Praktijk

Calcificerende tendinopathie [Kennistoets]

Gepubliceerd
28 oktober 2021
Toets uw kennis.
0 reacties

1. In het artikel van Louwerens et al. worden de verschillende stadia bij een calcificerende tendinopathie beschreven. In welke fase hebben patiënten doorgaans de meeste pijnklachten?1

a. Kalformerende fase

b. Rustfase

c. Resorptiefase

 

2. Louwerens et al. vergelijken in het artikel barbotage en extracorporale ‘focussed’ shockwavetherapie (ESWT) met elkaar. Na 1 jaar follow-up zijn er geen klinisch relevante verschillen tussen beide groepen in schouderfunctie en pijn. Een van de 2 behandelingen geeft meer pijnklachten tijdens de resorptiefase. Welke is dit?1

a. Barbotage

b. ESWT

 

3. Welke pees is het vaakst aangedaan in het geval van calcificerende tendino-pathie van de schouder?1

a. Infraspinatuspees

b. Subscapularispees

c. Supraspinatuspees

 

4. Welk lichamelijk onderzoek van de schouder wordt aangeraden in de NHG-Standaard Schouderklachten, naast actieve en passieve abductie?2

a. Alleen passieve exorotatie

b. Passieve exorotatie en passieve endorotatie

c. Passieve exorotatie en actieve anteflexie

 

5. Mevrouw Wong, 52 jaar, heeft langdurig last van haar rechterschouder. Bij lichamelijk onderzoek is vooral passieve exorotatie pijnlijk en beperkt. Abductie is enigszins pijnlijk. In welk deel van de schouder bevindt zich in dit geval waarschijnlijk het probleem?2

a. Acromioclaviculair

b. Glenohumeraal

c. Subacromiaal

 

6. De heer Vermeulen, 41 jaar, heeft sinds 5 maanden een subacromiaal pijnsyndroom (SAPS) dat onvoldoende heeft gereageerd op pijnstilling, oefentherapie en een schouderinjectie. De huisarts laat een echo maken. Deze toont een calcificatie in de m. supraspinatus van bijna 2 cm doorsnee. Welk beleid is op dit moment het meest aangewezen?1

a. Herhalen van de corticosteroïd-injectie

b. Verwijzen naar fysiotherapie voor ESWT

c. Verwijzen naar de tweede lijn voor barbotage

d. Verwijzen naar de tweede lijn voor arthroscopie

 

7. Een aios wil bij de 49-jarige mevrouw Biemans een injectie in de schouder geven vanwege SAPS dat onvoldoende reageert op pijnstilling en oefentherapie. Hij overlegt met de opleider over de aangewezen injectiemethode. Welke beschrijving is in dit geval de juiste?2

a. Breng de naald circa 2 cm onder het midden van de laterale zijde van het acromion in en voer op tot ruim onder het acromion.

b. Breng de naald circa 2 cm mediaal van de dorsolaterale hoek van het acromion en 2 cm caudaal van de spina scapula (soft spot) in en voer op in de richting van de processus coracoideus tot de humeruskop.

De kennistoets is gemaakt door Anne Klijnsma, toetsredacteur. De toets is gebaseerd op het artikel De behandeling van calcifcerende tendinopathie van de schouder van J.K.G. Louwerens en R.P.G. Ottenheijm en de NHG-Standaard Schouderklachten. Over vragen en antwoorden wordt niet gecorrespondeerd.

Antwoorden

1c / 2a / 3c / 4a / 5b / 6c / 7a

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen