Praktijk

Bloedneus

0 reacties
Gepubliceerd
2 februari 2011

Wat is het probleem?

Bloedneuzen komen geregeld voor, met name anterieure bloedingen, en zijn meestal goed te behandelen (neus dichtknijpen of tamponneren). Als de behandeling niet goed helpt gaat het vaak om een posterieure bloeding. In de praktijk is het soms lastig het beleid te bepalen en uit te voeren.

Wat moet ik weten?

Ongeveer 60% van de mensen heeft weleens een bloedneus. Bloedneuzen komen het meest voor bij kinderen onder de 10 jaar en bij volwassenen boven de 50 jaar. Ze gaan meestal vanzelf over, maar hebben soms medische zorg nodig. Een anterieure bloeding zit in de locus van Kiesselbach, het goed doorbloede nasale septum vol arteriële anastomoses dat bij inspectie van de neus goed is te zien. Posterieure bloedingen daarentegen zijn niet goed zichtbaar. Het gaat hier om grotere vaten achter in de neus die heftige massale neusbloedingen kunnen geven.

Wat moet ik doen?

Geef zelfhulpadviezen als de patiënt belt voor een bloedneus. Laat hem met het hoofd iets voorover plaatsnemen boven de wasbak en vervolgens de neusgaten krachtig één voor één snuiten. Hij moet het kraakbenige deel van de neus tussen duim en wijsvinger dichtknijpen tegen het septum en dan vijf tot tien minuten wachten, de bloeding is dan vaak gestopt. Vraag naar hevigheid, duur en frequentie van de neusbloeding. Vraag ook naar rhinitis, neuspeuteren en gebruik van neusspray: deze kunnen een veneuze bloeding geven in de locus van Kiesselbach. Ga na of de patiënt hypertensie heeft en of hij medicatie gebruikt. Bij ouderen kunnen arteriële bloedingen achter in de neus ontstaan. Vraag dan zeker naar gebruik van anticoagulantia. Als het zelfzorgadvies niet werkt, kunt u de bloeding na inspectie aanstippen of tamponneren. Doe de patiënt losjes een mondkapje voor tegen het spugen van bloed. Doe zelf een witte jas en handschoenen aan. Voer de inspectie van neusbodem en cavum nasis uit met een neusspeculum (voorhoofdslamp) of otoscoop (voordeel: de directe lichtbron en het vergrootglas). Duw de neuspunt omhoog en breng het speculum horizontaal in; vermijd het septum aan te raken, dit is pijnlijk. Houd bij het verwijderen het speculum gespreid om trekken aan neusharen te voorkomen. Stip de bloeding aan met een bajonetpincet en een dot watten die is bevochtigd met druppels lidocaïne 1% (en/of adrenaline 1%) en xylomethazoline 0,1%. Breng deze in zonder dat de punten van het pincet het slijmvlies raken en laat dit drie tot vijf minuten zitten. Herhaal de procedure zo nodig. Stip een bloedingsplekje op het septum nasi aan met een zilvernitraat-stick of met trichloorazijnzuur 20%. Tamponneren is nodig als een bloeding niet kan worden gestelpt. Dit komt vaak voor bij posterieure bloedingen bij oudere patiënten die antistollingsmedicatie gebruiken. Deze patiënten hebben zelf onvoldoende stolling, dus het is belangrijk de bloeding zo goed mogelijk af te drukken met zoveel mogelijk repen paraffinegaas of een neustampon van 8 cm. Breng bij de neustampon wat gel of vaseline aan op de punt en schuif het materiaal over de neusbodem geheel naar achteren. Knip het restant af en laat een klein stukje uitsteken zodat u de tampon later gemakkelijker kunt verwijderen. Spuit de tampon op met xylomethazoline 0,1% of met fysiologisch zout. Plak deze af met een pleister om uitzakken te voorkomen. Inspecteer via de keel of de bloeding is gestopt. De tampon moet een tot drie dagen blijven zitten. Maak de tampon voor het uittrekken eerst weer goed nat. Verwijs de patiënt met spoed naar een kno-arts als de bloeding niet stopt. Een patiënt kan altijd opnieuw bloedneuzen ontwikkelen, maar het septum aanstippen kan dit voorkomen. Bij ouderen is het goed reguleren van bloeddruk en stolling belangrijk.

Wat moet ik uitleggen?

Leg uit dat bloedneuzen veel voorkomen en lastig zijn, maar dat ze een goede prognose hebben. Vertel de patiënt wanneer hij moet terugkomen: bij lekken of opnieuw bloeden door de tampon. Verwijs de patiënt dan naar een kno-arts. Adviseer na een neusbloeding minder warme dranken of spijzen te gebruiken en geen sauna te bezoeken: dat voorkomt vasodilatatie in het neusslijmvlies.

Literatuur

  • 1.NHG-Patiëntenfolder Een bloedneus. www.nhg.org. Geraadpleegd in november 2010.
  • 2.Kucik CJ, Clenney T. Managment of epistaxis. Am Fam Physician 2005;71:305-11.
  • 3.Phaff CH. Het onderzoek van neus-, mond- en keelholte. Utrecht: Bunge, 1995.
  • 4.Huizing EH, Snow BG (redactie). Leerboek keel- neus- en oorheelkunde. Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu van Loghum, 2003.
  • 5.Neusonderzoek en behandeling epistaxis. Leiden: Leids Huisartsen Vaardigheden Centrum, 1998.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen