Nieuws

Continuïteit en verhuizende patiënten

Gepubliceerd
10 april 2006

Schellevis en Labaaij citeren mij wanneer zij het hebben over de inbreuk op continuïteit van zorg door een hoge verhuisfrequentie in een praktijkpopulatie (Huisarts Wet 2006;49:104). Hierbij twee opmerkingen. Niet alleen stijgen, zoals ook Schellevis en Labaaij weer laten zien, verhuiscijfers globaal bij stijgende verstedelijking, maar ook zijn de verhuiscijfers binnen de stad verschillend: hoger in achterstandsbuurten dan in ‘betere’ wijken. Al was het maar omdat vele jongere volwassenen in eerstgenoemde buurten hun eerste woning betrekken, die ze later graag voor iets beters verlaten. Een andere nuancering hangt hiermee samen: verhuizen is ongelijk verdeeld over de leeftijdspiramide – het is vooral de groep van 20-35 jaar die ‘op drift’ is. Omdat de morbiditeit onder deze jonge mensen globaal lager is dan bij oudere, menen sommigen dat je niet zo zwaar hoeft te tillen aan die hoge mutatiegraad. Maar ook daarbij kun je kanttekeningen plaatsen. De jongere volwassenen in de achterstandsbuurt waar ik werkte, herbergden meer morbiditeit (zoals SOA en verslaving) dan landelijke gemiddelden voor hun leeftijden aangaven. Bovendien zaten in deze leeftijdsgroepen ook vaak primigravidae en debuterende ouders, en niet alleen ligt de morbiditeit bij primigravidae, baby’s en peuters weer hoger, eerstgeborenen geven ook aanleiding tot een grotere hulpvraag dan latere kinderen. Om die redenen vond ik een korte contactduur (breuk in relationele continuïteit) ook bij 20-35-jarigen een handicap.

Schellevis en Labaaij schrijven dat ik ten behoeve van continuïteit ‘kunstgrepen [uithaalde], zoals het vergroten van het waarneemrayon’, om zo veel mogelijk verhuizenden in de praktijk te kunnen houden, al moest ik hen er wel op wijzen dat zij dan niet meer vanzelfsprekend een beroep zouden konden doen op de wijkverpleegkundige, de maatschappelijk werkende en andere eerstelijners met wie werd samengewerkt, omdat die andere rayons hanteerden. Het begin van deze passage is onjuist. Het waarneemrayon – destijds vastgesteld door onze HAGRO – werd niet vergroot. Het gebied waarbinnen al ingeschreven patiënten bij verhuizing in de praktijk konden blijven – inderdaad met de geciteerde waarschuwing – mocht het waarneemrayon uiteraard niet te buiten gaan en was dan ook wat kleiner. Dit verhuisrayon was wél beduidend groter dan het inschrijfrayon, het gebied waarbinnen mijn associee en ik nieuwe patiënten accepteerden. Het inschrijfrayon hielden wij bewust klein, vooral dus ten behoeve van samenwerking met andere eerstelijners, en dan met name voor een home-team met ‘eigen’ (gedetacheerde) wijkverpleegkundige en maatschappelijk werkster. Dit betekende een grote verbetering in de continuïteit van beleid ten opzichte van de meerdere en meervoudig bemensde vestigingen van die disciplines in ons stadsdeel. Voor zover er sprake was van een kunstgreep ten bate van continuïteit ging het dus veeleer om een verkleining van het werkgebied voor nieuwe patiënten. Een en ander laat zien dat het al moeilijk is om aan twee specifieke praktijkgebonden discontinuïteitsfactoren – vlottende populatie en een verbrokkelde eerste lijn – tegelijk het hoofd te bieden, nog afgezien van verdere situatieve fragmentaties, zoals die tengevolge van de vele tweedelijns- of categorale voorzieningen in een grote stad. Jaap Querido

Antwoord

Querido wijst er terecht op dat het verband tussen stedelijkheidsgraad en turn-over verder genuanceerd kan worden, naar leeftijdgroep en – binnen grote steden – naar buurten en dat dit specifieke problemen met zich meebrengt ten aanzien van de relationele continuïteit. De ons toebemeten ruimte liet dergelijke analyses niet toe, maar zouden onze bevindingen verder kleur hebben kunnen geven. In het tweede deel van zijn reactie wijst Querido op het onjuiste gebruik van de term ‘waarneemrayon’ in het artikel. In zijn boek maakt hij inderdaad onderscheid tussen een opbouwrayon, een inschrijfrayon, een verhuisrayon en een gebied van de waarneemgroep. Wij bedoelden met deze term aan te geven dat mensen die verhuisden binnen het verhuisrayon, dat groter was dan het inschrijfrayon, toch in de praktijk ingeschreven konden blijven. Het gebruik van de term ‘waarneemrayon’ is niet conform de terminologie van Querido en het is goed dat hij dat heeft rechtgezet. François Schellevis, Lea Jabaaij

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen