Nieuws

De diabetespatiënt bij de huisarts

Gepubliceerd
10 september 2002

Sinds enkele jaren neemt de prevalentie van diabetes mellitus toe. In 1997 ging het om 23 per 1000 personen en in 2000 waren het er 29 per 1000. De prevalentie van diabetes mellitus neemt toe met de leeftijd. De verklaring van de stijging ligt dus vooral in de toenemende vergrijzing van de Nederlandse bevolking en de veranderde leefstijl (voedingsgewoontes, lichaamsbeweging). Ook de verbeterde screening op diabetes kan leiden tot een stijgend prevalentiecijfer. Bij ongeveer 85% van de diabeten gaat het om diabetes type 2. Veel type-2-diabeten staan onder controle bij hun huisarts, waardoor de toenemende prevalentie voor een extra belasting van de huisarts zorgt. Voor een gemiddelde huisartspraktijk met 2350 patiënten betekent het in drie jaar tijd een toename van 40 naar 50 patiënten met diabetes type 2. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 geeft aanbevelingen voor het structureren van de zorg voor diabetici. De standaard beoogt beperking van de negatieve langetermijngevolgen van diabetes door regulatie van het bloedglucosegehalte via periodieke controles. Hierdoor zal op lange termijn de vraag naar zorg van de huisarts gunstig worden beïnvloed. De standaard maakt onderscheid tussen driemaandelijkse controles, waarin in ieder geval bloedglucosegehalte en gewicht bepaald dienen te worden, en jaarlijkse, uitgebreide controles, waarin naast glucose en gewicht onder andere cholesterol en creatinine bepaald dienen te worden. Ook oogheelkundig onderzoek en voetonderzoek moeten jaarlijks worden uitgevoerd. De handelwijze van de huisarts met betrekking tot de kernrichtlijnen bij type-2-diabetes werd in beeld gebracht met behulp van elektronische consultregistraties in 31 LINH-praktijken (5 maanden registratie per praktijk, eind 1998 – begin 1999).

TabelHandelen van huisartsen volgens de NHG-Standaard (percentages)
Handeling/controleFrequentie volgens NHG-StandaardUitgevoerd volgens Standaard
Bloedglucosedriemaandelijks98
Gewicht of BMIdriemaandelijks81
Bloeddrukjaarlijks96
 bij hypertensie driemaandelijks92
Totaal cholesteroljaarlijks86
Creatininejaarlijks bij leeftijd 80
Albumine/creatinineratiojaarlijks bij leeftijd 70
Oogheelkundig onderzoekjaarlijks (zelf of oogarts)70
Voetonderzoekjaarlijks83
 bij voetproblemen driemaandelijks40
HbA1cjaarlijks88
Triglyceridenjaarlijks70
Controle spuitplaatsenjaarlijks bij insulinegebruikers50

Driemaandelijkse controles

De driemaandelijkse controles voeren de huisartsen over het algemeen volgens de standaard uit ( tabel). Bij het merendeel van de patiënten controleerde men bloedglucose en gewicht. Ook bloeddrukmetingen vinden tijdens de driemaandelijkse controles zeer regelmatig plaats. Van de patiënten bij wie de bloeddruk gemeten werd, was minder dan de helft bekend met hypertensie. Bij 92% van de met hypertensie bekende patiënten werd tijdens de driemaandelijkse controle de bloeddruk gemeten. Bij 40% van de voor voetonderzoek geïndiceerde patiënten (ulcus, standafwijkingen of ernstige neuropathie) voerde men dit onderzoek volgens de meest recente standaard driemaandelijks uit.

Jaarlijkse controles

De jaarlijkse consulten vertonen een divers beeld. Microvasculaire complicaties kregen minder aandacht dan de controle van bloedglucose, gewicht en macrovasculaire complicaties. Bij meer dan 90% van de patiënten vindt bepaling van bloedglucose, bloeddruk en gewicht plaats. Bij ruim 80% van de patiënten worden totaal cholesterol en creatinine bepaald en vindt voetonderzoek plaats. Van 70% van de patiënten die voor hun jaarlijkse controle bij de huisarts kwamen, werden de ogen tijdens dit consult onderzocht door de huisarts (6,1%), of was bekend dat de patiënt onder controle van een oogarts stond. In respectievelijk 88% en 70% van de jaarlijkse controles werden HbA1c en triglyceriden bepaald. Bij 70% van de patiënten jonger dan 50 jaar bepaalde men tijdens de jaarlijkse controle de albumine/creatinineratio ( tabel).

Conclusie

Huisartsen blijken de richtlijnen doorgaans redelijk goed op te volgen. Verbetering is uiteraard nog op een aantal punten mogelijk. Extra aandacht behoeft vooral oog- en voetonderzoek, met name bij patiënten die reeds bekend zijn met afwijkingen. Ook het bepalen van de albumine/creatinineratio en de triglyceriden-waarde bij daarvoor geïndiceerde patiënten verdienen aandacht.

De hier beschreven analyses zijn uitgevoerd op LINH-gegevens. LINH is een project van WOK, NIVEL, LHV en NHG. In 2001 participeerden ruim 120 huisartsenpraktijken. Zie voor meer informatie over LINH en over de hier beschreven gegevens www.linh.nl. Reacties naar info@linh.nl.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen