Wetenschap

Apolipoproteïne en hart- en vaatziekten

Gepubliceerd
10 juli 2007

Vraagstelling

Wat is de betekenis van apolipoproteïne voor het risicoprofiel in het kader van cardiovasculair risicomanagement?

Betekenis voor huisarts en patiënt

De bepaling van LDL-cholesterol om het cardiovasculaire risicoprofiel vast te stellen, zoals gepropageerd in de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement, dateert van begin jaren negentig. Op technische gronden is apolipoproteïne een betere parameter dan LDL-cholesterol. Bovendien is het mogelijk voor de huisarts om apolipoproteïne te laten bepalen. Wanneer er voldoende consensus over de normaalwaarden van apolipoproteïne bereikt is, verdient het onze aandacht als potentiële vervanger van het (soms onbetrouwbare) LDL-cholesterol.

Korte beschrijving

Inleiding De serumwaarden van apolipoproteïne B en AI (apoB en apoAI) blijken een belangrijke voorspellende factor te zijn om hart- en vaatziekten (HVZ) te ontwikkelen. ApoB is aanwezig in LDL, IDL en VLDL; apoAI is het belangrijkste bestanddeel van HDL. De waarde van apolipoproteïne is gemakkelijk en direct (zonder berekening zoals bij cholesterol) te bepalen en is niet afhankelijk van een voorafgaande periode van vasten, wat wel het geval is als je de cholesterolwaarde wil bepalen. In deze meta-analyse onderzocht men het verband is tussen apoB en apoAI en het ontwikkelen van HVZ.1 Onderzoeksopzet Via PubMed en Embase bekeken de onderzoekers prospectieve cohortonderzoeken. Ze vonden 23 relevante onderzoeken. De ingesloten patiënten kwamen uit Noord-Amerika of West-Europa en waren voornamelijk van het mannelijk geslacht en middelbare leeftijd. Patiëntenpopulatie Patiënten uit de algemene populatie die bij insluiting (nog) niet gediagnosticeerd waren met coronairlijden. Uitkomstmaat Als eindpunt definieerden de onderzoekers fataal coronair lijden of niet-fatale myocardinfarcering. Ze bepaalden ook het basaal gemeten apoB, apoAI en apoB/apoAI gehalte. Ze berekenden een relatief risico (RR) voor coronairlijden door patiënten met de eenderde hoogst gemeten waarden (apoA, apoBI, apoB/apoAI) te vergelijken met patiënten met de eenderde van de laagst gemeten waarden (apoA, apoBI, apoB/apoAI). Resultaten In de 23 onderzoeken werden de patiënten gedurende gemiddeld 9 jaar gevolgd. In 21 van de 23 onderzoeken berekenden ze apoAI en ze konden 6333 gevallen van coronairlijden constateren. Dit leverde een RR op van 1,62 (95%-BI 1,43-1,83). Dit betekent dat een laag apoAI een relatief verhoogd risico is om coronairlijden te ontwikkelen. In 19 van de 23 onderzoeken berekenden de onderzoekers apoB en constateerden ze 6320 gevallen van coronairlijden; een RR van 1,99 (95%-BI 1,65-2,39). Dit betekent dat patiënten met een hoog apoB een relatief verlaagd risico hebben om coronairlijden te ontwikkelen. In 7 van de 23 onderzoeken berekende men apoB/apoAI; in 3730 gevallen werd coronairlijden geconstateerd. Het berekende RR was 1,86 (95%-BI 1,55-2,22). Conclusie van de onderzoekers Het apolipoproteïne-gehalte is een goede voorspeller voor het ontwikkelen van coronairlijden. In deze analyse is geen rekening gehouden met confounders, zodat het resultaat wellicht sterker is dan als er correctie zou zijn toegepast. Bewijskracht: Meta-analyse van prognostisch onderzoek met heterogeniteit (2a).2

Martin van Markus en Arie Knuistingh Neven

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen