Nieuws

Behoeften

0 reacties
Gepubliceerd
10 juni 2002

Martin Winckler beschrijft in De ziekte van Sachs het leven van de huisarts Bruno Sachs en zijn patiënten. De prachtige verhalen worden telkens uit het perspectief van de patiënt, assistente, overbuurvrouw, geliefde, moeder of – zoals hier – door de specialist verteld. Een mooi voorbeeld van transmurale verwarring over de behoeften van patiënten. Sachs luistert met grote mildheid naar zijn patiënten; techniek, die heeft hij weinig nodig.

‘Ik hoor de klink van de binnendeur. De tussendeur gaat open. Je (Sachs) komt naar buiten en werpt een verbaasde blik op mij, ik sta op, ik loop voor je langs. Je wijst naar twee met zwarte stof beklede stoelen en zegt me plaats te nemen. Ik ga zitten, ik sla mijn benen over elkaar. Jij gaat op jouw beurt zitten. “Wat kan ik voor u doen?” “Ik heb u vanmorgen opgebeld, ik ben dokter Geneviève Nourissier, ik ga met dokter Bazin in Tourmens samenwerken in zijn flebo-angiologische praktijk.” “Zo? Heeft hij het zo druk?” “Eh, ja, er is geen gebrek aan werk, zijn praktijk heeft het laatste anderhalf jaar een heel hoge vlucht genomen. Ik heb hem verscheidene malen vervangen en nu heeft hij mij voorgesteld zijn associé te worden.” Ik kijk je aan. Met je elleboog steunend op de rand van het geschilderd houten blad dat als bureau dienstdoet en voorovergebogen, bijna met een kromme rug en lichtelijk verveeld, luister je naar me. “Ja?” “Nu… Binnenkort krijgen we een heel nieuw colorimetrisch dopplerflowmeetapparaat…” Je glimlacht. Je buigt je hoofd naar één kant. Je wrijft over je kin, door je ogen, zet je bril af, leunt achterover in je stoel en vraagt: “En waarover wilde u mij spreken?” “Nu, om te beginnen wilde ik kennismaken. Verder wilde ik weten welke uw behoeften zijn op het gebied van hart- en vaatziekten.” “Mijn behoeften?” Je trekt je wenkbrauwen op, legt je bril op het geschilderd houten bureaublad. Je buigt je naar de vloer, trekt een broekspijp op, beklopt je kuit, gaat weer rechtop zitten en haalt met een weifelende uitdrukking op je gezicht je schouders op. “Ha, ha,” zeg ik, alsof ik de grap weet te waarderen, “ik bedoelde de behoeften van uw patiënten.” “Mijn patiënten? Die doen hun behoefte thuis, weet u… Pas daarna komen ze naar mijn spreekuur…” Ik sta versteld. Je vouwt je handen en kijkt me zwijgend aan. Ik vraag me af of je me in de maling neemt.’

Reacties

Er zijn nog geen reacties