Praktijk

Bij de LESA Ondervoeding

Gepubliceerd
6 juli 2010

Ondervoed

Er is sprake van ondervoeding bij 5% onbedoeld gewichtsverlies in de laatste maand, 10% onbedoeld gewichtsverlies in het laatste halfjaar, bij een BMI &lt 20 bij ouderen (> 65jaar) of bij een BMI &lt 18,5 bij volwassenen (

Samenwerking

Verpleegkundigen in de thuiszorg en verzorgingshuizen letten op de voedingstoestand van de patiënt en screenen indien nodig op (risico op) ondervoeding. Bij ondervoeding verwijst de verpleegkundige naar de huisarts of naar de diëtist, afhankelijk van de lokale situatie. In 2011 wordt de directe toegang tot de diëtist ingevoerd. Bij ondervoeding verwijst de huisarts naar de diëtist, ook als hij de patiënt voor nader onderzoek naar een specialist verwijst. De diëtist kan dan alvast met voedingsbehandeling beginnen: hij stelt de voedingsbehoefte van de patiënt vast en maakt een individueel voedingsbehandelplan. Patiënten met ondervoeding moeten zo snel mogelijk worden behandeld. Als er sprake is van risico op ondervoeding geeft de diëtist informatie over frequente eetmomenten en energie- en eiwitverrijkte voeding of tussenmaaltijden. Naast het geven van een voedingsadvies benadrukt hij het belang van lichaamsbeweging. Het is een hele kunst de patiënt (weer) te motiveren tot betere voeding. Dat vraagt om voorlichting, zie daarvoor de NHG-Patiëntenbrief Ondervoeding (www.nhg.org). De website van de Stuurgroep Ondervoeding (www.stuurgroepondervoeding.nl) geeft aanvullende informatie. De taak van de huisarts is de patiënt te motiveren tot betere voeding, te verwijzen naar een diëtist bij ondervoeding, te overleggen met een verpleegkundige of diëtist als de voedingsbehandeling stagneert of moet worden gewijzigd en eventueel het voorschrijven van dieet- of sondevoeding. Deze worden vergoed door de zorgverzekeraars mits (risico op) ondervoeding is vastgesteld met een valide screeningsinstrument. Verpleegkundigen gebruiken alleen gevalideerde screeningsinstrumenten (zoals de vragenlijst MUST, SNAQrc of SNAQ65+) en begeleiden de patiënten bij de uitvoering van het voedingsadvies. In de LESA staat een handig keuzehulpmiddel over verwijzing en consultatie om de samenwerking te vergemakkelijken. Daarnaast biedt de LESA een checklist van afspraken met verpleegkundigen en diëtisten. Het Expertisecentrum Voeding heeft een handig stappenplan voor de wijkverpleegkundige gemaakt waarin gemakkelijk is te zien welke patiënten rechtstreeks naar de diëtist verwezen kunnen worden na overleg met de huisarts.

Proeftuinen

De Stuurgroep Ondervoeding is begonnen met een aantal regionale proeftuinen waarin de gezamenlijke aanpak van (risico op) ondervoeding wordt getest. – In de regio Eindhoven screenen thuiszorgverpleegkundigen (met de SNAQ65+) in eerste instantie de 65-plussers die zorgbehandeling hebben of krijgen op mogelijke ondervoeding. Zij geven dit door aan de huisarts die aanvullende diagnostiek in gang zet en verwijst naar de diëtist. Op termijn hoopt men ook andere leeftijdsgroepen te benaderen. – In de regio De Rijp werkt een diëtist samen met een huisartsenduopraktijk waarbij herkenning en behandeling van ondervoeding worden gekoppeld aan keten-dbc’s, zoals COPD en CVRM. Een fysiotherapeut doet een initiële krachtmeting en let op spierversterking. – In de regio West-Friesland werken vijf à zes huisartsenpraktijken samen met diëtisten. De POH screent ouderen op (risico op) ondervoeding. Het gaat om enkele grotere plaatsen, waar ook allochtonen tot de doelgroep behoren, en verschillende kleine plaatsen. De huisarts zet het vervolgbeleid in gang.

In H&W is ruimte gereserveerd voor de implementatie van onderwerpen die elders in het nummer worden besproken. Louwrens Boomsma en Paul Mensink vatten de NHG-inbreng samen (l.boomsma@nhg.org).

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen