Praktijk

Botdichtheidsonderzoek en behandeling

Gepubliceerd
10 oktober 2005

Samenvatting

De huisarts wordt overstelpt met informatie over osteoporose. In de recent herziene standaard is veel veranderd ten opzichte van de vorige versie. Nieuw zijn de aanbevelingen bij patiënten met een verhoogd risico op osteoporotische fracturen. In een casus komen deze wijzigingen voor het voetlicht.

Mevrouw Bottema heeft rugpijn

Mevrouw Bottema, 61 jaar, komt op het spreekuur met rugklachten en vraagt of deze het gevolg kunnen zijn van botontkalking. Ze heeft al langere tijd pijn laag in de rug en vermoedt dat ze wat kleiner is geworden. In haar paspoort staat een lengte van 1,68 m. Drie jaar geleden brak ze haar pols bij een val. Haar moeder had vroeger een kromme rug en ook vaak rugklachten, maar heeft nooit haar heup gebroken. Mevrouw Bottema drinkt twee glazen melk per dag; meestal eet ze ’s middags een boterham met kaas en ’s avonds een bakje yoghurt. Ze komt vaak in de buitenlucht en is verder goed gezond. Ze slikt hydrochloorthiazide vanwege een verhoogde bloeddruk. Huisarts Feenstra vindt geen klop-, druk- en asdrukpijn van de wervelkolom, die een lichte lumbale lordose laat zien maar geen versterkte thoracale kyfose. De afstand tussen ribbenboog en bekkenkam is normaal. Mevrouw Bottema is 1,66 m lang en weegt 65 kg. Haar bloeddruk is met medicatie 135/84 mmHg.

Hoe verder?

Bloedonderzoek vorig jaar vanwege haar hypertensie was normaal. Ook de schildklier is toen onderzocht. Of er sprake is van substantieel lengteverlies kan niet worden vastgesteld; vaak wordt de lengte onnauwkeurig gemeten en is er ‘recall bias’ bij gegevens uit het verleden. Wat betreft de erfelijke belasting is niet zeker of haar moeder osteoporose had. Er is geen plaats voor röntgenonderzoek van de wervelkolom voor de beoordeling van de botdichtheid. Ook zijn er geen aanwijzingen voor een wervelfractuur. De polsfractuur van drie jaar geleden is wél van belang om te kunnen inschatten of mevrouw Bottema een verhoogd risico heeft op osteoporotische fracturen. Na elke fractuur (ook van heup en pols) verdubbelt ongeveer de kans op een nieuwe fractuur. Na een wervelfractuur is de kans op een herhaling zelfs verviervoudigd. Na meerdere wervelfracturen is dit risico nog hoger. De NHG-Standaard bevat een ‘risicoscoretabel’ om de indicatie voor botdichtheidsmeting te beoordelen. Mevrouw Bottema heeft een score van 5 punten, en dus een indicatie voor botdichtheidsmeting.

Risicofactor Risico-score Geslacht
Doorgemaakte wervelfractuur4M en V
Langdurig gebruik van een hoge dosis corticosteroïden(>3 maanden; >7,5 mg/dag) 4M en V
Fractuur doorgemaakt na het 50 levensjaar4V
Leeftijd >70 jaar2V
Leeftijd >60 jaar1V
Heupfractuur bij een eerstegraads familielid1V
Gewicht 1V
Ernstige immobiliteit1V
1 Bij meerdere wervelfracturen is er een indicatie voor preventieve medicamenteuze therapie zónder voorafgaande botdichtheidsmeting. 2 Bij postmenopauzale vrouwen en mannen >70 jaar en patiënten bij wie de dosis >15 mg/dag is, is er een indicatie voor preventieve medicamenteuze therapie zónder voorafgaande botdichtheidsmeting. Vraag een botdichtheidsmeting aan bij een risicoscore =4.

Wat doen we met de T- en Z-score?

Mevrouw Bottema heeft osteoporose, want de uitslag van haar botdichtheidsmeting is T-score –2,8. De T-score geeft de botdichtheid weer in het aantal standaarddeviaties van de gemiddelde piekbotmassa op jongvolwassen leeftijd. Vanwege de verlaagde T-score door normale veroudering én omdat bij ouderen het fractuurrisico meer wordt bepaald door de valkans dan door osteoporose, gaat boven de 70 jaar de voorkeur uit naar de Z-score. Daarbij is het aantal standaarddeviaties gerelateerd aan de gemiddelde botmassa van mensen van overeenkomstige leeftijd en geslacht. Een Z-score van 0,0 betekent dat de botdichtheid overeenkomt met het gemiddelde van de eigen leeftijdsgroep; een negatieve Z-score wijst op een geringere, een positieve Z-score op een grotere botdichtheid dan het gemiddelde. Er is sprake van een abnormaal verlaagde botdichtheid bij een T-score van =-2,5 bij mensen tot en met 70 jaar; en een Z-score van =-1,0 bij mensen ouder dan 70 jaar. Ongeveer de helft van de 80-jarigen heeft een T-score van –2,5 of lager.

Wat doet de huisarts hiermee?

Huisarts Feenstra geeft mevrouw Bottema adviezen over:

  • Lichaamsbeweging: vermijd inactiviteit en zorg voor voldoende lichaamsbeweging.
  • Voeding: deze moet 1.000-1.200 mg calcium daags bevatten, overeenkomend met circa vier glazen melk(product) of plakken kaas van 20 gram. Alleen als bij gezonde mensen de helft daarvan niet haalbaar is, is suppletie met calciumtabletten nodig.
  • Vitamine-D: verblijf regelmatig in de buitenlucht en stel dan gedeelten van de huid bloot aan de zon.
  • Alendronaat en risedronaat: deze halveren de kans op een (nieuwe) fractuur. Mevrouw Bottema komt in aanmerking voor preventieve medicamenteuze behandeling. Bij gebruik van bisfosfonaten gedurende drie jaar door postmenopauzale vrouwen met een T-score =-2,5 vermindert het aantal wervelfracturen van ongeveer 15 naar 7,5 procent en het aantal heupfracturen van ongeveer 2,5 naar 1,3 procent.
Tot slot geeft de huisarts de NHG-Patiëntenbrief ‘Aanpak van osteoporose’ mee. (LB) In samenwerking met Jacintha van Balen, huisarts, wetenschappelijk medewerker NHG

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen