Nieuws

Behandeling van whiplash

0 reacties
Gepubliceerd
10 april 2002

Achtergrond De incidentie van whiplash is hoog: in Nederland 2-3 per 1000. In de praktijk worden vele behandelingen toegepast. De effectiviteit van al deze behandelingen is onduidelijk. De Quebec Task Force classificeert whiplash associated disorders (WAD) in 5 groepen: WAD 0 (wel trauma, geen klachten), WAD I (nekklachten zonder afwijkingen bij lichamelijk onderzoek), WAD II (nekklachten en afwijkingen in het bewegingsapparaat (beperkte beweeglijkheid, gevoelige musculatuur), WAD III (nekklachten plus neurologische verschijnselen), WAD IV (nekklachten plus fractuur of dislocatie). Vraagstelling Wat is de effectiviteit van conservatieve behandelingen bij WAD I-en WAD II-patiënten met betrekking tot pijn, globale verbetering en deelname aan dagelijkse activiteiten? Methode Uitgebreide zoekactie in Medline, Embase, Cinahl, Psychlit en het Cochrane Controlled Trials Register tot juni 1998, aangevuld met zoeken in de literatuurlijsten van reeds gevonden artikelen. Publicaties werden geïncludeerd als het ging om een randomized clinical trial of controlled clinical trial bij whip-lashpatiënten waarbij een conservatieve behandeling werd toegepast en waarbij pijn, globale verbetering en deelname aan dagelijkse activiteiten uitkomstmaten waren. Alleen artikelen in het Engels, Duits, Frans en Nederlands werden ingesloten. Het selecteren van artikelen voor inclusie, data-extractie en beoordeling van de methodologische kwaliteit vond plaats door twee reviewers onafhankelijk van elkaar. Een onderzoek werd van acceptabele kwaliteit beschouwd als ten minste 50% van de maximale score gehaald werd. Resultaten Er werden elf artikelen gevonden die voldeden aan de insluitingscriteria. Toegepaste behandelingen waren: zachte halskraag, vroegtijdig mobiliseren, diverse fysiotechnische behandelingen, uitleg en voorlichting en combinaties van behandelingen. Slechts drie artikelen waren van acceptabele kwaliteit. Slechts één artikel ging over de behandeling van whiplashpatiënten in het chronische stadium. Twee van de trials met acceptabele kwaliteit onderzochten het effect van actievere behandelvormen, zoals het advies to act as usual en oefentherapie, versus passievere behandelvormen zoals rust, een zachte halskraag en TENS of ultrageluid. Na zes maanden waren de patiënten die activerend behandeld werden beter qua pijn en werkhervatting. De derde trial van acceptabele kwaliteit vergeleek een passieve behandelvorm (pulsed electromagnetic therapy) met een placebobehandeling: na vier weken waren patiënten uit de interventiegroep significant beter qua pijn en globale verbetering; na 12 weken was dat verschil verdwenen. Conclusie Actieve interventies zoals het advies de gewone activiteiten te handhaven, zijn mogelijk effectief bij de behandeling van whiplashpatiënten. Daarbij geldt dat ‘rust roest’. Er moet enige voorzichtigheid betracht worden bij deze uitspraak omdat het bewijs berust op slechts enkele trials van acceptabele kwaliteit. Tevens kunnen geen uitspraken gedaan worden over de behandeling in het chronische stadium.

Commentaar

Wat kan de huisarts met deze systematische review? Hoewel de sterkte van het bewijsmateriaal bepaald bescheiden is, kan en moet er toch wel wat over gezegd worden. Het is immers zowel voor een patiënt als voor de huisarts onmogelijk om niets te doen. Het verhaal aan het eind van het consult zal toch minimaal in moeten gaan op het dilemma rust of actie. Het bewijsmateriaal wijst voorlopig in de volgende richting: allereerst is er geen plaats meer voor allerlei passieve behandelvormen zoals de zachte halskraag en instrumentele fysiotherapie. Vervolgens is het rationeel om een actieve benadering te kiezen: oefenen en het advies de gewone activiteiten zoveel mogelijk vol te houden. Dat is – naast uitleg – de state of the art van de behandeling van WAD I en II in de acute fase. Over de behandeling van whiplash in de chronische fase kunnen aan de hand van deze systematische review geen adviezen gegeven worden. Mogelijk zal toekomstig onderzoek wijzen op de overeenkomsten van ‘chronische whiplash’ met andere functionele syndromen zoals IBS, chronische moeheid en chronische lagerugpijn. Het lijkt waarschijnlijk dat cognitieve gedragstherapie in de behandeling van deze syndromen een belangrijke plaats zal gaan innemen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen