Nieuws

Baten van vitamine D niet in kannen en kruiken

Gepubliceerd
10 augustus 2010

De gegevens over de eventuele bijdrage van extra vitamine D aan de preventie van vallen en osteoporose zijn wisselend en meta-analyses op dit terrein spreken elkaar tegen. Degenen die veel heil verwachten van vitamine D en pleiten voor grootschalige verstrekking, kregen recentelijk een onverwachte tegenslag te verwerken. Australische onderzoekers publiceerden een randomized controlled trial waarin vrouwen van 70 jaar of ouder enkele jaren achtereen in de herfstmaanden in een keer 500.000 IU cholecaliferol dan wel placebo innamen, waarna het aantal valpartijen en fracturen nauwgezet werd bijgehouden. Geheel tegen de verwachtingen in registreerden de onderzoekers 15% (95%-BI 1,02-1,30) meer valpartijen en 26% (95%-BI 1,00-1,59; p = 0,047, dus nét significant) meer fracturen in de met vitamine D behandelde groep, terwijl de vitamine D-spiegels in deze groep wel volgens de verwachtingen toenamen. Opmerkelijk genoeg werd de grootste toename van valpartijen en fracturen gezien in de eerste maanden na de inname. Onderzoekers zagen eerder een toegenomen frequentie van botbreuken in een onderzoek waar eveneens gewerkt werd met een eenmalige hoge dosis (300.000 IU) vitamine D. De Australiërs menen dan ook dat de hoogte van de dosis wellicht de averechtse uitkomsten veroorzaakt. Enkele lagere doses verspreid over het jaar verdient mogelijk toch de voorkeur. Zou allemaal kunnen natuurlijk, ook al is het mechanisme voor omkering van het effect afhankelijk van de dosering geheel raadselachtig. De uitkomsten van dit onderzoek zouden ook op toeval kunnen berusten. Belangrijker lijkt evenwel de conclusie dat de reeds bestaande onduidelijkheid met de averechtse resultaten van dit onderzoek meer is toe- dan afgenomen. (Tjerk Wiersma)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen