Nieuws
Gepubliceerd
3 mei 2011

Twee maanden al? Mijn begeleider van de universiteit heeft gelijk. Dit is niet de afdeling chirurgie, waar je doorbuffelt als een werkbij zonder enig persoonlijk doel. Na twee maanden Noordwoud is het tijd voor een balans: waar sta ik... en wat is mijn plan? Terwijl ik de snelweg op draai, tel ik hardop: 5 chronische patiënten die tevreden bij me terugkomen en 2 lichamelijk-onverklaarde-klacht-klagers die ik niet kan uitstaan. Mijn gemiddelde consultduur heb ik gereduceerd van 28 naar 17 minuten. Aan de dagelijkse 2 uur autorijden ben ik zowaar verslaafd geraakt, dankzij de zalvende stem van Obama die zijn eigen boek voorleest. En na meerdere dreigende middelvingers heb ik ook eindelijk geleerd om tijdens het luisteren niet eeuwig op de linkerbaan te blijven hangen. Suggestieve vragen stel ik nog steeds minstens 3 keer per consult, maar de onmisbare vraag ‘Wat is uw vraag aan mij?’ durf ik al bijna dagelijks te stellen. Het leergesprek-rondje-wandelen door de polder is voor mij onmisbaar geworden, net zoals de filterkoffie met een plakje ontbijtkoek, dagelijks exact om half elf. Inmiddels heb ik 4 echte spoedgevallen gehad en 1 atheroom, 12 moedervlekken en 3 teennagels verwijderd en (voor zover ik weet) nog steeds geen doden op mijn naam. Tevreden parkeer ik mijn auto voor de praktijk: geen slechte balans, toch? Tussen twee patiënten door surf ik naar de pagina van de huisartsopleiding en print snel de instructies voor het maken van een POP. ‘Een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) beschrijft alle persoonlijke doelen van de aios,’ lees ik. Wat is mijn doel? De perfecte huisarts worden: betrokken, een goede luisteraar, analytisch, geduldig en met een brede blik, maar als het nodig is ook daadkrachtig en doortastend. Pfoe… Ik schuif het papier aan de kant en ga verder met het spreekuur. Tijdens de lunchpauze pak ik het instructieblad er opnieuw bij: ‘Elk doel leidt tot een DART-N: een projectplan waarin je achtereenvolgens je doel, actie, resultaat, tijdsperiode, toetsing en nabespreking omschrijft.’ Hoe deel ik dat doel van mij nou op in projectplannen? Laten we niet te hoogdravend beginnen: POP Anne Hermans. Doel 1: mirena’s leren inbrengen. Actie: met Maarten meekijken als hij een mirena inbrengt, daarna samen, daarna alleen. Resultaat: goed mirena’s kunnen inbrengen. Tijd: aantal maanden. Toetsing: geen mirena’s in de buikholte en geen ongewenst zwangere patiënten. Niet grappig. Delete. Ik lees verder in de DART-N-instructies: ‘Om de kwaliteit van de DART-N te toetsen kun je een totaalscore geven van 1 tot 10 die weer is gebaseerd op 12 deelscores (‘Is de tijdsperiode concreet?’ ‘Is het resultaat uitgedrukt in een maat/getal?’). Ik beoordeel mijn DART-N met een 2. Hoe vang ik mijn ambities nou in hokjes met concrete tijdsperiodes en getallen? Met een zucht schuif ik de instructiepapieren opzij en ga verder met het middagspreekuur. De laatste patiënt is een klein, rond mannetje met blozende wangen, een bemodderde broek en klompen. Nauwkeurig zet hij zijn klompen naast elkaar bij de deur en schuifelt binnen op zijn sokken. Als hij gaat zitten, valt zijn blik op mijn instructies. ‘Dart’n? Instructies om te dart’n?’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Tegenwoordig denken ze dat je alles kan leren met papieren, instructies en schema’s. Maar leren doe je enkel en alleen door te dóen, die wijsheid heb ik van m’n vader. Dus als u wilt darten, dokter, kom dan vrijdagavond maar eens naar café Het Wagenwiel, dan zullen wij u wel leren darten!’ Anne Hermans Anne is in opleiding in Noordwoud.

De namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen