Nieuws

Cognitieve gedragtherapie in de huisartsenpraktijk

Gepubliceerd
10 september 2003

Roland Rogiers. De niet-medicamenteuze aanpak van angst- en stemmingsstoornissen door de huisarts. Implementatie van cognitieve gedragtherapie in de huisartspraktijk. Gent: Academia Press, 2002. 162 pagina’s,17. ISBN 90-382-0381-0. Te bestellen bij: ef &ef, Eind 36, 6017 BH Thorn, Nederland.

Cognitieve gedragstherapie staat in de belangstelling; de effectiviteit is aangetoond voor zowel psychische als lichamelijke klachten. De vraag is hoe de huisarts dergelijke technieken kan toepassen in de dagelijkse praktijk. Er bestaat dan ook behoefte aan duidelijke protocollen en trainingen. Dit boek moet volgens Rogiers dan ook ‘een handleiding zijn en een draaiboek vormen voor (huis)artsen die kortdurende niet-medicamenteuze interventies in hun behandelingspakket willen opnemen’. De auteur is een gedragstherapeut die aan de universiteit van Gent een training ontwikkelde voor huisartsen(-inopleiding). Hij beschrijft in het eerste hoofdstuk de ontwikkeling en effectiviteit van cognitieve gedragstherapie en geeft daarbij veel referenties. Het tweede hoofdstuk gaat specifiek over angstmanagement en behandelt de diagnostiek volgens de DSM-IV en de mogelijke behandelingstechnieken. De contra-indicaties voor behandeling door de huisarts zijn in schema’s weergegeven. Vele visies, begrippen en technieken worden beschreven met referenties zoals klachtdynamiek, ziektetheorie, klachtrationale, transities en primaire en secundaire inschatting. Voor een huisarts die geïnteresseerd is in het onderwerp zullen deze begrippen te plaatsen zijn; als eerste introductie op het onderwerp lijkt mij deze overmaat aan jargon en verschillende invalshoeken te hoog gegrepen. Het is niet helder wat je praktisch met deze begrippen moet doen. Een ander voorbeeld van de weinig pragmatische opzet is het feit dat een hele paragraaf over ontspanningsoefeningen gaat, zonder dat een voorbeeldtekst is bijgevoegd om deze in de praktijk te brengen. In het hoofdstuk over depressie komen naast diagnostiek en behandeling onderwerpen aan bod als ‘het missen‘ van de diagnose, suïcidaliteit en het opstellen van een non-suïcidecontract. Het is de vraag of het zelf behandelen van een suïcidale patiënt wel op zijn plaats is in dit boek, hier lijkt mij verwijzing eerder aan de orde. De nadruk ligt bij de behandeling op cognitieve therapie, waarbij weer meerdere technieken genoemd worden zoals de socratische methode, primaire en secundaire inschatting, het model van Beck, problemsolving en RET. Ook dit hoofdstuk is inhoudelijk erg breed opgezet waardoor de kern en de grote lijn voor de huisarts niet goed uit de verf komen. De praktische paragrafen over doelen zijn voor de huisarts nog het meest bruikbaar. Concluderend geeft dit boek wel een aardig overzicht voor de huisarts van mogelijke cognitief-gedragsmatige interventies met referenties, maar geen bruikbaar behandelingsprotocol. Bovendien is er een beter alternatief voor een evidencebased en concrete aanpak bij psychische klachten (hoewel niet specifiek geschreven voor de huisarts): de serie protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ.12

Literatuur

  • 1.Keijsers GPJ, Hoogduin CAL, Van Minnen A, redactie. Protocollaire behandelingen in ambulante GGZ. Deel 1. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1997.
  • 2.Keijsers GPJ, Van Minnen. Protocollaire behandelingen ambulante GGZ. Deel 2. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1999.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen