Nieuws

Cognitieve therapie bij blijvende pijn na herniaoperatie

Gepubliceerd
10 augustus 2006

Een deel van de patiënten houdt chronische pijnklachten na een operatie voor een HNP. Zij hebben evenveel baat bij cognitieve gedragstherapie als bij een operatieve fixatie van de lumbale wervels. Dit is de uitkomst van een Noors onderzoek. De deelnemers waren 60 patiënten tussen de 25 en de 60 jaar die minimaal een jaar pijn in de onderrug hadden na een herniaoperatie, zonder dat zij een recidief hadden van de HNP. Zij hadden wel degeneratieve afwijkingen op L4-L5 en/of L5-S1. De cognitieve therapie bestond uit een intensief programma van 25 uur per week gedurende 3 weken. De patiënten kregen uitleg over de anatomie van de rug. De therapeut benadrukte dat het geen kwaad kon om de rug te bewegen en de normale dagelijkse activiteiten uit te voeren. Daarnaast deden zij oefeningen waarvan zij van tevoren dachten dat dit schadelijk kon zijn voor de rug, zoals springen. In de andere interventiegroep voerden ervaren orthopedische chirurgen de operaties uit voor posteriore fixatie van de lumbale wervels. Onderzoekers, blind voor de interventie, voerden metingen tot een jaar na de interventies uit. Ervaren beperkingen was hierbij de belangrijkste uitkomstmaat. Beide groepen toonden een significante verbetering in functioneren, gemeten met de Oswestry Disability Index . Er was echter geen significant verschil tussen de beide interventiegroepen, maar wel een trend in het voordeel van de cognitieve therapie. Door het ontbreken van een placebogroep is het onduidelijk in hoeverre de verbetering in beide groepen veroorzaakt is door de interventies of het natuurlijk beloop. Het leidt echter geen twijfel dat een rugoperatie veel grotere risico’s op complicaties geeft dan cognitieve therapie. (EL)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen