NHG forum

De brug naar de toekomst:

0 reacties
Gepubliceerd
10 november 2001

Samenvatting

Terwijl overal in het land vele huisartsen tijdens ‘Visiedagen’ bijeenkomen om te praten over de toekomst van het vak, heeft Wim Stalman een geheel eigen toekomstbeeld van de ideale situatie geschapen. Tijdens zijn inaugurale rede ‘Brug naar de toekomst’ neemt hij zijn toehoorders mee naar ‘huisartsklinieken’, van waaruit een aantal huisartsgeneeskundige functies centraal worden geregeld. Hij heeft zorgvuldig uitgewerkt hoe dat er allemaal zal gaan uitzien.

Oude argumenten

De achtergronden van de huidige discussies zijn genoegzaam bekend: er dreigt een tekort aan huisartsen en volgens Stalman helpt het niet om nog meer van hetzelfde te doen. Dus niet het opheffen van de numerus fixus, het uitbreiden van het aantal opleidingsplaatsen of het concentreren van de ziekenhuiscapaciteit. Het moet allemaal anders, uitgaande van een viertal doelstellingen:

  • een andere inzet van wetenschappelijk onderzoek voor de verdere onderbouwing van de huisartsgeneeskunde;
  • een vernieuwende ontwikkeling van de onderwijsfunctie;
  • een kwalitatief goede ketenzorg tussen huisarts en medisch specialist;
  • een fundamenteel andere organisatie van de huisartsenzorg.
Een bekend stokpaardje van Stalman is daarbij dat wetenschappelijk onderzoek in de huisartspraktijk moet plaatsvinden. Dáár immers bevindt zich een unieke schat aan medische informatie en kan de patiënt het wenselijke uitgangspunt voor onderzoek vormen. Hoe moet dat dan allemaal worden aangepakt?

Nieuwe oplossing

Stelt u zich een grote stad voor. In elke wijk zijn groepspraktijken, waar patiënten als vanouds hun eigen huisarts consulteren of – bij diens afwezigheid – terecht kunnen bij een collega. Daarnaast bestaan er ‘huisartsklinieken’ die niet alleen in de letterlijke betekenis van het woord ‘centraal’ gelegen zijn, maar ook wat betreft de functies ervan. In de kliniek werken meerdere huisartsen, maar ook verpleegkundigen, en mogelijk ook eerste-hulpartsen. Medisch studenten en haio's vinden er hun stageplaats. Voor de ‘gewone’ huisartsen is er een consultatiefunctie. En er vindt huisartsgeneeskundig onderzoek plaats.

Een geheel uitgewerkt concept

Een dergelijke huisartskliniek biedt talloze mogelijkheden. Door de 24-uurs bereikbaarheid weten patiënten de weg goed te vinden wanneer er eerstehulpvragen zijn. Het huisartsenlab is er ondergebracht. Er zijn zelfs enkele bedden voor observatie en nazorg van patiënten, of de opvang van terminale patiënten. Eventueel is er een verloskundige dagopname-afdeling. Bepaalde handelingen die niet elke huisarts onder de knie heeft of waarvoor de apparatuur ontbreekt, kunnen in de kliniek worden uitgevoerd. De patiëntgebonden gegevens vormen de basis voor wetenschappelijk onderzoek. Er is immers een uitstekende elektronische communicatie ontwikkeld, waardoor de huisartskliniek wordt gevoed met gegevens uit de praktijken, en vice versa. Dezelfde ICT-ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat een onlineconsultatie met specialisten kan plaatsvinden, maar ook de huisarts continu op de hoogte is van wat er met diens patiënt gebeurt.

De kliniek en de academicus

Zowel medisch studenten als haio's vinden hun stageplaatsen in de huisartsklinieken. Maar ook onderzoekers kunnen er goed terecht. De bijna unieke Nederlandse situatie waarbij door de registratie op naam kan worden beschikt over een schat aan medische informatie, blijft immers in de huisartskliniek optimaal behouden. Stalman benadrukt het belang hiervan voor het wetenschappelijk onderzoek. Vertrekpunt hiervoor moet volgens hem de patiënt zijn, en niet de wetenschapper. Onderzoek moet binnen de doelpopulatie worden uitgevoerd. En waar het huisartsgeneeskundig relevant onderzoek betreft, moet gebruikgemaakt worden van andere dan de nu meest gangbare onderzoeksmethoden. Aan al deze voorwaarden kan in de huisartsklinieken uitstekend worden voldaan.

De taken van de huisarts

Bovenal is de huisartskliniek er echter voor iedere huisarts. Degenen die in de ‘gewone’ groepspraktijken werken, kunnen zich – als zij dat willen – een of meer dagen uit de praktijk losmaken om te werken in de kliniek. Bijvoorbeeld omdat zij zich een bepaalde specialisatie hebben eigen gemaakt. Of omdat zij huisartsopleider zijn. Of hun eigen wetenschappelijk onderzoek verrichten, en daar de optimale setting kunnen vinden. Maar ook kan een huisarts er terecht voor consultatie van collega's. Zo hebben de klinieken voor elke huisarts voordelen: ze bieden carrièremogelijkheden, maken het werk gemakkelijker én leuker. ‘Naar die toekomst wil ik, samen met mijn collega's, graag meehelpen een brug te slaan’, aldus Stalman. (AS)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen