Wetenschap

Beschikbaarheid voor palliatieve zorg tijdens ANW-uren

8 reacties
Gepubliceerd
14 december 2018
Continuïteit in de zorg voor palliatieve patiënten verhoogt de kwaliteit van de zorg. Tijdens avond-, nacht- en weekenduren (ANW-uren) verricht de huisartsenpost of de eigen huisarts de palliatieve zorg.

Samenvatting

Inleiding Continuïteit in de zorg voor palliatieve patiënten verhoogt de kwaliteit van de zorg. Tijdens avond-, nacht- en weekenduren (ANW-uren) verricht de huisartsenpost of de eigen huisarts de palliatieve zorg. Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van Nederlandse huisartsen voor palliatieve zorg voor de eigen patiënt tijdens ANW-uren.

Methode Observationeel dwarsdoorsnedeonderzoek met behulp van een digitale vragenlijst onder alle praktijkhoudende huisartsen van tien huisartsenposten verspreid over Nederland.

Resultaten De onderzoekers kregen 524 (29,6%) bruikbare vragenlijsten terug. Van de huisartsen is 60,8% tijdens ANW-uren via de eigen privételefoon persoonlijk beschikbaar voor eigen patiënten (telefonisch en voor visites). Acht procent draagt de zorg over aan een collega uit dezelfde huisartsenpraktijk en een klein deel van de huisartsen (12,2%) delegeert de palliatieve zorg volledig aan de huisartsenpost. Mannelijke huisartsen, huisartsen die meer dagen per week werken en huisartsen op het platteland zijn significant vaker persoonlijk beschikbaar voor hun palliatieve patiënten. Er is geen relatie met leeftijd, werkervaring en soort praktijk.

Conclusie Bijna tweederde van de huisartsen is tijdens ANW-uren persoonlijk beschikbaar voor de eigen palliatieve patiënten en slechts een klein deel van de huisartsen delegeert de zorg voor deze groep volledig aan de huisartsenpost. Aangezien de concentratie van zorg voor palliatieve patiënten in de terminale fase fors toeneemt, pleiten de auteurs voor een zo groot mogelijke bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsen in deze fase.

Zorg tijdens ANW-uren
Bijna tweederde van de huisartsen is tijdens ANW-uren persoonlijk beschikbaar voor de eigen palliatieve patiënten.
© Hollandse Hoogte

Wat is bekend?

  • Continuïteit van zorg in persoon is belangrijk voor de kwaliteit van de palliatieve zorg.

  • Palliatieve zorg tijdens ANW-uren wordt bij voorkeur door de eigen huisarts van de patiënt geleverd.

  • Er zijn steeds meer parttimers en vrouwelijke huisartsen in Nederland.

Wat is nieuw?

  • Tweederde van de huisartsen is persoonlijk bereikbaar en beschikbaar voor palliatieve zorg tijdens ANW-uren.

  • Er zijn daarnaast verschillende tussenvormen: 33% van de huisartsen is beschikbaar om visite te rijden op verzoek van de huisartsenpost (HAP), 27% is alleen telefonisch bereikbaar voor consultatie door de HAP en 8% draagt de zorg over aan een collega uit dezelfde huisartsenpraktijk.

  • Slechts een klein deel van de huisartsen (12%) draagt de palliatieve zorg volledig over aan de HAP.

  • Mannelijke huisartsen, huisartsen die meer dagen per week werken en huisartsen uit praktijken op het platteland zijn significant vaker persoonlijk beschikbaar voor hun palliatieve patiënten.

  • Bijna alle huisartsen beschouwen palliatieve zorg als een mooi onderdeel van hun vak en zijn ook van mening dat een grotere beschikbaarheid tijdens de ANW-uren de kwaliteit van zorg vergroot.

Inleiding

Persoonlijke continuïteit van de zorg door de eigen huisarts is belangrijk voor de kwaliteit van de palliatieve zorg. Zowel patiënten als huisartsen willen het liefst dat huisartsen hun eigen palliatieve patiënten niet alleen overdag, maar ook tijdens de avond-, nacht- en weekenduren (ANW-uren) behandelen.1234 Het NHG-Standpunt Palliatieve zorg raadt huisartsen daarom aan zelf tijdens de ANW-uren zoveel mogelijk bereikbaar en beschikbaar te zijn voor de eigen patiënten.4 Naast de persoonlijke continuïteit is ook de continuïteit in informatie belangrijk. Als de eigen huisarts niet persoonlijk beschikbaar is tijdens de ANW-uren, dienen de dienstdoende huisartsen van de huisartsenposten (HAP’en) wel goed geïnformeerd te zijn over de patiënt, zodat ze eenzelfde lijn in de behandeling kunnen handhaven. Helaas ontbreekt geregeld goede informatieoverdracht.5

Eerdere onderzoeken hebben aangetoond dat 75 tot 86% van de Nederlandse huisartsen buiten kantoortijden persoonlijk beschikbaar is voor terminale zorg.67 Met het toenemen van het aantal vrouwelijke en parttime werkende huisartsen en huisartsen die niet in hun praktijkgebied wonen, bestaat de vrees dat de beschikbaarheid van de huisarts afneemt en de persoonlijke continuïteit van de zorg in het gedrang komt.4578

De onderzoekers bekeken in welke mate Nederlandse huisartsen bereikbaar en beschikbaar zijn voor het leveren van palliatieve zorg tijdens de ANW-uren en of er een relatie is met achtergrondkenmerken van de huisarts en de praktijk.

Methode

De onderzoekers verrichtten een dwarsdoorsnedeonderzoek onder 1772 praktijkhoudende huisartsen, die zijn aangesloten bij tien huisartsendienstenstructuren verspreid over Nederland. Met behulp van een online vragenlijst hebben zij gegevens verzameld over de bereikbaarheid en beschikbaarheid, en achtergrondkenmerken van de huisartsen. Om te onderzoeken of deze achtergrondkenmerken verband hielden met de persoonlijke beschikbaarheid van huisartsen, voerden zij een multiple regressieanalyse uit. Zij hebben ook de attitude van huisartsen geëxploreerd tegenover het verlenen van palliatieve zorg tijdens ANW-uren. De vragenlijst bestond vooral uit gesloten vragen met vaste antwoordcategorieën (nooit/soms/regelmatig/vaak/altijd). De verzamelde gegevens werden geanalyseerd met SPSS versie 22.

Resultaten

Van de 1772 huisartsen hebben er 524 (29,6%) een volledig ingevulde vragenlijst teruggestuurd. [Tabel1] geeft de kenmerken van de respondenten weer.

Beschikbaarheid

De meerderheid (60,8%) van de huisartsen geeft aan tijdens de ANW-uren persoonlijk bereikbaar en beschikbaar te zijn voor vragen van palliatieve patiënten en stelt uit zichzelf voor visites af te leggen [tabel2]. Acht procent draagt de zorg over aan een collega uit dezelfde praktijk en ongeveer 12% delegeert de zorg volledig aan de HAP. Vrouwen, huisartsen die parttime werken en huisartsen werkzaam in de stad of op het verstedelijkt platteland zijn significant minder persoonlijk beschikbaar (telefonisch en voor visites) (p < 0,01). Er is geen relatie met leeftijd, werkervaring en soort praktijk.

Houding van huisartsen

Vrijwel alle deelnemende huisartsen (94,0%) beschouwen palliatieve zorg als een mooi onderdeel van het vak en 86,7% geeft aan dat de eigen beschikbaarheid toeneemt naarmate het ziekbed vordert. Een groot deel van de huisartsen geeft daarnaast aan dat een grotere beschikbaarheid samengaat met een verhoogde kwaliteit van zorg (76,6%) en dat de eigen huisarts verantwoordelijk is voor de palliatieve zorg (61,7%).

 

Beschouwing

Voornaamste resultaten en vergelijking met eerder onderzoek

Tweederde van de huisartsen is tijdens ANW-uren persoonlijk bereikbaar en beschikbaar voor palliatieve zorg en slechts een klein deel (12%) delegeert de palliatieve zorg volledig aan de HAP. Huisartsen vinden dat een grotere beschikbaarheid zorgt voor een grotere continuïteit van zorg in persoon en in informatie, en daarmee tot een hogere kwaliteit van zorg leidt. Verder bleek dat parttime werkende huisartsen en vrouwelijke huisartsen minder vaak beschikbaar zijn. De vrees bestaat dat een relatieve toename van deze groepen in de toekomst leidt tot minder beschikbaarheid van huisartsen voor palliatieve zorg tijdens ANW-uren.7

In 2008 bleek dat 75% van de Nederlandse huisartsen persoonlijk beschikbaar was voor hun eigen terminale patiënten, van wie 65% rechtstreeks op hun eigen mobiele telefoon en 45% (ook) door de huisartsenpost.6 Uit een ander onderzoek bleek dat 86% van de huisartsen bereid was zorg te verlenen voor hun eigen terminale patiënten.7 Net als in dit onderzoek vonden deze onderzoekers een grotere beschikbaarheid bij mannelijke huisartsen en huisartsen die op het platteland werken, en geen verschillen in beschikbaarheid met betrekking tot de leeftijd of werkervaring van de huisarts.

Sterke punten en beperkingen

Een groot aantal huisartsen (524) verspreid over tien regio’s in het land heeft een vragenlijst ingevuld. Het responspercentage was met 30% echter matig. De onderzoekers konden geen non-responsanalyse doen, maar het profiel van de deelnemende huisartsen en hun praktijken kwam wel overeen met Nederlandse peilgegevens.8 Toch zou er sprake kunnen zijn van selectiebias: onder de respondenten zouden huisartsen met interesse in de palliatieve zorg oververtegenwoordigd kunnen zijn. Een andere mogelijke beperking is dat deelnemende huisartsen sociaal wenselijke antwoorden gegeven kunnen hebben.

Tweederde van de huisartsen is tijdens ANW-uren persoonlijk bereikbaar en beschikbaar voor palliatieve zorg

Implicaties voor de praktijk en onderzoek

Omdat de concentratie van zorg voor palliatieve patiënten in de terminale fase fors toeneemt, pleiten de auteurs ervoor dat huisartsen een zo groot mogelijke bereikbaarheid en beschikbaarheid hebben in de terminale fase van de patiënt. Daarvóór kunnen deze gerust minder zijn, zonder fors in te boeten op de kwaliteit van zorg, mits de informatievoorziening of medische overdracht van de patiënt goed is geregeld.5 De auteurs willen hier graag nog benadrukken dat, wanneer de eigen huisarts niet beschikbaar is, een collega uit dezelfde praktijk de voorkeur geniet als vervanger, conform het NHG-Standpunt.4

Voor de dagelijkse praktijk zou het interessant zijn om te weten welke factoren de beschikbaarheid van huisartsen belemmeren of juist stimuleren. De auteurs zijn vooral benieuwd naar deze factoren bij vrouwelijke en parttime werkende huisartsen. Verder adviseren zij de bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsen periodiek te meten en te publiceren om trends te achterhalen en daarop te kunnen inspelen.

Conclusie

De meerderheid van de huisartsen is tijdens ANW-uren bereikbaar en beschikbaar voor het leveren van palliatieve zorg en slechts een klein deel van de huisartsen delegeert de zorg voor deze groep volledig aan de HAP. De auteurs pleiten ervoor dat huisartsen vooral in de terminale fase zoveel mogelijk bereikbaar en beschikbaar zijn.

Tabel 1: Kenmerken van de respondenten
    % (n)
Geslacht Vrouw 50,3 (261)
Locatie van de praktijk Stad 43,3 (227)
  Verstedelijkt platteland 41,2 (216)
  Platteland 15,5 ( 81)
Type praktijk Solo 16,4 ( 86)
  Duo 25,8 (135)
  Groepspraktijk 57,8 (303)
    Gemiddelde (sd)
Leeftijd (in jaren)   49,5 (9,1)
Aantal jaren werkervaring als huisarts   18,1 (9,4)
Aantal dagen werkzaam per week    4,0 (0,8)
Tabel 2: Beschikbaarheid van huisartsen voor palliatieve patiënten tijdens de ANW-uren
  Nooit/soms % (n) Regelmatig % (n) Vaak/altijd % (n)
Persoonlijk bereikbaar per telefoon en beschikbaar voor visites 23,2 (123) 16,0 (85) 60,8 (322)
Visites op eigen initiatief 22,1  [71) 23,1 (74) 54,8 (176)
Persoonlijk beschikbaar voor visites op verzoek van de HAP 50,9 (269) 16,1 (85) 33,0 (174)
Persoonlijk bereikbaar voor consultatie vanuit de HAP 60,6 (319) 12,5 (66) 26,8 (141)
Zorg volledig overgedragen aan de HAP 78,7 (414)  9,1 (48) 12,2  [64)
Zorg gedelegeerd aan een collega uit dezelfde praktijk 86,1 (454)  5,9 (31)  8,0  [42)
Plat FM, Peters YAS, Smits M, Giesen PHJ. Beschikbaarheid voor palliatieve zorg tijdens ANW-uren. Huisarts Wet 2018;61:DOI:10.1007/s12445-018-0350-6.
Mogelijke belangenverstrengeling: dit onderzoek is tot stand gekomen met een subsidie van ZonMw.
Dit artikel is een bewerkte vertaling van: Plat FM, Peters YAS, Smits M, Giesen PHJ. Availability of Dutch general practitioners for after-hours palliative care. J Palliat Care 2018;33:182-6. Publicatie gebeurt met toestemming.

Literatuur

Reacties (8)

Nelleke van Eijsden 9 januari 2019

Ik wil me graag aansluiten bij mijn collega's als het gaat over de cartoon. Deze cartoon is verwoordt het commentaar van de (bijna) gepensioneerde generatie mannelijke collega's,die vrouwen niet geschikt vonden voor het artsenvak. De foto op de voorkant laat veel beter zien wat het dilemma is van de huisarts die 24/7 beschikbaar is voor haar terminale patienten. Daarnaast ben ik behoorlijk verbijsterd over de conclusie van het artikel. De auteurs signaleren dat er de komende tijd alleen maar meer terminale patienten zullen komen en dat het derhalve belangrijk is dat meer huisartsen 24/7 beschikbaar zijn voor hun patienten. Maar dat de huisartsen (fulltimers, parttimers, mannen, vrouwen) anderzijds dreigen te bezwijken onder de toegenomen zwaarte van hun takenpakket en hun diensten, lijkt niet tot de auteurs te zijn doorgedrongen. 

Petra Blommendaal 23 december 2018

Uit eerder eigen onderzoek op de HAP Utrecht West naar beschikbaarheid van huisartsen voor palliatieve zorg buiten kantoortijden bleek een forse diskrepantie tussen wat huisartsen in een enquete zeggen te doen en de ervaren werkelijkheid. Het lijkt erop dat in dergelijke vragenlijsten huisartsen neigen tot sociaal wenselijke antwoorden. Het lage aantal respondenten leidt tot nog meer vraagtekens bij de betrouwbaarheid van dit onderzoek. Ik deel het gevoel van Wietske Jacobs over de smakeloze cartoon. 

Petra Blommendaal, kaderhuisarts palliatieve zorg. 

Susan Umans 7 januari 2019

Geachte collega Blommendaal,

Bedankt voor uw reactie.
Wij denken eveneens dat er sprake kan zijn van sociaal wenselijke antwoorden (zie alinea Sterke punten en beperkingen). Tevens benoemen wij daar het lage responspercentage als beperking van het onderzoek. Beide kunnen de betrouwbaarheid en de validiteit negatief beïnvloeden. Een grotere groep huisartsen werd echter niet eerder ondervraagd (n = 524 in onze studie; Giesen et al, 2008: n = 329; Hoexum et al, 2011: n = 327).

Namens de auteurs, Erik Plat

Wietske Jacobs 19 december 2018

Ik ben erg nieuwsgierig naar de hoeveelheid fulltime werkende vrouwelijke huisartsen die deelnamen aan het onderzoek? Of er daadwerkelijk een negatief verband tussen beschikbaarheid tijdens ANW en het vrouwelijk geslacht bestaat? Of dat na correctie voor parttime werken het vrouwelijk geslacht niets te maken blijkt te hebben met de beschikbaarheid zoals in eerder onderzoek (referentie 7) ook werd aangetoond.

De cartoon vind ik ongepast en veel te veroordelend (mogelijk ook nog onwaarachtig als mijn bovenste idee inderdaad juist is). 

Overigens lijkt mij de discussie over hoe we de bereikbaarheid voor palliatieve zorg in het steeds drukkere huisartsbestaan moeten gaan inrichten in de toekomst mij zeer relevant. 

Groet,

WM Jacobs, voltijds werkende praktijkhoudende vrouwelijke huisarts

 

 

 

Annet Sollie 4 januari 2019

Beste mevrouw Jacobs

Dank voor het commentaar op de cartoon.

H&W kiest vanaf 2018 voor het plaatsen van een cartoon bij een artikel in H&W om de boodschap te verluchtigen en het artikel extra aandacht te geven. Over smaak valt te twisten.

De redactie van H&W

Susan Umans 7 januari 2019

Geachte collega Jacobs,

Bedankt voor uw reactie.

Wij verrichten een ordinale meervoudige regressieanalyse, waarbij alle kenmerken tegelijkertijd in het model werden opgenomen, zodat  de invloed van ieder kenmerk gecorrigeerd werd voor de andere kenmerken. Er bleek dus, na correctie voor parttime werken, dat vrouwelijke huisartsen significant minder vaak beschikbaar waren voor palliatieve patiënten in ANW-uren.

Wij delen verder uw mening dat de bereikbaarheid van huisartsen voor palliatieve zorg in ANW-uren een punt van discussie moet blijven, zeker gezien de toenemende belasting van huisartsen. Dit is ook een belangrijke reden geweest tot het publiceren van deze data.

De cartoon is geplaatst door de redactie, zie hun reactie.

Namens de auteurs, Erik Plat

Jan Huizinga 18 december 2018

Kan het zijn dat de onderzoekers sociaal wenselijk gedrag onder huisartsen hebben gemeten, zoals ze zelf ook al aangeven? Zijn die huisartsen ook werkelijk bereikbaar?
Is de zorg geleverd door huisartsen die alles goed voorbereid, anticipeert, een goede overdracht naar de HDS/Thuiszorg Patient en mantelzorg kwalitatief minder goed?

Zijn de conclusies onder wat is nieuw wel zo sterk als ze lijken?

 

M vr gr Jan Huizinga

www.huisartsvandaag.nl

Susan Umans 7 januari 2019

Geachte collega Huizinga,

Bedankt voor uw reactie.

Wij denken eveneens dat er sprake kan zijn van sociaal wenselijke antwoorden (zie alinea Sterke punten en beperkingen), hetgeen de betrouwbaarheid en validiteit van onze studie negatief kan beïnvloeden. Des te belangrijk dit onderwerp onder de aandacht te blijven brengen in de toekomst.

In ons rapport (https://www.zonmw.nl/fileadmin/zonmw/documenten/Thema_Palliatieve_Zorg/Eindrapport_Palliatieve_Zorg_IQhealthcare_201217.pdf) kunt u tevens lezen (hoofdstuk 2 en 3) dat het naleven van afspraken betreffende de informatieoverdracht op huisartsenposten te wensen over laat. Hierdoor ontbreekt regelmatig het aanwezig zijn van een proactieve zorgplanning, waar u terecht de aandacht op vestigt!

Nog niet eerder werd zo’n grote groep (praktijkhoudende) huisartsen ondervraagd op dit vlak. Zie ook de reactie van collega Blommendaal.

Namens de auteurs, Erik Plat