Nieuws

Corticosteroïden bij Bell's palsy

Gepubliceerd
10 juni 2002

Achtergrond De incidentie van Bell's palsy is 23-25 per 100.000 per jaar. De aandoening komt vooral voor onder het veertigste levensjaar. De prognose is gunstig: binnen 3 weken na de eerste symptomen begint bij 85% van de patiënten het herstel; uiteindelijk geneest 71% volledig en 13% met minimale restverschijnselen; de overige 16% houdt een verminderde functie met soms disfunctie in de zin van hemifaciale spasmen. Gezien de veronderstelde rol van oedeem en inflammatie in de etiologie worden van corticosteroïden gunstige effecten verwacht. Vraagstelling Resulteert het gebruik van steroïden in een betere genezing en minder disfunctie? Methode Uitgebreide zoekactie in Medline, Embase, LILACS en het Cochrane Neuromuscular Disease Group register tot december 2000 naar randomized trials, aangevuld met zoeken in de literatuurlijsen van reeds gevonden artikelen en raadplegen van auteurs en experts voor ongepubliceerd materiaal. Publicaties werden geïncludeerd als het ging om een gerandomiseerde vergelijking tussen steroïden en placebo bij patiënten met Bell's palsy, ongeacht het stadium van de ziekte. De belangrijkste uitkomstmaat was incompleet herstel zes maanden na randomisatie; secundaire uitkomstmaten waren het blijven bestaan van hinderlijke asymmetrie, hemifaciale spasmen of bijwerkingen van corticosteroïden. Drie reviewers selecteerden artikelen, vier deden data-extractie en 2 reviewers beoordeelden onafhankelijk van elkaar de methodologische kwaliteit. Subgroepanalyse werd gepland voor patiënten bij wie de behandeling werd gestart binnen 48 uur versus patiënten bij wie de behandeling later werd gestart, bij patiënten met een complete uitval van de nervus facialis versus patiënten met een incomplete uitval, en bij trials van goede kwaliteit. Resultaten Er werden 7 RCT's gevonden waarbij steroïden werden vergeleken met een niet-actieve controlebehandeling. Daarvan voldeden er 3 (met in totaal 117 patiënten) aan de insluitingscriteria. De dosis en het soort corticosteroïd varieerde evenals de duur van de behandeling (8-15 dagen). De methodologische kwaliteit van deze 3 trials was goed. Ten aanzien van de primaire uitkomstmaat was bij 22% van de patiënten die corticosteroïden gebruikten sprake van incompleet herstel versus 26% in de controlegroep (RR 0,86; 95%-BI 0,47-1,59). Er was evenmin een verschil in hinderlijke restverschijnselen. Bijwerkingen van de medicatie werden niet waargenomen. De subgroepanalyses leverden geen verschillen op. Conclusie Het gebruik van corticosteroï-den heeft geen effect bij patiënten met Bell's palsy. De trials zijn echter te klein om een bescheiden effect te kunnen ontdekken: de betrouwbaarheidsintervallen laten ruimte voor een klinisch relevant effect.

Commentaar

De uitkomsten van deze review geven duidelijk richting aan het beleid van de huisarts: geen corticosteroïden bij patiënten met een Bell's palsy. Deze patiënten kan duidelijk gemaakt worden dat er een grote kans is op spontane genezing en dat medicijnen daar niets aan toevoegen. De review geeft ook terecht aan dat verder onderzoek naar de effectiviteit van corticosteroïden nuttig is, mits een voldoende grote onderzoekspopulatie bestudeerd wordt.

Peter Lucassen

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen