Praktijk

Bij de NHG-Standaard Ulcus cruris venosum

Gepubliceerd
8 juni 2010

Samenvatting

De NHG-Standaard Ulcus cruris venosum bespreekt uitgebreid de nieuwe verbandmaterialen. De meerwaarde van deze materialen ten opzichte van het oude Engels pluksel is strikt genomen niet bewezen, maar het gebruiksgemak is groot. Een tweede pijler bij de behandeling van het ulcus cruris venosum is de compressietherapie (zie het Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk). In het najaar verschijnt een internet-PIN die uitgebreid aandacht besteedt aan de wondmaterialen en zwachteltechnieken. Nu alvast een voorproefje.

De korterekzwachtelmethode

Bij de korterekzwachtelmethode wordt een niet-elastisch compressieverband aangelegd. Het verbeteren van de veneuze bloedstroom bevordert de wondgenezing. Daarom moet het verband de grootste druk ontwikkelen aan de voet vanaf de tenenrij, waarna de druk proximaalwaarts tot aan de knie gelijkmatig moet afnemen. Vul eventueel enkelholtes, wreefcoulissen en pretibiale coulissen op met hydrofiele watten (bijvoorbeeld met Artifoam®, Artiflex®, Pretape® of S-Y-watten®) om de druk gelijkmatig te verdelen. Fixeer de watten eventueel met een elastische fixatiezwachtel van 6 cm breed en leg hierna het eigenlijke compressieverband aan. Aandachtspunten zijn:

  • Houd tijdens het zwachtelen de voet in een hoek van 90o ten opzichte van het onderbeen.
  • Leg de zwachtel glad en zonder kreukels aan om drukplekken te voorkomen.
Neem per been 2 korterekzwachtels met een breedte van 10 cm (bijvoorbeeld Compridur®, Comprilan®, Elastoplast®, Elkobinde®). Gebruik geen fixatiekrammetjes maar hechtpleisters.
  • De eerste zwachtel begint onmiddellijk proximaal van de tenenrij. Draai de zwachtel rondom de voet, hiel en enkels stevig naar boven; houd hierbij de voet in dorsaalflexie. De laatste winding eindigt vlak onder de knie (zie figuur 1 tekening 1 t/m 6).
  • De tweede zwachtel draait u onder voortdurende druk in tegengestelde richting; begin met een slag om de voet en ga verder over het onderbeen. De zwachtel eindigt vlak onder de knie (zie figuur 1 tekening 7 t/m 9).
  • Plak om verschuiving tegen te gaan een lange hechtpleister aan de mediale en laterale zijde van het verband (zie figuur 1 tekening 9). Controleer de kleur van de tenen.

Verwissel voor een goede compressie het verband aanvankelijk tweemaal per week tot het oedeem voldoende is afgenomen. Daarna kan het verwisselen eenmaal per week gebeuren. Een korterekverband blijft dag en nacht zitten. (Zwachtels met lange rek moeten ’s nachts worden verwijderd vanwege de grote druk tijdens rust; korterekzwachtels geven juist een grotere druk bij beweging.)

De vierlaagszwachteltechniek

Het vierlaagsverband is geïndiceerd bij patiënten bij wie de korterekzwachtel niet goed blijft zitten en bij niet-mobiele patiënten. Spierpompwerking is hierbij niet nodig. Bedenk wel dat deze methode veel duurder is en minder effectief bij mobiele patiënten. Het vierlaagsverband bestaat uit een polsterverband, een fixeerzwachtel van katoenen crêpe, een elastische zwachtel en een elastische, zelfklevende zwachtel (bijvoorbeeld Profore®).

  • Zwachtel 1: polsterverband. Geef geen druk; leg met spiraaltechniek aan vanaf de tenen tot aan de knie met 50% overlap; bedek benige uitsteeksels (zie figuur 2 tekening 1).
  • Zwachtel 2: fixeerverband. Geef geen druk; leg met spiraaltechniek aan met 50% overlap. Zwachtel deze laag in dezelfde richting als de eerste (zie figuur 2 tekening 2).
  • Zwachtel 3: licht drukverband. Breng in achtvorm aan vanaf de tenen tot aan de knie onder 50% rek, 50% overlap (zie figuur 2 tekening 3).
  • Zwachtel 4: zelfklevend elastisch verband. Zwachtel deze laag circulair onder 50% rek, 50% overlap in dezelfde richting als de eerste twee lagen (zie figuur 2 tekening 4). De kleeflaag stevig aandrukken.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen