Nieuws

Continuïteit en informatie

Gepubliceerd
10 april 2006

Huisartsen hebben het vaak over continuïteit in de zorg, maar wat ze dan precies bedoelen is minder vaak duidelijk. Meestal lopen allerlei facetten van continuïteit door elkaar: persoonlijke continuïteit (de relatie van de patiënt met de eigen huisarts), teamcontinuïteit (zorg geleverd door een team zoals een huisartsenpraktijk of een doktersdienst) en continuïteit van informatie. Ik heb het in deze bijdrage over dit laatste aspect. Continuïteit van informatie betekent dat informatie gestructureerd wordt vastgelegd in het medisch dossier en beschikbaar is voor iedere professional die te maken heeft met de zorg voor de patiënt. Bovendien behelst het de toegang tot en de communicatie over deze informatie.1

Vijftig jaar geleden, ten tijde van de Woudschotenconferentie, werd er al een belangrijke rol toebedacht aan het dossier. Enerzijds had het een archieffunctie en anderzijds diende het als communicatiemiddel tussen professionals. De huisarts diende het ‘kostbare documentatiemateriaal zorgvuldig te beheren’, en van hem werd verwacht dat hij de ‘schat’ niet in zijn geheugen begroef maar hem gebruikte, vermeerderde, uitleende aan anderen en met rente terugontving... Deze schat zou behalve zuiver somatische aantekeningen ook ‘integrale’ aantekeningen moeten bevatten, dus aantekeningen ‘betrekking hebbend op milieu en psyche’.2 De communicatie beperkte zich in die dagen vooral tot de eigen praktijk. Bijna vijftig jaar later heeft het dossier een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt van de locatiegebonden papieren vorm naar het via internet toegankelijke, elektronische dossier. Toch is de essentie van continuïteit van informatie niet veel veranderd, hoogstens is het accent wat verschoven in de richting van communicatie. En nog steeds leent het begrip zich voor romantische definities: continuïteit van informatie is anno 2005 ‘het koord dat de zorg voor patiënten aaneenbindt: van de ene professional naar de andere en van de ene gezondheidsgebeurtenis naar de andere’.3 Computer en poëzie, wie had dat gedacht?

De laatste tijd heeft elektronische uitwisseling van gegevens op afstand hoge prioriteit. Dit betreft zowel inzage als het wegschrijven in het dossier. De toegankelijkheid van dossiers op afstand lijkt welhaast een voorwaarde om aan minimale kwaliteitseisen te kunnen voldoen. Financieel wordt er fors geïnvesteerd en de minister van VWS heeft er zelfs zijn politieke lot aan verbonden. Maar wordt de zorg ook beter van deze ingrijpende veranderingen? Die vraag is wetenschappelijk gezien nog steeds niet beantwoord. Dokters lijken relatief weinig behoefte te hebben aan het dossier als het er niet is4 en daar komt nog bij dat het effect van het gebruik van ICT op harde uitkomstmaten vooralsnog onzeker is, hoewel zowel dokters als patiënten tevreden lijken.56 Gelukkig mag bij een dergelijk gebrek aan wetenschappelijk bewijs ook onze ervaringskennis spreken. En die zegt dat een beschikbaar dossier in spaarzame gevallen toch erg belangrijk kan zijn. Maar dan moet de gewenste informatie er wel in te vinden zijn. Daarom wordt er binnen de beroepsgroep hard gewerkt aan gestructureerde en systematische verslaglegging.

Maar kunnen we achteroverleunen nu we medische informatie eenduidig gaan vastleggen, de professionele samenvatting wordt geïmplementeerd7 en de dossiers online toegankelijk worden? Ik vrees van niet. We zouden in het dossier veel meer aandacht kunnen besteden aan het ‘vooruitkijken’, zodat het dossier inderdaad het koord wordt dat de zorgepisodes verbindt. Maar daar moeten we dan wel actief aan werken. De onzekerheden die dienstdoende huisartsen hebben, blijken vaak ook van deze orde: wat was de eigen huisarts van plan, hoe keek hij tegen dit probleem aan, hoe zou de eigen huisarts in dit geval handelen?8 Naast de objectieve feiten moeten we die ‘overwegingen voor straks’ veel meer gaan vastleggen. Eigenlijk moeten we onszelf continu de vraag stellen wat we als waarnemer over deze patiënt zouden willen weten. Dat kost tijd en mogelijk zou aanvullende software ons daarbij kunnen helpen. Continuïteit van informatie kan ook beter als patiënten verhuizen naar een andere praktijk. Een samengeraapt dossier in een hergebruikte envelop zonder begeleidende brief kost ons allemaal tijd en ergernis. En dat is jammer en onnodig. Moraal van het verhaal? Continuïteit van informatie is vooral een kwestie van professionele attitude waarin het gevoel van verantwoordelijkheid voor de individuele patiënt centraal staat. Henk Schers

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen