Nieuws

Burn-out, een eigen keuze?

Gepubliceerd
4 februari 2013
Schokkende cijfers. Ruim 70% van de huisartsen rapporteert signalen van overspannenheid bij zichzelf en maar liefst 15% van de huisartsen heeft wel eens een burn-out gehad (Movir, 2012).
Ik vind mijn werk ontzettend leuk, maar deze constatering geeft me toch wat premature stress. Met de verhoging van de aow-leeftijd moet ik dit vak nog welgeteld 38 jaar zien vol te houden. Hoe voorkom ik dat ik voor die tijd met een burn-out thuis kom te zitten?
De belangrijkste oorzaken van stress onder huisartsen blijken praktijkadministratie en diensten te zijn. Verder geeft ook het managen van personeel en praktijk, en de omgang met overheid en verzekeraars spanningsklachten. Met name vrouwen zeggen hierbij nog stress te ervaren door het combineren van werk en privéleven en het hebben van ‘te weinig tijd per patiënt’. De hoogste werkdruk wordt ervaren door huisartsen die fulltime werken, praktijkhouder en/of solist zijn.
Ik kan me goed indenken dat ik vatbaar ben voor een burn-out. Dat wijt ik aan het momenteel populaire begrip ’dertigersdilemma’. Ook ik behoor tot de ‘ik-kan-alles-dus-ik-wil-alles’-generatie. Ik wil naast een prachtcarrière ten eerste een gezin; niets uitdagender dan je dokterservaring over de juiste opvoeding te implementeren in een persoonlijk project genaamd ‘kind’. Ik wil ten minste twee continenten doorkruisen met mijn backpack (om mezelf aan de andere kant van de wereld tegen te komen). Ik wil een bruisend sociaal leven (dat zijn artsen bijna verplicht; mijn doktersverhalen doen het altijd goed op feestjes). En ik wil zélf gezond blijven, dus volgens de laatste richtlijn cardiovasculair risicomanagement moet ik minstens 5 dagen per week 30 minuten aan lichaamsbeweging doen. Daarbij komt dat ik perfectionistisch ben ingesteld en dus ook nog het onderste uit de kan wil halen in alles wat ik doe. Ga er maar aan staan!
Wie doen het juist goed? Over het algemeen blijken waarnemers in vergelijking met praktijkhouders tevredener over hun werk. In mijn ogen logisch, zij kunnen kiezen voor parttime werk en hebben niet de verantwoordelijkheid voor de praktijkvoering. Ook bespreken de tevredener artsen hun functioneren vaker in intercollegiaal overleg en kunnen zij burn-outklachten dus vroegtijdig signaleren, zowel bij henzelf als bij collega’s. Met name jonge, vrouwelijke huisartsen zijn hiertoe geneigd.
Ik denk dat we het risico op overspannenheid zelf kunnen beïnvloeden. Je kunt immers kiezen voor soort aanstelling, soort praktijk, en als je geluk hebt, je collega’s.
De ‘stressloze’ huisarts zou dan parttime moeten waarnemen in een groepspraktijk met veel jonge vrouwelijke collega’s. Maar dat is te kort door de bocht... Het voordeel van het hebben van een eigen praktijk is dat je zelf bepaalt hoe je je praktijk inricht, passend bij wat voor huisartstype je bent. Positief aan fulltime werken is dat je continuïteit van zorg levert aan je patiënten. En je leert je patiënten écht kennen. Zo ben ik nog steeds erg nieuwsgierig hoe het nu gaat met die man die maandelijks met een overzichtelijk Excel-bestandje met bloeddrukmetingen kwam onderbouwen waarom hij nog steeds antihypertensiva weigerde. Of die vrouw bij wie ik voorstelde de medicatie voor restless legs af te bouwen, ze werd nog rustelozer dan haar onderstel.
Door de steeds wisselende stageplaatsen vergelijk ik de huisartsopleiding vaak met waarneming. In dat opzicht zit ik dus in een laagrisicogroep voor burn-out. Ondanks mijn dertigersdilemma heb ik wat dat betreft sowieso niets te wensen: ik ben tijdelijk in dienst bij een praktijk en heb amper te maken met administratie en praktijkmanagement. Ik heb een grote verantwoordelijkheid maar ben niet eindverantwoordelijk. Ik werk min of meer parttime (4 dagen praktijk, 1 dag per week opleidingsdag). Ik heb vrijwel dagelijks een evaluatiegesprek met de opleider waarin hij naar mijn functioneren kijkt én ik heb veel jonge vrouwelijke collega’s die me waarschuwen als ik spanningssignalen vertoon. Mócht ik dus al stress ervaren, dan wordt die snel ondervangen.
Die burn-out is dus zeker te voorkomen. Jammer genoeg kan ik niet voor altijd huisarts-in-opleiding blijven!
Sophie van der Voort
Sophie van der Voort is tweedejaars aios.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen