Nieuws

Biologicals bij chronische rinosinusitis

Gepubliceerd
11 mei 2020
Veel Nederlanders hebben last van chronische rinitis of rinosinusitis: de prevalentie bedraagt 49 per 1000 patiënten (allergisch én niet-allergisch). Een aanzienlijk deel van hen bezoekt de huisarts vanwege de hinderlijke klachten. In een recente cochranereview bekeken onderzoekers de waarde van biologicals bij ernstige chronische rinosinusitis.
0 reacties

De auteurs includeerden 8 RCT’s met 986 volwassenen met ernstige chronische rinosinusitis en poliepen, ondanks gebruik van intranasale corticosteroïden; 43 tot 100% van hen had tevens astma. In alle onderzoeken werden biologicals met placebo vergeleken op symptoomscore (VAS 0 tot 10), risico op operatief ingrijpen, uitgebreidheid van ziekte (CT-score 0 tot 24 of endoscopische poliepscore 0 tot 8, hoger = slechter) en bijwerkingen. Drie RCT’s onderzochten dupilumab (anti-IL-4-receptor), twee RCT’s mepolizumab (anti-IL-5) en drie kleine RCT’s (totale n = 65) omalizumab (anti-IgE). 

De symptoomscores waren klinisch relevant lager bij dupilumab en mepolizumab, respectievelijk 3 (95%-BI 2,53 tot 3,47) en 2 punten (95%-BI 0,41 tot 3,65). Dat gold ook voor het risico op chirurgisch ingrijpen: RR 0,17 (95%-BI 0,05 tot 0,52) en RR 0,78 (95%-BI 0,64 tot 0,94). De uitgebreidheid van ziekte verbeterde bij dupilumab klinisch relevant met een 7 punten lagere CT-score (95%-BI 4,39 tot 9,61) en dubieus relevant bij mepolizumab met 1,23 punten lagere endoscopiescore (95%-BI 0,68 tot 1,79). Het risico op ernstige bijwerkingen was mogelijk lager in de dupilumabgroep (RR 0,17; 95%-BI 0,05 tot 0,52) en onduidelijk in de mepolizumabgroep (RR 1,57; 95%-BI 0,07 tot 35,46); milde bijwerkingen zoals nasofaryngitis kwamen even vaak voor. Het effect van omalizumab was onduidelijk door de kleine patiëntenaantallen. De langetermijnveiligheid werd niet onderzocht.

Deze cochranereview toont de effectiviteit van dupilumab aan en, in mindere mate, van mepolizumab voor ernstige chronische rinosinusitis bovenop reguliere behandeling met intranasale corticosteroïden. De NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis beveelt intranasale corticosteroïden aan bij patiënten met allergische rinosinusitis, en azelastineneusspray bij idiopathische rhinosinusitis (tweede keus: intranasaal corticosteroïd). Bij onvoldoende effect van deze middelen volgt verwijzing; mogelijk is er in de tweede lijn een effectieve medicamenteuze behandeloptie bij gekomen.

Lees meer over het onderzoek Biologics for chronic rhinosinusitis (Review)

Literatuur

  • Chong LY, et al. Biologics for chronic rhinosinusitis (Review). Cochrane Database Syst Rev 2020;2:CD013513.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen