Praktijk

Bloosfactor

Gepubliceerd
10 juli 2004

Tijdens een nascholingsavond dook uit het niets het begrip ‘schaamte’ op. Een verkwikkende ervaring: tussen de pap van de ratio stak fier de pollepel van emotie. Waarom krijgen emoties toch zo weinig aandacht in de opleiding en nascholing, terwijl de dagelijkse praktijk er toch mee wordt overspoeld? Waarover schamen mensen zich eigenlijk? En wat is de relatie tussen schaamte en ziekte? Zijn er kwalen waar men zich meer voor schaamt dan andere? Ziekte en schaamte lijken nauw met elkaar verbonden, voor de patiënt zelf maar ook voor degenen die hem omringen. Niemand zou dus beter moeten weten waarvoor mensen zich schamen dan de huisarts, de superspecialist in alledaagse sores. Die bewuste avond had ik een mooie onderzoeksgroep met collega's bij de hand. Tijd voor een mondelinge enquête bij – ik geef het toe – een wijntje en biertje. ‘Mensen kunnen zich voor dingen schamen waar een “normaal mens” niet over zou prakkiseren’, aldus een ervaren collega. Een jonge-hond-collega formuleerde het in deftiger termen: ‘Het is een caleidoscoop zonder frequentieverdeling.’ Hij vermoedt dat om die reden een empirisch proefschrift ontbreekt. Uit alle antwoorden heb ik wat elementen kunnen groeperen, zonder daarbij een rangorde te geven:

  • huidziekten (eczeem, psoriasis);
  • uiterlijk (flaporen, formaat penis, formaat borsten, dik/dun);
  • relationele kwesties (inclusief overspel);
  • problemen met geslachtsorganen (vaginale afscheiding);
  • seksuele problemen (afnemend libido, aseksualiteit);
  • geestelijke afwijkingen (zwakzinnigheid, psychische klachten);
  • immobiliteit/handicaps (aangewezen zijn op een wandelstok);
  • sociale omstandigheden (armoede, werkeloosheid);
  • varia (blozen, schoonmaakdrang, lichaamsgeur);
  • angst.
De uitslag verbaast mij niet. Gevoelens van schaamte duiken vooral op bij intieme zaken. Afnemende seksuele verlangens en vermogens, alsmede aandoeningen van de geslachtsdelen, raken ons letterlijk ‘onder de gordel’. Hiertoe behoren ook heel gewone ouderdomskwaaltjes als incontinentie. Vooral wanneer voor dit ongewilde urineverlies een luier nodig is, voelen mensen zich beschaamd, vanuit het idee dat ze terugkeren tot de kinderjaren. Onzindelijkheid vinden we vreselijk. Over één punt waren al mijn collega's het eens: de schaamte voor de angst. De schaamte over iets wat uiteindelijk ‘niets’ blijkt te zijn. Een bobbeltje zorgt voor ongelooflijke paniek en de dokter ziet met één trefzekere blik dat het niets is. Schaamte over de onterechte angst overheerst dan soms zelfs de opluchting. ‘Angst is niet cool’, zei iemand. De nascholing is nu al weer enkele weken achter de rug. Wat beklijft? Niet de inhoud, merk ik, maar onze heerlijke babbel over schaamte (en andere emoties). Op basis van deze ervaring pleit ik voor een herwaardering van emoties zoals die in onze spreekkamers oplaaien. De wetenschap liet emoties links liggen, de huisarts is er niet in geschoold, maar de patiënt worstelt er vreselijk mee. Naast thermometer en bloeddrukmeter, mag een schaamtemeter in de moderne praktijkvoering niet langer ontbreken. Laten we met z'n allen op zoek gaan naar de bloosfactor!

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen