Nieuws

Contacten met de huisartspraktijk in 2000

0 reacties
Gepubliceerd
10 december 2001

Hoe vaak en wie?

Patiënten hadden in 2000 gemiddeld 6,2 contacten met hun huisartspraktijk, in de vorm van consulten, visites, telefonische contacten met huisarts of assistente en werkzaamheden samengevat onder de categorie ‘diversen’. Er zijn grote verschillen tussen ouderen en jongeren, mannen en vrouwen, en ziekenfondsen particulier verzekerden. De contactfrequentie is het laagst bij 5-14-jarigen en stijgt met de leeftijd ( figuur 1). Mannen in alle leeftijdscategorieën, behalve jongens tussen 0 en 4 jaar, hadden minder contacten met de praktijk dan vrouwen. Ook hadden particulier verzekerde patiënten minder contacten met de praktijk dan ziekenfondsverzekerden: gemiddeld 4,5 tegenover 7,1 in 2000. De verschillen tussen ziekenfonds- en particulier verzekerde patiënten zijn klein bij jonge mensen, maar stijgen met de jaren.

Soort contacten

Iets meer dan de helft van de contacten bestond uit een consult bij de huisarts ( figuur 2). Welk deel van de telefonische contacten door de assistente is afgehandeld en welk deel door de huisarts is in de registratie moeilijk na te gaan.

Consulten versus visites

Hoewel het aandeel van visites in het totaal aantal contacten gering is, kosten zij de huisarts wel relatief veel tijd. Huisartsen bezochten vooral ouderen boven de 65 jaar, met name in de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder ( figuur 3). Bij vrouwelijke patiënten leek sprake te zijn van vervanging van consulten door visites: de consultfrequentie daalde voor 75-plussers ten opzichte van de 65-74-jarigen. Dit fenomeen deed zich niet voor bij de oudste categorie mannen. Bij hen steeg zowel het aantal consulten ten opzichte van de groep van 65 tot 74 jaar, als het aantal visites. Patiënten ouder dan 65 jaar maken slechts een klein percentage uit van de totale populatie (weergegeven door de lijn in figuur 3), maar hebben wel een hoog zorggebruik. Met het toenemen van de omvang van deze groep zal de totale hoeveelheid tijd die de huisarts aan deze patiënten besteedt dan ook snel stijgen. Dat dit gevolgen heeft voor de werkbelasting is evident.

De hier beschreven analyses zijn uitgevoerd op LINH-gegevens. LINH is een project van WOK, NIVEL, LHV en NHG. In 2001 participeerden ruim 120 huisartsenpraktijken. Zie voor meer informatie over LINH en over de hier beschreven gegevens www.linh.nl. Reacties naar info@linh.nl.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen