig.

 

2. Fluoxetine heeft een lange halfwaardetijd. Een voordeel is dat daardoor de kans op onttrekkingsverschijnselen bij afbouwen kleiner is. De Wit et al. noemen ook een nadeel van fluoxetine. Welk nadeel is dit?

a. Het is een stuk duurder dan andere SSRI’s.

b. Het is verslavingsgevoeliger.

c. Meer kans op bijwerkingen.

d. Meer kans op interacties bij switchen naar ander antidepressivum.

 

3. De Wit et al. beschrijven dat bij kinderen (< 18 jaar) in de eerste weken na de start van een antidepressivum de kans op suïcidaliteit en agressie toeneemt. Voor welke leeftijdsgroep geldt dit nog meer?

a. Jongvolwassenen (18-25 jaar)

b. Volwassenen (26-65 jaar)

c. Ouderen (> 65 jaar)

 

4. In de NHG-Standaard Depressie worden twee bevolkingsgroepen genoemd bij wie depressieve klachten en depressies vaker voorkomen. Om welke Nederlanders gaat het hier?

a. Van autochtone afkomst

b. Van Marokkaanse en Turkse afkomst

c. Van Poolse en Bulgaarse afkomst

 

5. De 41-jarige heer Van Velzen gebruikt sinds zes weken sertraline 50 mg (standaarddosering) vanwege een depressie. Bij controle blijkt dat er geen verbetering is opgetreden. Hij neemt zijn medicatie in volgens voorschrift en hij heeft weinig last van bijwerkingen. Wat is nu het aangewezen beleid?

a. Sertraline ophogen naar 75 mg per dag.

b. Sertraline staken en direct vervangen door ander SSRI (in standaarddosering).

c. Sertraline afbouwen en daarna starten met een ander SSRI.

 

6. De 57-jarige mevrouw Langbroek gebruikt citalopram 20 mg vanwege een depressieve episode. Sinds een halfjaar gaat het goed en is zij klachtenvrij. Ze wil graag proberen te stoppen met de medicatie. Er zijn bij mevrouw Langbroek geen risicofactoren aanwezig voor het optreden van onttrekkingsverschijnselen. Welke manier van afbouwen is in dit geval wenselijk?

a. Halveer de dosis naar 10 mg en staak volledig na 2 tot 4 weken.

b. Halveer de dosis naar 10 mg gedurende 2 weken tot 4 weken, vervolgens 10 mg om de dag gedurende 2 weken tot 4 weken, staak daarna volledig.

c. Bouw citalopram met 2 mg per week af in 10 weken.

 

7. Mevrouw Yüksel, 71 jaar, is vorige week gestart met citalopram (SSRI) vanwege een depressie. Zij gebruikt daarnaast hydrochloorthiazide, metformine en simvastatine. Welke laboratoriumwaarde moet worden gecontroleerd voordat u de behandeling met citalopram voortzet?

a. Glucose

b. Kalium

c. Creatinine

d. Natrium

 

8. De huisarts heeft bij de 45-jarige heer Osaka de diagnose ‘depressieve klachten’ gesteld. Hij verloor in korte tijd zijn beide ouders en heeft de zorg voor een gehandicapte zoon. Hij heeft vooral last van een sombere stemming en verlies van interesse en plezier. De heer Osaka is nog wel aan het werk. De huisarts geeft voorlichting over dagstructurering en activiteitenplanning. Welk beleid is daarnaast wenselijk?

a. Expectatief, controle over vier weken.

b. Verwijzen naar een psycholoog.

c. Starten van een antidepressivum.

De kennistoets is gemaakt door Anne Klijnsma, huisarts en toetsdeskundige. Over vragen en antwoorden wordt niet gecorrespondeerd.

Antwoorden

1c / 2d / 3a / 4b / 5b / 6a / 7d / 8a

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen