Nieuws

Continuïteit in deeltijd

0 reacties
Gepubliceerd
10 maart 2006

Enige jaren geleden ‘maakte’ ik een man die tot dan toe kerngezond dacht te zijn, ziek. Zijn lage Hb, vastgesteld bij een keuring, bracht hem op mijn spreekuur. Het laboratorium, waar ik hem naartoe had gestuurd, belde zijn bloedbeeld halverwege de middag door. Ik belde hem op met het verzoek om nog diezelfde middag bij mij langs te komen. Het bloedbeeld paste bij een acute leukemie. Een jaar later bleek geen enkele behandeling aan te slaan. Ergens in die periode heb ik met hem en zijn vrouw gesproken over hoe we het zouden doen. Aan welke begeleiding hadden zij behoefte en wat had ik te bieden? Viel dat met elkaar te rijmen? Ik werkte al een paar jaar slechts één dag in de praktijk naast mijn universitaire werk. Zij wilden graag met mij verder, ik was inmiddels vertrouwd voor hen en mijn collega’s in de praktijk kenden ze nauwelijks. Slechts één dag aanwezigheid in de praktijk vonden ze wel een bezwaar, vooral zijn vrouw, maar hij wilde mij als dokter blijven houden. We spraken af dat ik hen regelmatig zou zien op mijn praktijkdag en dat ze naar de praktijk zouden bellen als ze me eerder wilden spreken. De praktijk kon mij altijd wel bereiken, en ik zou dan terugbellen om met hen te overleggen: zou er dezelfde dag nog iemand heen moeten, zou ik ’s avonds komen of konden we telefonisch iets regelen. Zij vonden dat een goede afspraak, maar ze hebben er nooit gebruik van gemaakt. Toen duidelijk werd dat het einde naderde, gaf ik hun mijn mobiele nummer. Ze konden me nu rechtstreeks bellen om te overleggen. Als er meteen een arts langs zou moeten en ik nog vastzat op de universiteit, dan zou ik een van mijn collega’s inschakelen, anders zou ik dezelfde avond of de volgende dag even langsgaan. Ook dat is nauwelijks gebeurd. Wel ging ik in de laatste weken ook ’s avonds of in het weekend langs. Hij is thuis overleden in zijn slaap. Ik ontving vlak daarna een brief van zijn vrouw: ze hadden zich altijd veilig gevoeld bij mij. Het was een experiment voor mij, waar zij mee ingestemd hadden. Het bleek een geslaagd experiment, voor herhaling vatbaar. Ik miste de stervensbegeleiding als onderdeel van mijn huisartsenwerk en het voelde niet goed om mensen met wie ik inmiddels een band had opgebouwd dan maar over te dragen. Dat hoeft dus niet, als de patiënt, zijn naasten en ik dat niet willen. Heldere afspraken over bereikbaarheid en duidelijkheid over beschikbaarheid zijn veel belangrijker dan continue schijnbeschikbaarheid. Henriëtte van der Horst

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen